‘Wie maakt dit nou kapot?’ Hufters slaan opnieuw toe in Alphens Kabouterbos: amper hersteld en alweer compleet vernield
Foto: Gerda Bonninga
Het ongeloof en verdriet zijn groot in Alphen aan den Rijn. Het Kabouterbos in Park Zegersloot, dat na een enorme vernielingsactie begin augustus met hulp van tientallen vrijwilligers en vele donaties weer langzaam tot leven kwam, is opnieuw zwaar toegetakeld. Voor de tweede keer in nog geen maand tijd hebben vandalen vrijwel alles wat met zoveel liefde was opgebouwd kapotgemaakt.
Veel kabouters zijn opnieuw omvergeschopt, kapotgegooid of vernield. Extra wrang is dat tussen de slachtoffers ook veel nieuwe kabouters zitten die juist na de eerste vernieling door betrokken inwoners en sympathisanten waren geschonken. De enorme herstelactie leek daarmee eindelijk haar vruchten af te werpen. Totdat de vernielers opnieuw toesloegen.
Van verdriet naar hoop – en weer terug
Begin augustus werd het Kabouterbos al getroffen door een ongekende ravage. Toen werden tientallen kabouters en talloze huisjes vernield. In eerste instantie werd gesproken over ruim zestig vernielde objecten; later bleek de schade nog groter en werd duidelijk dat meer dan honderd kabouters beschadigd waren. Ook vrijwel alle huisjes gingen eraan.
Voor beheerster en initiatiefneemster Gerda Bonninga kwam die eerste klap keihard aan. Niet alleen omdat zes jaar werk van vrijwilligers in korte tijd werd vernietigd, maar ook omdat veel van de huisjes waren gemaakt door haar kort daarvoor overleden echtgenoot Ger.
Gerda trof destijds een complete ravage aan. Kinderen die de vernielingen ontdekten, kwamen volgens eerdere berichtgeving huilend uit het bos. Zelf stond Gerda naar eigen zeggen eerst een half uur te huilen toen ze zag wat er was gebeurd.
Alphen stond op
Maar vervolgens gebeurde er iets bijzonders.
Waar een paar vandalen het bos in korte tijd kapot konden maken, bleek het onmogelijk om de betrokkenheid van de Alphense gemeenschap te vernielen.
Mensen brachten nieuwe kabouters. Anderen gingen op zoek naar exemplaren via Marktplaats. Vrijwilligers gingen aan de slag met herstelwerkzaamheden. Er kwamen nieuwe versieringen, vogelhuisjes, waslijntjes en huisjes. Zelfs bedrijven boden hulp aan.
Bij Gerda stonden op een gegeven moment thuis tientallen nieuwe kabouters te wachten op een plekje. In het bos waren al tientallen nieuwe exemplaren geplaatst. Voor de vernieling stonden er ongeveer driehonderd kabouters.
Ook stichting !Triggr riep mensen op om kabouters, paddenstoelen, egels, vogels en zelfgemaakte huisjes te doneren.
Langzaam kwam het sprookjesbos weer terug.
Tot nu.
Opnieuw alles aan diggelen
Amper een maand na de eerste vernieling is het opnieuw raak. Het Kabouterbos is volgens de actuele berichtgeving bijna compleet vernield. Veel kabouters zijn kapotgegooid of geschopt. Ook exemplaren die pas na de eerste vernielingsactie waren geschonken, zijn niet gespaard gebleven.
Daarmee worden niet alleen stukjes hout, steen of kunststof vernield.
Er wordt opnieuw een plek kapotgemaakt die door vrijwilligers in zes jaar tijd met liefde is opgebouwd en die bedoeld is om kinderen te laten spelen, ontdekken en fantaseren.
En juist dat maakt de tweede vernieling zo pijnlijk.
Ook kinderen zijn opnieuw de dupe
Het Kabouterbos is geen verzameling willekeurige beeldjes in het groen. Het is een plek waar kinderen hun fantasie de vrije loop kunnen laten.
Na de eerste vernieling kwamen er kinderen en gezinnen helpen. Een van de meest hartverwarmende voorbeelden was de driejarige Maud, die zelf kabouters in het bos had gezet om mee te helpen aan de wederopbouw. Nu blijkt dat ook die nieuwe inzet niet veilig was voor de vandalen.
De vraag die daardoor steeds harder klinkt, is simpel:
Wie doet zoiets?
Wie zijn deze vernielers?
Vooralsnog is niet bekend wie verantwoordelijk is voor de nieuwe vernielingen. Ook is niet vastgesteld of dezelfde personen achter beide vernielingsacties zitten.
Na de eerste vernielingen deed de politie al een oproep aan getuigen om zich te melden. De politie benadrukte daarbij dat locaties zoals het Kabouterbos vaak met veel liefde door vrijwilligers worden onderhouden en riep mensen op om van dat werk af te blijven.
Ook bij de nieuwe vernieling is nog niet duidelijk wie de daders zijn of wanneer precies de ravage is aangericht. Er zouden bovendien bandensporen zijn aangetroffen, maar of die iets met de vernielingen te maken hebben, is vooralsnog onbekend.
Een tweede klap die misschien nog harder aankomt
De eerste keer kon Gerda nog denken: we bouwen het gewoon opnieuw op.
En dat deed Alphen.
Er kwamen kabouters, geld, materialen, vrijwilligers en vooral veel steun. Mensen die Gerda helemaal niet kenden, wilden helpen. Het verdriet maakte plaats voor strijdlust. Gerda liet eerder weten zich niet klein te willen laten krijgen door een paar raddraaiers. De steun van honderden mensen woog voor haar uiteindelijk zwaarder dan de vernielingen.
Maar nu wordt opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar zo'n open plek is.
Nog voordat alle nieuwe huisjes konden worden geplaatst en het bos weer helemaal de oude was, ligt een groot deel opnieuw in puin.
De hufters kunnen veel kapotmaken, maar niet alles
Wat de daders waarschijnlijk niet hebben beseft, is dat ze met hun vernielingen iets anders in beweging hebben gezet.
De eerste keer lieten ze een ravage achter.
Maar daarna kwamen de mensen.
Ouders. Kinderen. Vrijwilligers. Buurtbewoners. Mensen die kabouters doneerden. Mensen die huisjes wilden maken. Bedrijven die wilden helpen. Mensen die Gerda een hart onder de riem staken.
Het was juist die saamhorigheid die ervoor zorgde dat het Kabouterbos weer begon te lachen.
En misschien is dat wel de belangrijkste boodschap van deze tweede vernieling:
Je kunt een kabouter omtrappen. Je kunt een huisje kapotslaan. Je kunt een heel bos aan diggelen schoppen. Maar daarmee krijg je de mensen die erom geven niet klein.
De vraag blijft echter wel hangen.
Wie flikt nou zoiets?


