Column: Wat er gebeurde op de N11 begrijp ik nog steeds niet

Soms zit het verschil tussen een gewone dag en een verhaal dat je nog jaren navertelt in een paar seconden. Of eigenlijk: in één klap.
Daar reed ik vanmorgen . Gewoon, zoals zo vaak. Met mijn autotje over de N11, van Alphen aan den Rijn richting Bodegraven. Bestemming: Gouda. Even iets ophalen, niks bijzonders. Radio aan, hoofd ergens tussen boodschappenlijstjes en wat losse gedachten. Zo’n rit die je gedachteloos maakt.
Tot die klap.
Hard. Onmiskenbaar. Alsof iemand met een hamer op de werkelijkheid sloeg. En meteen daarna: geen controle meer. Mijn auto begon te slippen. Links? Rechts? Geen idee. Alles gebeurde tegelijk en toch in slow motion. Voor ik het besefte, stond ik in de berm.
Stil.
En dan komt het besef. Niet meteen paniek, niet meteen angst. Eerst ongeloof. Wat gebeurde hier net? Maar toen ik uitstapte en mijn benen begonnen te trillen, wist ik genoeg. Dit zat dieper. Dit was er zo eentje.
Ik schrik niet snel. Echt niet. Maar dit… dit kroop onder mijn huid.
Was het een steen? Een klapband? Iets dat van mijn auto afbrak? Ik heb geen idee. Het gekke is: ik zag niets. Geen schade, geen rokende motorkap, geen loshangende onderdelen. Alsof die klap alleen in mijn hoofd had plaatsgevonden.
Na een kwartiertje langs de weg – starend, ademhalend, mezelf bij elkaar rapend – stapte ik weer in. Sleutel om. De motor deed het gewoon. Alsof er niets gebeurd was. Alsof ik het verzonnen had.
Voorzichtig reed ik verder. Over de vluchtstrook. Veertig kilometer per uur. Gevarenlichten aan. Kwetsbaar, maar in beweging. Via Zwammerdam terug naar Alphen. Elke meter voelde als winst.
Bij de garage aangekomen, deed ik wat ieder mens in zo’n situatie doet: eerst koffie. Sterke. Meerdere. Even landen. Even weer voelen dat alles nog klopt.
En nu? Nu is het wachten. Op een monteur, op een diagnose, op een verklaring. Misschien komt die. Misschien ook niet.
Maar wat blijft, is dat moment. Die klap. Die paar seconden waarin alles kantelt. Waarin je ineens beseft hoe dun de lijn is tussen “gewoon onderweg” en “wat als…”.
Drie kilometer voor de afrit.
Soms is dat alles wat ertussen zit.
Xaverio.