Column: “Bestuurlijke zuivering in Alphen: Van As moet weg, maar niemand zegt waarom”

Wat zich in Alphen aan den Rijn rond Gerard van As lijkt af te spelen, heeft nog nauwelijks iets te maken met politiek in de normale zin van het woord. Dit riekt naar een stille afrekening. Geen open debat, geen transparante beoordeling, geen serieuze verantwoording — alleen vaagheid, strategisch zwijgen en een bestuurder die via de achterdeur richting uitgang wordt geduwd.
Gerard van As zou “niet meer in aanmerking komen”. Niet omdat er een vernietigend rapport ligt. Niet omdat projecten zijn ontspoord. Niet omdat er een publieke afrekening op basis van feiten plaatsvindt.
Nee — de suggestie die rondzingt: “mogelijk vanwege zijn leeftijd”.
En precies daar wordt het wrang. Want als dát werkelijk de onderliggende reden is, dan wordt iets fundamenteels gesloopt: het idee dat bestuur draait om kwaliteit, ervaring en functioneren — en niet om geboortedata en onderbuikgevoelens.
Maar niemand zegt het hardop. Natuurlijk niet. In plaats daarvan krijgen we het bekende repertoire: “proces”, “interne afweging”, “vertrouwelijkheid”, “zorgvuldigheid”. Woorden die in de lokale politiek inmiddels vooral één functie hebben: het verhullen van besluitvorming die niet hardop verdedigd kan worden.
Wat ontbreekt, is precies waar het om zou moeten draaien: inhoud.
Waar is de concrete onderbouwing dat Van As niet meer functioneert? Waar zijn de feiten, de dossiers, de mislukte trajecten, de bestuurlijke missers die dit zouden rechtvaardigen? Waar is de openlijke politieke verantwoording?
Die blijft opvallend genoeg uit.
In plaats daarvan zien we een bestuurder die zelf nog probeert regie te houden over zijn vertrek: een nette overdracht, afronden wat loopt, iemand inwerken. Dat is geen krampachtig vastklampen aan macht, dat is bestuurlijke hygiëne. Iets wat je in een volwassen bestuurscultuur zou toejuichen.
Maar juist dát lijkt hier niet de norm.
Wat je ziet is iets anders: een omgeving waarin iemand langzaam wordt uitgefaseerd zonder dat iemand het expliciet durft te benoemen. Geen stemming, geen helder besluitmoment, maar een sluipend proces waarin iedereen iets weet, niemand iets zegt, en niemand verantwoordelijkheid neemt voor de toon.
En dat is misschien wel het meest onthullende.
Want als dit werkelijk de manier is waarop met ervaren bestuurders wordt omgegaan, dan is het probleem niet één persoon. Dan is het een bestuurscultuur die zich verschuilt achter proceduretaal terwijl er in de praktijk gewoon mensen worden weggeschreven.
De ironie is pijnlijk voorspelbaar: dezelfde politiek die straks klaagt over gebrek aan ervaring, bestuurlijke continuïteit en kwaliteit, is ondertussen bezig precies die elementen systematisch uit te dunnen — zonder dat eerlijk te benoemen.
Als dit “vernieuwing” heet, dan is het een bijzonder lege vorm ervan.
En als dit geen leeftijdsdiscriminatie is, dan is de vraag minstens zo ongemakkelijk: wat is het dan wél — behalve een politiek klimaat waarin niemand nog hardop durft uit te spreken wat eigenlijk al besloten lijkt?
Xaverio.

Mvg
Gerard van As
0611727855