Celstraf voor internetdominee en coronacriticus Pieter K.: rechter spreekt van ‘een grote leugen’
Pieter K. Foto: BPOC2020
De Haagse rechtbank heeft internetdominee en coronacriticus Pieter K. (61) veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. K., die jarenlang in Alphen aan den Rijn woonde, is schuldig bevonden aan oplichting, witwassen en het vervalsen van een notariële akte.
Een van de bijzondere voorwaarden die de rechtbank aan de straf verbindt, is dat K. zich niet meer mag bezighouden met fondsenwerving, behalve voor strikt persoonlijke doeleinden. K. was oprichter van de zogeheten Buiten Parlementaire Onderzoekscommissie 2020 (BPOC2020), die volgens hem onderzoek deed naar het coronabeleid van de overheid.
Tussen januari 2020 en maart 2023 doneerden duizenden mensen geld aan K. en zijn organisatie. In totaal werd bijna 420.000 euro opgehaald. Op de website van de ‘commissie’ beweerde K. onder meer dat er verklaringen waren afgenomen van tachtig politieagenten over politiegeweld bij demonstraties. Een notaris zou hun identiteit hebben gecontroleerd en video-opnames in een kluis hebben opgeslagen.
Volgens de rechtbank zijn deze verklaringen nooit afgelegd en is de notariële akte vervalst. Ook meldde K. op de door hem beheerde website doezelfnormaal.nl dat er aangifte was gedaan tegen de minister-president en twee ministers, wat eveneens niet bleek te kloppen. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer driekwart van het opgehaalde geld werd besteed aan vakanties en het aflossen van persoonlijke schulden.
De rechtbank spreekt in het vonnis van ‘een grote leugen’. Volgens de rechter heeft K. bewust ingespeeld op de onzekerheid en het wantrouwen die bij een deel van de bevolking leefden tijdens de coronapandemie. Hij heeft daarmee ‘misbruik gemaakt van het sentiment’.
Het Openbaar Ministerie had een celstraf van 15 maanden geëist, maar de rechtbank koos voor een hogere straf om ‘te benadrukken hoe ernstig het handelen van de verdachte is’. Daarnaast wil het OM dat K. ruim 314.000 euro terugbetaalt. Over die vordering doet de rechtbank op 24 februari uitspraak.
