Tegen de 33-jarige Stefan V., geboren in Alphen aan den Rijn, is zestien maanden cel geëist, waarvan acht maanden voorwaardelijk, voor het vernielen van tientallen graven en urnen op begraafplaats Begraafplaats Westduin in Den Haag. Daarnaast wil het Openbaar Ministerie (OM) dat hij vijf jaar niet in de buurt van de begraafplaats komt. De eis heeft ook betrekking op inbraken en diefstal op een naastgelegen volkstuinencomplex.
Op 21 februari vorig jaar werden 32 graven, circa tien urnen en een gedenkbord vernield. Ook kinder- en foetusgraven raakten beschadigd. Enkele dagen later vonden opnieuw vernielingen plaats.
De verdachte erkent dat hij op de begraafplaats is geweest, maar ontkent de vernielingen. V. was kort voor de incidenten vrijgekomen uit detentie, waar hij eerder een straf uitzat voor grafschennis op dezelfde begraafplaats. Na zijn vrijlating was hij dakloos en verbleef hij geregeld op het aangrenzende volkstuinencomplex.
Op 2 maart werd hij slapend aangetroffen op het terrein, met onder meer schroevendraaiers, een klauwhamer en handschoenen bij zich. Volgens het OM zijn deze gebruikt bij de vernielingen. Ook wijst het OM op dna-sporen op een parfumflesje en een jas die op de begraafplaats werden gevonden, evenals een afgeluisterd telefoongesprek en zendmastgegevens.
De advocaat van V. betwist het bewijs en stelt dat zijn cliënt het gereedschap bij zich had om onderdak te zoeken op het volkstuinencomplex. Volgens de verdediging ontbreken directe bewijzen, zoals camerabeelden van de vernielingen.
Nabestaanden spraken in de rechtszaal over hun verdriet. Een van hen verklaarde “geen plek meer te hebben om naartoe te gaan”. De materiële schade bedraagt ruim 3.000 euro.
De rechtbank doet op 12 maart uitspraak.


