Column - Negen maanden gijzeling: hoe ProRail, NS en bestuurders reizigers laten stikken

Laten we stoppen met doen alsof dit een technisch probleem is.
Wat hier gebeurt bij de spoorbrug tussen Alphen aan den Rijn en Bodegraven is bestuurlijk falen in zijn zuiverste vorm.
Negen maanden geen trein.
Geen tijdelijk station.
Geen pont.
Geen fatsoenlijk alternatief.
En toch staat iedereen met een stalen gezicht te vertellen dat dit “onvermijdelijk” is.
Dit is geen overmacht. Dit is gemakzucht.
De spoorbrug is niet gisteren ineens rot geworden. Al jaren is bekend dat deze brug zijn houdbaarheidsdatum heeft overschreden. Inspecties, rapporten, waarschuwingen: ze lagen er. Maar plannen maken voor reizigershinder? Dat kwam blijkbaar later. Of nooit.
Nu wordt er gedaan alsof er plots geen keuze meer is. Dat is onzin.
De waarheid is simpel: men heeft geen zin gehad om moeite te doen.
Een tijdelijk station? Te duur.
Een pont? Te ingewikkeld.
Gefaseerde bouw? Lastig.
Alles wat geld kost of creativiteit vraagt, wordt meteen van tafel geveegd. Want waarom zou je investeren in reizigers als je ze ook negen maanden kunt laten omrijden?
6000 reizigers per dag? Collateral damage
Dagelijks zijn 6000 mensen afhankelijk van dit traject. Studenten. Zorgmedewerkers. Forenzen. Mensen zonder auto. Voor hen is de trein geen luxe, maar noodzaak.
Voor ProRail en NS zijn ze echter een getal in een spreadsheet.
Voor de provincie zijn ze een voetnoot.
Voor de gemeente een gesprekspunt.
Dat blijkt uit alles.
NS verwacht dat slechts duizend reizigers gebruik zullen maken van de vervangende bus. Dat is geen planning, dat is een bekentenis: men rekent erop dat de meerderheid afhaakt. Auto pakt. Omrijdt. Of gewoon wegblijft.
En niemand die zich daar zichtbaar druk over maakt.
Busvervoer is een belediging
Zes minuten met de trein.
Vijftien minuten met de bus — als het verkeer meezit.
Dat noemen ze dan een alternatief.
Iedereen die ooit in de spits over de N11 is gegaan weet: dit is geen vervanging, dit is symptoombestrijding. De bus is er niet om de reiziger te helpen, maar om te kunnen zeggen dat er “iets geregeld is”.
De arrogantie van ‘de einddatum zit in mijn broekzak’
De uitspraak is tekenend.
Alsof onzekerheid voor reizigers een grapje is. Alsof negen maanden zonder trein iets is waar je luchtig over doet.
“We houden rekening met uitloop.”
Natuurlijk. Dat doen deze projecten altijd.
Maar wees dan eerlijk. Zeg gewoon: we weten het niet. En belangrijker: we hebben het reizigersbelang niet zwaar genoeg gevonden om beter ons best te doen.
Iedereen wist dit, niemand nam verantwoordelijkheid
Politici uiten zorgen.
Bestuurders knikken.
Ambtenaren wijzen naar elkaar.
En ondertussen gebeurt exact wat iedereen zegt te willen voorkomen: reizigers verliezen vertrouwen. In de trein. In het systeem. In de overheid.
En dat vertrouwen krijg je niet terug met excuses achteraf.
Dit is hoe openbaar vervoer langzaam sterft
Niet door één slechte dienstregeling.
Niet door één brug.
Maar door dit soort besluiten.
Door het structureel normaal vinden dat een hele regio maandenlang wordt afgesneden, omdat het “nu eenmaal zo uitkomt”.
Negen maanden zonder trein is geen technisch detail.
Het is een politieke keuze.
En wie dat blijft verkopen als onvermijdelijk, is niet eerlijk —
maar laf.
