Zwangere vrouwen in Alphen aan den Rijn laten hun ongeboren kinderen vaker beschermen tegen difterie, kinkhoest en tetanus dan in vergelijkbare gemeenten. Uit cijfers van het RIVM blijkt dat in de afgelopen vijf jaar gemiddeld driekwart van de zwangere vrouwen in Alphen voor de DKT-prik koos.
Vorig jaar kregen 832 baby’s al in de buik antistoffen mee. Daarmee lag de vaccinatiegraad in 2024 op 71 procent, het hoogste niveau sinds 2022. De DKT-prik, ook wel de 22-wekenprik genoemd, wordt sinds eind 2019 aangeboden en beschermt baby’s in de eerste levensmaanden, tot zij zelf gevaccineerd kunnen worden.
Landelijk koos 67 procent van de zwangeren voor de prik, waardoor Alphen aan den Rijn iets hoger scoort dan het gemiddelde. Hoe meer ouders voor de vaccinatie kiezen, hoe beter pasgeboren kinderen beschermd zijn tegen met name kinkhoest. Baby’s van wie de moeder geen prik krijgt, moeten al na zes tot negen weken beginnen met hun eigen vaccinaties.
Ook na de geboorte ligt de vaccinatiegraad in Alphen hoog. Vorig jaar was 87 procent van de tweejarigen volledig gevaccineerd tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio. Gemiddeld lag dat percentage de afgelopen vijf jaar op 91 procent, waarmee Alphen beter scoort dan vijftien vergelijkbare gemeenten, waaronder Uithoorn, Amstelveen, Eindhoven en Den Bosch.

