Alphen kiest voor regels boven mensen: Voedselbank moet vechten voor €29.000 terwijl miljoenen voor plannen geen probleem lijken

De dreigende sluiting van de Alphense Voedselbank legt pijnlijk bloot hoe ver de gemeente Alphen aan den Rijn lijkt af te staan van de werkelijkheid van veel inwoners. Een organisatie die iedere week honderden mensen helpt, wordt onder druk gezet omdat de gemeente €29.310 subsidie terug wil hebben. Niet omdat er fraude is gepleegd. Niet omdat er geld is verdwenen. Niet omdat bestuurders zichzelf hebben verrijkt. Nee, simpelweg omdat de Voedselbank geld heeft overgehouden.
En juist dát wordt nu tegen deze organisatie gebruikt.
Dat is moeilijk uit te leggen. Een stichting die wordt gedragen door vrijwilligers, donateurs en bedrijven die samen zorgen dat inwoners niet zonder eten komen te zitten, krijgt geen compliment voor zorgvuldig financieel beleid, maar een rekening van de gemeente.
De Voedselbank heeft geen geld over omdat er luxe is aangeschaft of omdat er onverantwoord is gehandeld. Er is geld over omdat er vooruit is gekeken. Omdat men weet dat een organisatie die afhankelijk is van giften en vrijwilligers soms een buffer nodig heeft om moeilijke tijden op te vangen.
Maar blijkbaar wordt voorzichtig omgaan met geld niet beloond.
Blijkbaar had de Voedselbank het geld beter kunnen uitgeven aan zaken die misschien niet direct nodig waren, zodat de rekening op nul stond en niemand moeilijk kon doen.
Dat is toch de bizarre boodschap die hier wordt afgegeven?
Een organisatie die verantwoord werkt, krijgt problemen. Een organisatie die alles uitgeeft, voorkomt discussie.
Dat kan toch nooit de bedoeling zijn?
Maar achter deze discussie zit veel meer dan alleen €29.000. Achter dit bedrag zitten mensen. Honderden inwoners van Alphen aan den Rijn die afhankelijk zijn van hulp. Gezinnen die iedere week hopen dat er voldoende eten beschikbaar is. Mensen die niet bezig zijn met gemeentelijke regels, maar met de vraag of ze hun boodschappen nog kunnen betalen.
Voor hen is dit geen subsidieprobleem.
Voor hen gaat dit over de basis van het bestaan.
En juist daar wringt het.
De gemeente zegt dat de subsidie niet volledig is besteed. Een boekhoudkundige uitleg die misschien klopt op papier, maar waarbij de menselijke kant volledig dreigt te verdwijnen. Want een gemeente hoort niet alleen te kijken naar cijfers, maar ook naar de gevolgen van haar beslissingen.
Wat gebeurt er als de Voedselbank daadwerkelijk sluit?
Dan verdwijnen de problemen niet.
Dan verdwijnen de gezinnen niet.
Dan verdwijnt de armoede niet.
Het enige wat verdwijnt, is een organisatie die jarenlang een gat heeft gevuld waar de overheid zelf nooit volledig in heeft kunnen voorzien.
En dat maakt de situatie extra wrang.
Want inwoners zien ondertussen dat er binnen de gemeente wel geld beschikbaar is voor andere zaken. Voor plannen, projecten en stichtingen waar regelmatig discussie over ontstaat. De discussie rond Stichting Alphen 2050 wordt daarbij vaak genoemd. Volgens critici gaat daar ongeveer €200.000 gemeenschapsgeld mee gemoeid.
Tweehonderdduizend euro.
Een bedrag dat bijna zeven keer hoger ligt dan het bedrag waar de Voedselbank nu voor moet vechten.
Daar zit de frustratie van veel inwoners.
Niet omdat ieder project automatisch overbodig is. Niet omdat iedere stichting moet verdwijnen. Maar omdat mensen het gevoel krijgen dat de prioriteiten verkeerd liggen.
Voor plannen lijkt geld gevonden te worden.
Voor mensen in nood lijkt eerst een discussie nodig.
Dat verschil is moeilijk te verkopen.
Hoe leg je aan een gezin dat afhankelijk is van de Voedselbank uit dat er geen ruimte is voor €29.000? Hoe leg je uit dat een organisatie die armoede opvangt financieel onder druk wordt gezet door de overheid die zegt armoede te willen bestrijden?
De gemeente spreekt vaak over bestaanszekerheid en een sociale samenleving. Maar bestaanszekerheid is geen slogan. Het is geen tekst in een beleidsnota. Het is zichtbaar in de keuzes die worden gemaakt.
En de keuze die nu zichtbaar wordt, maakt veel inwoners boos.
Want een gemeente die werkelijk naast haar inwoners staat, had anders gehandeld. Die had niet eerst een terugvordering gestuurd en daarna pas gekeken hoe de toekomst veiliggesteld kan worden. Die had eerder het gesprek gezocht en samen met de Voedselbank gezocht naar een oplossing.
Nu ontstaat het beeld van een gemeente die vooral haar regels beschermt, maar de mensen achter die regels vergeet.
Dat is precies waar het vertrouwen beschadigt.
Want laten we eerlijk zijn: als de Voedselbank verdwijnt, staat de gemeente niet klaar met een alternatief. Er komen geen honderden ambtenaren die voedselpakketten gaan samenstellen. Er komt geen gemeentelijke boodschappenservice.
Dezelfde organisatie waarop nu wordt bezuinigd, zal straks worden gemist.
Dat weet iedereen.
Daarom gaat deze discussie allang niet meer alleen over €29.000. Het gaat over de vraag welke keuzes Alphen aan den Rijn maakt en welke boodschap daarmee wordt afgegeven.
Een gemeente kan geld uitgeven aan ambities en toekomstplannen. Maar een gemeente moet nooit vergeten dat haar belangrijkste taak de inwoners zelf zijn.
Want uiteindelijk blijft één pijnlijke vraag boven tafel:
Waarom lijkt geld voor projecten makkelijker gevonden te worden dan geld voor mensen die letterlijk hulp nodig hebben?
Dat antwoord moet het college van Alphen aan den Rijn geven.
Niet met mooie woorden.
Maar met daden.
Xaverio.

