Column - Waterstof door de achtertuin: miljardenbeleid zonder draagvlak

In Alphen aan den Rijn ligt opnieuw een plan waar je als inwoner eigenlijk maar één rol hebt: slikken. Officieel heet het duurzaam, innovatief en toekomstgericht. In werkelijkheid is het een schoolvoorbeeld van hoe de energietransitie steeds vaker wordt doorgedrukt zonder dat iemand nog serieus vraagt of het ook anders kan.
Een bestaande aardgasleiding wordt omgebouwd tot waterstofleiding. Klinkt efficiënt. Hergebruik. Minder graafwerk. Minder overlast. De perfecte verpakking.
Maar wie door die verpakking heen kijkt, ziet iets anders: een project dat onderdeel is van een nationaal netwerk dat inmiddels richting de €3,8 miljard kost. Een bedrag dat ooit nog rond de €1,5 miljard lag. Verdubbeld, zonder dat iemand op de rem trapt. Zonder dat iemand hardop zegt: misschien moeten we eerst zeker weten dat dit überhaupt gaat werken.
Want dat is de ongemakkelijke waarheid: we bouwen hier infrastructuur voor een energiedrager waarvan de markt nog grotendeels moet ontstaan. Waterstof wordt gepresenteerd als dé oplossing, maar is in werkelijkheid duur, inefficiënt en afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen die allesbehalve zeker zijn. Toch wordt het netwerk alvast uitgerold. Eerst investeren, dan hopen dat de vraag volgt.
En als die vraag uitblijft? Dan is daar de overheid. Honderden miljoenen euro’s aan publieke middelen liggen klaar om de risico’s af te dekken. Met andere woorden: winsten worden ooit misschien privaat, verliezen zijn sowieso publiek.
Dit is geen innovatie. Dit is risicospreiding – maar dan vooral richting de belastingbetaler.
Ondertussen wordt lokaal het bekende toneelstuk opgevoerd. Inwoners mogen inspreken. Reacties indienen. Meedenken. Op papier klinkt dat als betrokkenheid, in de praktijk is het vaak niet meer dan procesmanagement. De koers ligt vast, de infrastructuur moet er komen en participatie dient vooral om het democratisch te laten lijken.
Dat wringt. Niet een beetje, maar fundamenteel.
Want de energietransitie wordt verkocht als iets van ons allemaal, maar voelt steeds vaker als iets dat ons overkomt. De lusten zijn abstract: minder CO₂, geopolitieke onafhankelijkheid, een “duurzame toekomst”. De lasten zijn concreet: miljardeninvesteringen, onzekerheid en ingrepen in de directe leefomgeving.
En laten we het concreet maken. De risico’s van dit project zijn niet theoretisch, maar structureel en meervoudig:
- Financieel risico: het project is al opgelopen naar circa €3,8 miljard, met bewezen patroon van kostenoverschrijding en onzekerheid over toekomstige exploitatie.
- Marktrisico: de vraag naar waterstof is nog niet gegarandeerd; infrastructuur kan onderbenut raken.
- Systeemrisico: Nederland investeert in een energiesysteem dat afhankelijk is van nog onvolwassen technologie en marktontwikkeling.
- Publiek risico: tegenvallers worden deels afgedekt met publiek geld, waardoor risico’s worden gesocialiseerd.
- Bestuurlijk risico: besluitvorming loopt vooruit op volledige zekerheid, terwijl inspraakmomenten beperkt invloed hebben.
- Maatschappelijk risico: groeiend wantrouwen en afnemend draagvlak doordat bewoners zich onvoldoende gehoord voelen.
- Kanskostenrisico: miljarden die hierin worden gestoken, kunnen niet meer worden ingezet voor alternatieve oplossingen.
En laten we eerlijk zijn: het argument dat “het grotendeels ondergronds ligt” is bijna cynisch. Alsof het probleem zit in zichtbaarheid. Alsof bewoners zich alleen druk maken om wat ze kunnen zien, en niet om wat er besloten wordt zonder hun invloed.
Dit gaat niet over een buis in de grond. Dit gaat over zeggenschap.
Waarom wordt een gemeente onderdeel gemaakt van een miljardenproject zonder dat inwoners daar wezenlijk iets over te zeggen hebben? Waarom wordt er geïnvesteerd in een systeem waarvan de economische en technische haalbaarheid nog allerminst vaststaat? En waarom lijkt de enige echte zekerheid dat de rekening uiteindelijk bij de samenleving terechtkomt?
Het antwoord is ongemakkelijk simpel: omdat het kan.
Omdat de energietransitie inmiddels een doel op zich is geworden, waarbij middelen nauwelijks nog ter discussie staan. Omdat politieke urgentie elk debat overschaduwt. En omdat weerstand al snel wordt weggezet als onbegrip of achterstand.
Maar zo werkt draagvlak niet.
Draagvlak ontstaat niet door beleid op te leggen en vervolgens inspraak te organiseren. Draagvlak ontstaat door keuzes écht open te houden, risico’s eerlijk te benoemen en alternatieven serieus te overwegen. Precies dat lijkt hier te ontbreken.
In plaats daarvan zien we een overheid die vooruitloopt op de feiten, miljarden investeert in onzekerheid en verwacht dat inwoners daar stilzwijgend in meegaan.
De vraag is dan ook niet meer of dit project technisch haalbaar is. De echte vraag is hoeveel vertrouwen dit soort projecten nog kosten.
Want als de energietransitie alleen nog vooruitkomt door haar op te leggen, dan is er iets fundamenteel mis. Dan bouwen we niet alleen aan een nieuw energiesysteem, maar breken we tegelijkertijd iets anders af: het vertrouwen dat daarvoor juist onmisbaar is.
En dat verlies is, anders dan een leiding in de grond, niet zomaar te herstellen.
Xaverio.
