Column: Van der Valk-hotel staat symbool voor een land dat niet meer kan bouwen door stroomtekort

Tien jaar. Zó lang ligt een hotelplan langs de N11 al te rotten in de lade. Niet in een instabiel land. Niet in een vergeten periferie. Maar in Nederland — een land dat zichzelf graag opvoert als strak geregeld, modern en vooruitstrevend.
De werkelijkheid is inmiddels een slechte grap die niemand meer durft hardop uit te spreken:
We kunnen niets meer bouwen omdat er geen stroom is.
Het project van een Van der Valk bij Alphen aan den Rijn is daar slechts het meest zichtbare slachtoffer van. Een hotel dat nooit een hotel wordt. Een bouwplaats die nooit een schop ziet. Een economische kans die stilletjes is gestorven in een stapel netcapaciteitsrapporten.
En dat in Zuid-Holland — het economische hart van het land.
Laten we ophouden met doen alsof dit “complex” is.
Het is niet complex. Het is simpel. En dat maakt het zo pijnlijk.
Het stroomnet zit vol. Punt.
Niet bijna vol. Niet “onder druk”. Vol.
En iedereen die ook maar iets met infrastructuur te maken heeft, heeft dit jaren zien aankomen. Netbeheerders hebben het geroepen tot ze schor waren. Ingenieurs hebben het doorgerekend. Gemeenten hebben het gemeld. Ondernemers hebben het ondervonden.
Maar in Den Haag leek het steeds alsof realiteit een mening was die je kon parkeren.
Dus kwam er nog een programma. Nog een visie. Nog een transitieplan. Nog een stuurgroep.
Nederland heeft geen tekort aan plannen. Nederland heeft een overschot aan bestuurlijke zelftroost.
En intussen gebeurt het echte werk niet.
De kern van het probleem is niet dat we willen verduurzamen. De kern is dat we doen alsof uitvoering optioneel is.
We hebben een land gebouwd dat alles tegelijk wil: meer woningen, meer bedrijven, meer laadpalen, meer warmtepompen, meer datacenters, meer groei.
Maar niemand heeft de vraag durven stellen die ertoe doet: wie gaat dat allemaal van stroom voorzien — en wanneer?
Het antwoord is inmiddels zichtbaar in de wachtlijsten: niemand, niet op tijd.
Dus verschuift alles.
Projecten worden niet afgewezen. Dat zou eerlijk zijn. Ze worden geparkeerd. Doorgeschoven. Opgerekt tot het absurd wordt. “Misschien 2029.” Alsof tijd een beleidsoptie is in plaats van een natuurkundige realiteit.
Ondertussen blijven bestuurders praten over “ambities waarmaken”.
Welke ambities precies? Die van powerpointpresentaties die geen aansluiting hebben op het net?
Het cynische is dat dit geen uitzondering is. Het is het patroon.
Woningen die niet gebouwd worden terwijl de wooncrisis explodeert. Bedrijven die niet uitbreiden terwijl de economie krapte schreeuwt. Investeringen die verdwijnen naar landen waar men niet eerst een half decennium hoeft te wachten op een stopcontact.
En toch blijft de reflex bestuurlijk hetzelfde: nog meer overleg, nog meer afstemming, nog meer tijd kopen.
Maar tijd is precies wat er niet is in infrastructuur.
Je bouwt geen elektriciteitsnet met vergaderingen.
Je bouwt het met jaren die we al niet meer hebben ingepland.
Wat dit zo scherp maakt, is niet alleen het falen zelf. Het is de arrogantie waarmee we hebben gedaan alsof het niet kon gebeuren.
Alsof een land dat alles elektrificeert, niet ook de fysieke capaciteit daarvoor nodig heeft.
Alsof vraag vanzelf wacht op aanbod.
Alsof natuurkunde ondergeschikt is aan beleid.
En nu zitten we dus hier: in een rijk land dat zichzelf heeft vastgepland in schaarste.
Een land waar “ja” zeggen tegen bouwen niets meer betekent, omdat de aansluitvraag een grotere bottleneck is dan de bouwvergunning zelf.
Dat is de omgekeerde wereld.
En het wordt nog absurder: we blijven nieuwe eisen stapelen bovenop een systeem dat al vastloopt. Meer duurzaam. Meer elektrisch. Meer toekomstbestendig.
Allemaal terecht. Allemaal nodig.
Maar zonder infrastructuur is het geen toekomst. Het is vertraging met goede bedoelingen.
Het Van der Valk-project laat dat genadeloos zien. Niet omdat het zo belangrijk is. Maar omdat het zo banaal is. Een hotel. Aan een snelweg. Dat zelfs dat niet meer lukt, is het echte signaal.
Nederland bouwt niet meer vooruit.
Nederland schuift vooruit.
Tot er niets meer te schuiven valt.
Xaverio.

