Column: “De fietsbrug die nooit afkomt en niemand meer gelooft”

Er zijn projecten die uitlopen. En er zijn projecten die langzaam veranderen in een schoolvoorbeeld van bestuurlijke onmacht. De fietsbrug over het Aarkanaal in Alphen aan den Rijn hoort inmiddels zonder discussie in die tweede categorie.
Wat begon als een praktische verbinding voor fietsers uit Aarlanderveen en Nieuwkoop, is verworden tot een eindeloos dossier waarin één ding consequent ontbreekt: grip. Elke fase kent hetzelfde patroon. Eerst optimisme, dan vertraging, daarna technische twijfel, gevolgd door stilte en vervolgens een nieuwe ronde “aanvullend onderzoek”. Het is geen bouwproject meer, het is een ritueel.
De Gemeente Alphen aan den Rijn spreekt intussen met vaste regelmaat over veiligheid en zorgvuldigheid. Dat klinkt verantwoordelijk, maar in de praktijk is het vooral een standaardzin geworden voor: we weten het ook niet meer precies, maar we schuiven het door. Ondertussen ligt er voor miljoenen euro’s materiaal werkloos in een weiland, alsof het project in pauzestand is gezet door een systeem dat niemand nog durft te herstarten.
En de vraag die zich steeds nadrukkelijker opdringt is niet technisch, maar bestuurlijk: hoe kan een relatief eenvoudige fietsbrug veranderen in een project dat structureel vastloopt op zichzelf?
Want laten we het beestje bij de naam noemen: dit is geen pech meer. Dit is geen “tegenzit”. Dit is een opeenstapeling van onderschattingen, bijstellingen en uitstel op uitstel, tot het punt waarop niemand nog durft te zeggen wanneer — of zelfs of — de brug er ooit komt.
Intussen is er één constante factor gebleven: de kosten. Die zijn inmiddels opgelopen tot bedragen die niet meer in verhouding staan tot de eenvoud van het oorspronkelijke idee. Voor dat geld kun je niet alleen bruggen bouwen, maar ook vertrouwen herstellen in de manier waarop publieke projecten worden uitgevoerd. Alleen gebeurt dat laatste hier niet.
En dan de ongemakkelijke kernvraag die in elke bouwkeet en elk raadsstuk om de hoek ligt, maar zelden hardop wordt uitgesproken:
als dit project al zo vaak opnieuw moet worden doorgelicht, hoe zeker is het dan dat het eindresultaat straks wél klopt?
Of simpeler gezegd: durft straks iemand met droge ogen te garanderen dat het veilig en definitief af is?
De waarheid is dat deze brug allang iets anders is geworden dan infrastructuur. Hij is een spiegel. Van besluitvorming die traag is, versnipperd en steeds opnieuw zichzelf moet corrigeren. Van een systeem waarin niemand echt eindverantwoordelijk lijkt te zijn voor het geheel, zolang elke stap afzonderlijk maar te verantwoorden is.
En ondertussen blijft de buitenwereld achter met hetzelfde beeld: onderdelen in een weiland, een lege planning en een groeiend gevoel dat het eindpunt verder weg ligt dan ooit.
Misschien komt hij er nog. Misschien ook niet. Maar zelfs als de brug ooit geopend wordt, zal hij niet alleen een kanaal overbruggen.
Hij zal ook iets anders zichtbaar maken: hoe makkelijk een simpel idee kan verzanden in een project dat vooral één ding heeft opgeleverd — twijfel.
En die brug, die staat voorlopig nog niet op de planning om af te komen.
Xaverio.

