Column | Provincie verschuilt zich achter risico’s, reiziger blijft de dupe

Zuid-Holland wil geen eigen vervoerbedrijf. Te duur. Te ingewikkeld. Te veel risico. Punt. Het zijn dezelfde argumenten die we al jaren horen, uitgesproken vanaf veilige afstand, ver weg van de bushalte waar opnieuw niemand komt opdagen.
Na de chaos bij Qbuzz in onder meer Alphen en Gouda was het moment daar om serieus te reflecteren. Niet met halve zinnen en bestuurlijke geruststellingen, maar met de vraag: werkt dit systeem eigenlijk wel voor de reiziger? Het antwoord laat zich raden. Toch kiest de provincie voor de makkelijkste uitweg: niets fundamenteels veranderen.
Natuurlijk, een eigen vervoerbedrijf opzetten is geen hobbyproject. Maar doen alsof commerciële vervoerders het risico dragen, is een halve waarheid. Het echte risico ligt bij scholieren die te laat komen, bij werknemers die afspraken missen en bij ouderen die afhankelijk zijn van een bus die ‘volgens planning’ had moeten rijden. Boetes achteraf lossen dat niet op.
De provincie verschuilt zich graag achter efficiëntie. Marktwerking zou zorgen voor scherpere prijzen en betere prestaties. In de praktijk zien we iets anders: aanbestedingen die op de cent worden gewonnen, vervoerders die met minimale buffers starten en reizigers die fungeren als testpubliek. Pas als de schade is aangericht, volgt er een boete en een persbericht dat het ‘inmiddels beter gaat’.
Dat een eigen vervoerbedrijf ingewikkeld is, klopt. Maar ingewikkeld is geen excuus om structurele problemen te blijven accepteren. Besturen is keuzes maken, ook als die spannend zijn. En juist nu de Eerste Kamer provincies meer ruimte geeft, kiest Zuid-Holland ervoor die ruimte niet te benutten.
Wie altijd roept dat iets niet kan, hoeft nooit verantwoordelijkheid te nemen. Maar ondertussen staat de reiziger in de kou. Letterlijk. En figuurlijk.
Xaverio.