Nederland wordt onbetaalbaar – en de politiek kijkt gewoon toe

Bijna 400 huishoudens in Alphen aan den Rijn kunnen aan het einde van de maand hun huur en andere vaste lasten nauwelijks meer betalen. Lees die zin nog eens. Niet vier huishoudens. Geen klein groepje mensen dat toevallig financieel de verkeerde afslag heeft genomen. Bijna vierhonderd huishoudens. Mensen die iedere maand opnieuw moeten rekenen, schuiven, uitstellen en hopen dat er vooral niets kapotgaat. Geen kapotte wasmachine. Geen auto die naar de garage moet. Geen onverwachte rekening. Geen hogere energierekening. Want één tegenvaller kan genoeg zijn om de hele boel te laten instorten.
En toch zullen we het ongetwijfeld weer gaan relativeren. Alphen zit immers onder het landelijke gemiddelde. Fantastisch. Hang de vlag maar uit. We hebben hier blijkbaar iets minder mensen die financieel verzuipen dan gemiddeld in de rest van Nederland. Wat een prestatie.
Maar hoe zou dat nou toch komen? Misschien omdat werkelijk alles wat je nodig hebt om een normaal leven te leiden inmiddels absurd duur is geworden. Boodschappen. Benzine. Water. Gas. Elektriciteit. Huur. Gemeentelijke belastingen. Verzekeringen. Openbaar vervoer. Kinderopvang. Zorgpremie. En als je denkt dat je nu alles hebt gehad, komt er volgende maand gewoon weer een nieuwe verhoging om de hoek kijken. De gewone Nederlander is veranderd in een menselijke pinautomaat waar iedereen een stukje uit probeert te trekken. De supermarkt trekt. De energiemaatschappij trekt. De verhuurder trekt. De verzekeraar trekt. De gemeente trekt. De Belastingdienst trekt. En als er dan aan het einde van de maand niets meer overblijft, is de vraag niet: hoe heeft dit systeem gefaald? Nee. Dan vragen we aan degene die kopje-onder gaat waarom hij niet beter met geld kan omgaan.
Misschien had hij minder moeten eten. Minder moeten rijden. Minder moeten stoken. Minder ziek moeten worden. Dat is ongeveer het niveau van de discussie geworden.
Want laten we stoppen met dat gelul over avocado-toast, dure koffie en “verstandig budgetteren”. Mensen die in de problemen komen, hebben meestal allang alles geschrapt wat geschrapt kon worden. De vakantie is weg. Uit eten is weg. Nieuwe kleding wordt uitgesteld. De sportschool is opgezegd. De thermostaat staat lager. Cadeautjes worden kleiner. De auto rijdt nog een jaar langer door terwijl er drie lampjes op het dashboard branden. En uiteindelijk wordt er bezuinigd op boodschappen. Niet omdat mensen dat willen, maar omdat er letterlijk niets meer te bezuinigen valt.
En dan hebben we nog de zorgverzekering. Daar wordt het helemaal krankzinnig. Honderden Alphense inwoners lopen langdurig achter met hun premie. Blijkbaar is de boodschap vanuit het systeem: als je niet kunt betalen, maken we het nóg duurder. Iemand verdrinkt en wij gooien er een extra steen bij. Want waarom zou je een financieel probleem oplossen als je het ook ingewikkelder, duurder en uitzichtlozer kunt maken?
Dat is de Nederlandse bestuursmachine in een notendop. Eerst maken we het systeem zo duur en ingewikkeld dat mensen erin vastlopen. Vervolgens bouwen we een toeslag om het probleem te verzachten. Daarna blijkt die toeslag te ingewikkeld. Dan komt er een compensatieregeling. Daarna een noodfonds. Vervolgens een loket. Dan nog een loket. En uiteindelijk heb je een complete bureaucratische industrie opgetuigd om mensen te helpen betalen voor dingen die ze in de eerste plaats gewoon hadden moeten kunnen betalen.
Misschien is het probleem niet dat Nederlanders te weinig toeslagen krijgen. Misschien is het probleem dat het normale leven krankzinnig duur is geworden.
Want wat is tegenwoordig nog normaal? Een huis huren zonder dat de helft van je inkomen verdwijnt? Blijkbaar niet. Je huis warm houden in de winter? Ook niet vanzelfsprekend. Gewoon boodschappen doen zonder eerst met je rekenmachine door de supermarkt te lopen? Kennelijk een luxe. Zorg krijgen zonder bang te zijn voor wat het je kost? Wen er maar niet aan.
En ondertussen wordt er vanuit Den Haag met droge ogen verteld dat de koopkracht gemiddeld vooruitgaat. Gemiddeld. Dat is misschien wel het meest irritante woord van heel Nederland. Gemiddeld kun je namelijk prima eten als jij een biefstuk hebt en ik niets. Gemiddeld hebben we dan allebei een halve biefstuk. Alleen jij zit vol en ik sta nog steeds met een lege maag.
Dat gemiddelde vertelt niets aan de man die op de 27e van de maand nog 38 euro heeft. Niets aan de alleenstaande moeder die haar boodschappenlijstje korter maakt voordat ze naar de supermarkt gaat. Niets aan de gepensioneerde die de verwarming uitlaat. Niets aan het gezin dat de ene rekening betaalt door de andere een maand vooruit te schuiven.
Voor mensen die comfortabel zitten, zijn prijsstijgingen vervelend. Voor mensen die al op het randje leven, zijn ze verwoestend. Een verhoging van twintig euro is voor de één een extra rondje drank op een terras. Voor de ander betekent het drie dagen minder boodschappen. Maar dat verschil lijken we in Nederland volledig te zijn vergeten.
We zijn een rijk land, wordt altijd gezegd. En dat zijn we ook. Er is geld. Heel veel geld. Er gaan miljarden naar projecten, fondsen, regelingen, adviesbureaus, plannen en programma's waarvan de gemiddelde Nederlander niet eens meer weet wat ze precies doen. Maar ondertussen zijn er mensen die iedere maand met een knoop in hun maag naar hun bankrekening kijken.
Dat is geen armoedeprobleem. Dat is een bestuurlijke vernedering.
Want dit gebeurt niet omdat er plotseling een meteoriet op Nederland is gevallen. Dit is het resultaat van jaren waarin wonen duurder mocht worden, energie duurder werd, belastingen stegen, premies opliepen en boodschappen steeds meer geld kostten. Iedere verhoging afzonderlijk was misschien “beperkt”. Tien euro hier. Twintig euro daar. Dertig euro erbij. Maar Nederland bestaat inmiddels uit een miljoen kleine prijsverhogingen die samen één gigantische middelvinger vormen naar iedereen die gewoon probeert rond te komen.
En het ergste? Mensen blijven zich schamen. Dat moet stoppen.
Je hoeft je niet te schamen omdat je niet kunt rondkomen in een land dat steeds duurder wordt terwijl jouw inkomen niet in hetzelfde tempo meebeweegt.
Misschien moeten de mensen die verantwoordelijk zijn voor al die prijsstijgingen, belastingen en kosten zich eens gaan schamen. Misschien moeten we eens ophouden met mensen vertellen dat ze “financieel weerbaar” moeten zijn terwijl het systeem iedere maand een nieuwe schop tegen hun financiële schenen geeft.
Bijna 400 huishoudens in Alphen hebben een betaalrisico. Ongeveer 900 inwoners lopen langdurig achter met hun zorgpremie. Dat zijn geen abstracte getallen. Dat zijn je buren. Mensen die je tegenkomt bij de supermarkt. Ouders op het schoolplein. Mensen in de rij bij de bakker. Collega's die gewoon naar hun werk gaan en ondertussen geen idee hebben hoe ze volgende maand alle rekeningen moeten betalen.
Dus laten we vooral blijven zeggen dat het gemiddeld best goed gaat. Laten we vooral nog een rapport schrijven. Nog een onderzoek. Nog een werkgroep. Nog een debat waarin politici elkaar vertellen hoe ingewikkeld alles is.
Of we doen eindelijk iets radicaals.
We maken het leven weer betaalbaar.
Niet met een nieuwe toeslag. Niet met een tijdelijke compensatie van 87 euro. Niet met een ingewikkeld formulier dat alleen begrijpelijk is als je drie studies hebt gevolgd en toevallig ook belastingadviseur bent.
Gewoon door ervoor te zorgen dat werken weer betekent dat je kunt leven. Dat een huur geen financiële strop is. Dat boodschappen geen luxe zijn. Dat je niet financieel gestraft wordt omdat je ziek wordt. Dat een kapotte wasmachine gewoon een kapotte wasmachine is — en niet het begin van een schuldentraject.
Want Nederland heeft geen probleem met mensen die niet kunnen rekenen.
Nederland heeft een probleem met een systeem dat steeds duurder wordt en vervolgens verbaasd kijkt wanneer mensen het niet meer kunnen betalen.
En Alphen aan den Rijn? Daar hebben bijna 400 huishoudens nu al moeite om het hoofd boven water te houden.
Maar geen zorgen.
Als we niets doen, worden het er vanzelf meer.
Dan kunnen we volgend jaar opnieuw een mooi artikel schrijven. Met een nieuw cijfer. Een nieuw record.
En dezelfde oude vraag:
Hoe zou dit nu toch komen?
Xaverio.


