COLUMN | Windmolens van tafel? Hou toch op

Er is weer zo’n prachtig staaltje bestuurlijke verdwijntruc uit Zuid-Holland. Eerst werden inwoners van het Groene Hart opgeschrikt met plannen voor gigantische windturbines. Daarna kwam het protest. Veel protest. En toen gebeurde het wonder: de zoekgebieden verdwenen uit de Omgevingsvisie.
Windmolens van tafel! Iedereen gerustgesteld. Gordijnen dicht, koffie erbij, probleem opgelost.
Niet dus.
Wie denkt dat Zuid-Holland het windmolenboek heeft dichtgeslagen, heeft de kleine lettertjes niet gelezen. De provincie gaat opnieuw onderzoeken waar windturbines kunnen komen. In 2027 wordt opnieuw bekeken welke locaties eventueel kunnen worden aangewezen.
De molens zijn dus niet verdwenen. Ze zijn politiek even achter het gordijn gezet. En daar mogen inwoners dan vooral dankbaar voor zijn.
Het politieke goocheltrucje
Het begon met een lijst van mogelijke locaties. Uiteindelijk bleven drie gebieden over, waaronder twee locaties langs de N11 bij Alphen aan den Rijn en een gebied in de Vierambachtspolder bij Kaag en Braassem. Voor deze gebieden werd gesproken over maximaal 27 windturbines. Sommige turbines zouden ongeveer 240 meter hoog kunnen worden.
Dat is geen molentje. Dat is een bouwwerk dat je vanuit grote delen van het Groene Hart kunt zien.
Toen kwamen inwoners in actie. Niet omdat iedereen tegen duurzame energie is, maar omdat mensen zich afvroegen waarom juist hún landschap de oplossing moet worden voor een provinciale energieopgave.
Het Groene Hart is geen blanco vel waarop bestuurders hun energieproblemen kunnen wegstrepen.
Maar zodra het protest te groot wordt, verandert de bestuurlijke taal. Dan gaan we niet meer windmolens plaatsen. Nee. Dan gaan we onderzoek doen, participeren, in gesprek en draagvlak onderzoeken.
Wat een geruststelling.
Eerst luisteren, daarna toch doen?
Het woord ‘draagvlak’ begint inmiddels bijna een politiek scheldwoord te worden. Want wat betekent het eigenlijk?
Dat inwoners mogen zeggen wat ze vinden? Dat is inspraak.
Draagvlak betekent dat mensen het uiteindelijk accepteren. En daar zit precies het probleem. Stel dat inwoners straks opnieuw massaal zeggen: geen windturbines in ons Groene Hart.
Wat gaat de provincie dan doen? De plannen schrappen? Of komt er een rapport waarin staat dat er ondanks alle bezwaren een “provinciaal belang” bestaat?
Dat is precies waar inwoners duidelijkheid over verdienen. Want als de uitkomst eigenlijk al vaststaat, heeft participatie weinig meer om het lijf dan een inspraakavond met koffie en een formulier.
Alphen moet niet slapen
Voor Alphen aan den Rijn is dit geen ver-van-ons-bedshow. Twee van de eerdere drie locaties lagen langs de N11. De provincie zag juist daar mogelijkheden voor windenergie.
Dus wie denkt: gelukkig, die windmolens zijn geschrapt, heeft het mis.
Ze zijn niet definitief geschrapt. Het huidige zoekgebied is uit de Omgevingsvisie gehaald. Dat is iets anders.
De provincie gaat opnieuw onderzoeken en volgend jaar komt er opnieuw een besluitvormingsmoment. Wie nu opgelucht achteroverleunt, kan dus over een jaar wakker worden met hetzelfde verhaal, alleen met een andere kaart en een nieuwe beleidsnota.
240 meter!
Laten we ook niet doen alsof 240 meter een detail is.
Twee honderd veertig meter.
Een turbine van die omvang verandert een landschap. Punt.
Of je dat mooi vindt, is een kwestie van smaak. Maar doen alsof zoiets nauwelijks gevolgen heeft, is onzin.
En ja, we hebben duurzame energie nodig. Maar duurzame energie betekent niet automatisch dat iedere groene polder vogelvrij is.
Er zijn daken. Bedrijventerreinen. Parkeerplaatsen. Energiebesparing. Zonne-energie. En andere manieren om energie op te wekken.
Er zijn keuzes.
En juist daarom mag de vraag worden gesteld waarom open landschap zo snel als oplossing wordt aangewezen.
Het Groene Hart is geen energiebuffer
Het Groene Hart is geen leeg stuk grond tussen Leiden, Utrecht en Rotterdam.
Hier wonen mensen. Hier werken boeren. Hier groeien kinderen op. Mensen wandelen en fietsen er juist vanwege het open landschap.
Dat landschap is waardevol omdat je er nog horizon hebt.
Natuurlijk verandert een landschap altijd. Maar er is een verschil tussen verandering en het plaatsen van tientallen enorme windturbines omdat een provinciale doelstelling moet worden gehaald.
Daarover mag een eerlijk debat worden gevoerd.
Wees gewoon eerlijk
Daarom één oproep aan de provincie Zuid-Holland:
Stop met de woordspelletjes.
Zeg niet dat de windmolens van tafel zijn als tegelijkertijd een nieuwe ronde onderzoek naar windlocaties wordt voorbereid.
Zeg gewoon eerlijk:
“We zijn nog niet klaar met windenergie in het Groene Hart.”
Dat is duidelijk.
Dan weten inwoners waar ze aan toe zijn. Dan kunnen gemeenten zich voorbereiden. En dan kunnen bewoners zich organiseren.
Want “van tafel” betekent in de normale Nederlandse taal dat iets niet doorgaat. Niet dat het tijdelijk van een kaart wordt gehaald om via een nieuwe procedure mogelijk weer terug te keren.
En Alphen?
Alphen aan den Rijn moet vooral niet denken dat het dossier gesloten is.
Dat is het niet.
De eerdere N11-locaties zijn niet zomaar uit de geschiedenis verdwenen. De provincie houdt de deur naar nieuwe zoeklocaties open.
Dus gemeenteraad: wakker blijven.
Inwoners: blijf opletten.
En provincie: wees duidelijk.
Want nee, de windmolens zijn niet van tafel.
Ze staan voorlopig alleen even in de coulissen.
En als niemand oplet, komen ze volgend jaar gewoon weer het podium op.
Xaverio.

