Column: Kinderen in de wachtstand: falende jeugdzorg zonder toezicht is een tikkende tijdbom

Het verscherpte toezicht is opgeheven. Alsof daarmee het probleem is opgelost. Alsof een stempel verwijderen hetzelfde is als een systeem repareren. Maar in Alphen gebeurt precies dat: de schijn van herstel wordt verkocht als vooruitgang, terwijl de fundamenten nog steeds rot zijn.
De Inspectie blijft “betrokken”. Dat is geen compliment, dat is een waarschuwing. Ze hebben nog steeds geen goed zicht op de kwaliteit van de hulp. Laat dat even bezinken: we weten niet of kwetsbare kinderen de juiste zorg krijgen—maar we halen wél het zware toezicht weg. Dat is geen beleid, dat is bestuurlijke roekeloosheid.
Oog voor Thuis heeft ondertussen een cliëntenbestand dat is geëxplodeerd. Twee keer zo groot. Zonder dat bewezen is dat de organisatie dat aankan. In elke andere sector zou dit leiden tot ingrijpen, misschien zelfs sluiting. Hier noemen we het een overgangsfase en hopen we dat het goedkomt. Over de rug van kinderen.
En het patroon blijft hetzelfde: hulp komt pas als het te laat is. Problemen moeten eerst ontsporen voordat er iets gebeurt. Preventie? Een beleidswoord zonder consequenties. In de praktijk betekent het: wachten, doorschuiven, uitstellen—totdat de schade niet meer te negeren is.
Iedereen ziet het. Ouders trekken al jaren aan de bel. Hulpverleners vallen om van de werkdruk. De inspectie spreekt haar zorgen uit. En toch kiest het bestuur voor de makkelijkste route: minder toezicht, meer vertrouwen, en vooral geen harde conclusies.
Waarom? Omdat erkennen dat het systeem faalt politieke consequenties heeft.
Dus houden we de illusie in stand. Met plannen, agenda’s en toekomstvisies die pas over jaren effect moeten hebben. 2027 wordt genoemd alsof dat een oplossing is. Voor een kind dat vandaag vastloopt is dat geen perspectief, dat is een afwijzing.
De harde realiteit: dit systeem functioneert niet omdat het goed is ingericht, maar omdat mensen het met kunst- en vliegwerk overeind houden. Dat is geen stabiliteit. Dat is uitstel van instorting.
Het opheffen van verscherpt toezicht betekent niet dat het beter gaat.
Het betekent dat we bereid zijn minder scherp te kijken.
En dat maakt dit moment niet geruststellend, maar gevaarlijk.
Want als zelfs nu—met alle signalen op rood—de conclusie is dat het wel weer “kan”, dan is de vraag niet óf het misgaat.
Maar wanneer.
En wie de prijs gaat betalen.
Xaverio.
