“Ik vrees voor mijn leven”: LGBTQ-bewoner slaat alarm over veiligheid in AZC Alphen
Foto: Ingezonden
Bij het asielzoekerscentrum (AZC) aan de Genielaan in Alphen aan den Rijn bestaan ernstige zorgen over de veiligheid en bescherming van LGBTQ-bewoners. Dat blijkt uit een omvangrijk dossier dat exclusief is ingezien door Nieuws in Alphen en is gedeeld met toezichthoudende instanties, belangenorganisaties en juridische partijen. Volgens betrokkenen gaat het niet om losse incidenten, maar om een structureel patroon van discriminatie, intimidatie en onvoldoende ingrijpen door verantwoordelijke instanties.
Het dossier beschrijft een opeenstapeling van gebeurtenissen waarbij LGBTQ-bewoners zich herhaaldelijk onveilig hebben gevoeld. Er wordt gesproken over bedreigingen en beledigingen op basis van seksuele geaardheid, agressief gedrag door medebewoners, brand- en explosie-incidenten, drugsgebruik en ernstige hygiënische problemen. Ondanks meldingen en beschikbaar bewijsmateriaal zou effectieve bescherming zijn uitgebleven.
De betrokken LGBTQ+-bewoner heeft er bewust voor gekozen zijn verhaal uitsluitend via Nieuws in Alphen naar buiten te brengen. Volgens hem is dat een poging om eindelijk publieke aandacht te krijgen voor een situatie die volgens hem intern structureel wordt genegeerd.
Nachtelijke inval zonder registratie
Een van de betrokkenen, een LGBTQ+-bewoner die sinds eind maart 2025 in het AZC verblijft, verklaart dat hij al vroeg te maken kreeg met ingrijpende incidenten. Op 19 juli 2025 werd hij rond 04:27 uur ’s nachts wakker van luid gebonk op zijn deur in huis C15.3, een verblijf dat specifiek bedoeld is voor LGBTQ+-personen. Beveiligers drongen zijn kamer binnen en eisten inzage in zijn identiteitsbewijs, terwijl hij zich in zijn privéruimte bevond en zichtbaar in paniek was.
Later bleek dat dit incident niet officieel was geregistreerd. De beveiligingschef bevestigde dat er geen rapportage bestond, wat bij de bewoner leidde tot een diep gevoel van onveiligheid en wantrouwen. Hoewel hij het incident meldde bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en later werd verhuisd naar een andere woning, bleef verdere opvolging uit.
Agressie, bedreigingen en homofobe beledigingen
In augustus 2025 verslechterde de situatie opnieuw. In huis B15 werd een nieuwe bewoner geplaatst die volgens meerdere huisgenoten agressief gedrag vertoonde, alcohol en softdrugs gebruikte en regelmatig ruzies veroorzaakte. Er zouden vernielingen hebben plaatsgevonden en bewoners werden herhaaldelijk uitgescholden.
Op 7 september escaleerde de situatie. Bewoners werden wakker van geschreeuw en het gooien van spullen; in de keuken bleek een televisie kapot. Toen de LGBTQ+-bewoner vragen stelde, werd hij uitgescholden en beledigd vanwege zijn seksuele geaardheid. De incidenten werden gemeld bij het COA, maar structurele maatregelen bleven volgens betrokkenen uit.
Brand, chemische lucht en ernstige hygiëneproblemen
Op 12 september brak brand uit in huis B15, waarbij brandweer en politie moesten ingrijpen. Bewoners meldden een zware, scherpe chemische geur. COA-medewerkers verklaarden later dat ammoniakgeur uit een kast de oorzaak was. Een dag later keerde de agressieve bewoner terug en begon opnieuw te schreeuwen en op deuren te slaan. Er werden opnieuw homofobe beledigingen geuit.
Diezelfde nacht rook de LGBTQ+-bewoner wederom een sterke chemische lucht in zijn kamer. Toen hij het toilet wilde gebruiken, bleek er bloed te zitten in het toilet en de badkamer, waardoor sanitaire voorzieningen onbruikbaar waren. De situatie werd gemeld als ernstig ongezond en gevaarlijk.
Later die ochtend liep de spanning opnieuw op en dreigde een vechtpartij. Uiteindelijk werd de politie ingeschakeld en werd de agressieve bewoner uit het huis verwijderd en overgebracht naar een andere opvanglocatie.
Explosies en aanhoudende angst
Op 21 september werden bewoners opnieuw opgeschrikt door harde explosies in de nachtelijke uren. Ondanks herhaalde vragen aan de beveiliging werd geen duidelijke uitleg gegeven. Voor de betrokken LGBTQ+-bewoner was dit het moment waarop hij concludeerde dat het AZC voor hem niet langer veilig is.
Uit verklaringen blijkt dat sommige bewoners het centrum inmiddels zoveel mogelijk mijden en noodgedwongen elders verblijven. De angst dat eerder verwijderde personen zouden terugkeren, speelt daarbij een grote rol.
Weigering van schriftelijke communicatie
Naast de veiligheidsincidenten bevat het dossier ook ernstige klachten over de manier waarop meldingen zijn afgehandeld. Verzoeken om schriftelijke vastlegging van klachten en afspraken zouden structureel zijn geweigerd. Bewoners zouden onder druk zijn gezet om klachten uitsluitend mondeling te bespreken, waardoor controleerbare verslaglegging ontbreekt.
Ook zou een hoor-en-wederhoorprocedure via Discriminatie.nl zijn tegengewerkt, wat volgens betrokkenen de toegang tot onafhankelijke toetsing belemmert.
Juridische stappen en oproep tot aandacht
Meerdere instanties, waaronder de ombudsman, Discriminatie.nl en een organisatie die zich inzet voor LGBTQ+-asielzoekers, zijn inmiddels bij de zaak betrokken. Volgens de klagers beschikken zij over uitgebreide documentatie, waaronder interne e-mails, foto- en videomateriaal, medische gegevens en getuigenverklaringen.
De betrokken LGBTQ+-bewoner beroept zich op nationale en internationale wetgeving, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Vluchtelingenverdrag van Genève. Hij stelt dat zijn fysieke en psychische gezondheid ernstig wordt bedreigd en heeft een dringend verzoek ingediend voor onmiddellijke overplaatsing naar een opvanglocatie die aantoonbaar veilig is voor LGBTQ+-personen, bij voorkeur in de regio Amsterdam–Kalverweg.
Na maanden van interne procedures concluderen betrokkenen dat publieke aandacht noodzakelijk is. Volgens hen laat de situatie in Alphen aan den Rijn zien dat kwetsbare groepen binnen de asielopvang nog altijd onvoldoende worden beschermd.
5 reacties - “Ik vrees voor mijn leven”: LGBTQ-bewoner slaat alarm over veiligheid in AZC Alphen
Overal lag sigarettenas, het rook sterk naar wiet en in de keuken lagen etensresten. Er was eigenlijk geen plek waar je normaal kon zitten.
Bewoners vertelden mij dat dit al vaker is gemeld, maar dat er meestal geen reactie op komt.
Zo hoort niemand te leven. Dit moet serieus worden opgepakt.
Wat wij hebben meegemaakt in COA, locatie AZC Alphen aan den Rijn, ging verder dan onveiligheid alleen. Het was structurele discriminatie.
Wij zijn een LGBTQ+ koppel en zijn daar niet alleen blootgesteld aan homofobe intimidatie en dreiging door medebewoners, maar ook aan een kille, afstandelijke en soms ronduit denigrerende houding vanuit het COA zelf.
Meldingen over onze veiligheid werden niet serieus genomen. Wij werden niet beschermd, maar in twijfel getrokken. Onze ervaringen werden geminimaliseerd, gerelativeerd of afgedaan als “geen prioriteit”. In plaats van steun kregen wij het gevoel dat wij het probleem wáren.
Verzoeken om bescherming, herplaatsing of concrete maatregelen liepen vast in uitstel, bureaucratie en stilzwijgen. Er werd gesproken over procedures, maar niet gehandeld. Er werd geluisterd, maar niets vastgelegd.
Het gevolg was dat wij ons niet alleen onveilig voelden door anderen, maar ook in de steek gelaten door de instantie die ons had moeten beschermen. Dat is geen nalatigheid meer, dat is institutioneel falen.
Voor LGBTQ+ asielzoekers, die juist vluchten voor vervolging en geweld, is dit diep traumatiserend. Wanneer discriminatie zich voortzet binnen een opvangsysteem, verliest dat systeem elke geloofwaardigheid.
Dat bewoners pas gehoord lijken te worden wanneer media ingrijpen, is een pijnlijke constatering. Wij hopen dat deze berichtgeving leidt tot erkenning van structurele discriminatie, tot verantwoordelijkheid binnen het COA en tot daadwerkelijke verandering.