Wie krijgt straks een sociale huurwoning? Holland Rijnland onderzoekt nieuw verdeelsysteem
Foto: Nieuw Elan
Wie krijgt een sociale huurwoning en wie moet nog jaren wachten? Die vraag staat centraal in de discussie over de toekomst van de woonruimteverdeling in Holland Rijnland. Tijdens een informatiebijeenkomst op woensdagavond 2 september werden gemeenteraadsleden bijgepraat over de problemen met het huidige systeem en mogelijke richtingen voor de toekomst. Namens Nieuw Elan woonde raadslid Clemens Boere de bijeenkomst bij.
Een nieuw verdeelsysteem ligt er overigens nog niet. Holland Rijnland onderzoekt eerst of de huidige manier van verdelen nog voldoende aansluit bij de woningmarkt en de verschillende groepen woningzoekenden. Op 23 september 2026 nemen de bestuurders van de deelnemende gemeenten een besluit over de vraag of dat onderzoek daadwerkelijk wordt gestart.
Ruim 52.500 actieve woningzoekenden
De aanleiding voor de discussie is duidelijk: de druk op de sociale huurmarkt is enorm. In Holland Rijnland zijn momenteel ongeveer 52.500 woningzoekenden actief op zoek naar een woning. Daar tegenover staan jaarlijks gemiddeld slechts ongeveer 4.000 woningen die via Huren in Holland Rijnland worden verhuurd.
De wachttijd voor woningzoekenden is daardoor inmiddels opgelopen tot bijna acht jaar. Het probleem is daarmee niet alleen dat er te weinig woningen zijn, maar ook dat de schaarse woningen op een manier moeten worden verdeeld die als zo eerlijk mogelijk wordt ervaren.
Holland Rijnland benadrukt daarbij dat een woonruimteverdeelsysteem de woningnood zelf niet kan oplossen. Het systeem bepaalt alleen hoe de woningen die wél beschikbaar komen worden verdeeld.
Inschrijftijd bepaalt nu grotendeels wie aan de beurt is
In het huidige systeem speelt de inschrijftijd een belangrijke rol. Wie het langst als woningzoekende staat ingeschreven, heeft in principe de beste positie bij het reageren op woningen.
Daarop bestaan uitzonderingen. Zo zijn er regelingen voor woningzoekenden met urgentie en is er ruimte voor lokale beleidskeuzes. Ook mogen woningcorporaties een deel van de vrijkomende woningen via loting verdelen. Volgens de huidige Huisvestingsverordening kan maximaal 10 procent van de vrijgekomen woonruimte per corporatie via loting worden toegewezen.
Daarnaast is in de Huisvestingsverordening 2026 de ruimte voor gemeenten uitgebreid om woningen met voorrang toe te wijzen aan mensen met een economische of maatschappelijke binding met de betreffende gemeente: van 25 naar 30 procent.
Het systeem is dus al niet uitsluitend gebaseerd op wachttijd. Toch vormt de inschrijftijd voor veel woningzoekenden de belangrijkste manier waarop hun positie wordt bepaald.
Actief zoeken kan belangrijker worden
Juist daarover wordt nu opnieuw nagedacht.
Een van de problemen die Holland Rijnland ziet, is dat mensen met weinig inschrijftijd soms nauwelijks kans maken op een woning, ook wanneer zij dringend een woning nodig hebben. Tegelijkertijd zijn er woningzoekenden die al jarenlang staan ingeschreven en daardoor een sterke positie hebben opgebouwd.
Tijdens de bijeenkomst werd daarom gekeken naar voorbeelden uit andere regio's waar op een andere manier met woonruimteverdeling wordt omgegaan. Bij sommige systemen krijgen woningzoekenden die daadwerkelijk actief op zoek zijn meer mogelijkheden om een woning te bemachtigen.
Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat niet alleen wordt gekeken naar hoe lang iemand staat ingeschreven, maar ook naar andere factoren zoals de daadwerkelijke woonbehoefte, het zoekgedrag of de persoonlijke situatie.
Het betekent echter niet dat Holland Rijnland inmiddels voor zo'n systeem heeft gekozen. De voorbeelden zijn onderdeel van de verkenning.
Onderzoek onder ruim 16.000 woningzoekenden
Een belangrijk onderdeel van de voorbereiding is een onderzoek dat Holland Rijnland Wonen heeft laten uitvoeren onder woningzoekenden.
Voor het onderzoek kregen 171.098 woningzoekenden een uitnodiging. Uiteindelijk deden 16.455 mensen mee. Het onderzoek keek niet alleen naar de vraag hoe mensen het huidige systeem ervaren, maar ook naar de waarden die zij belangrijk vinden bij de verdeling van schaarse woningen.
De uitkomsten laten zien dat dé woningzoekende niet bestaat. Holland Rijnland Wonen onderscheidt onder meer spoedzoekers, spoedwenszoekers, wenszoekers en voorzorginschrijvers. Zij hebben allemaal andere verwachtingen en belangen.
Een spoedzoeker wil bijvoorbeeld vooral snel een oplossing en duidelijkheid. Een woningzoekende die zich uit voorzorg heeft ingeschreven, kijkt veel meer naar de langere termijn.
Toch hebben de verschillende groepen één belangrijke behoefte gemeen: perspectief. Mensen willen weten wat hun kansen zijn en wanneer zij ongeveer voor een woning in aanmerking kunnen komen.
72 procent ervaart negatieve emoties
De uitkomsten van het onderzoek laten ook zien hoe frustrerend de huidige woningzoektocht voor veel mensen is. 72 procent van de ondervraagde woningzoekenden ervaart negatieve emoties bij het zoeken naar een sociale huurwoning.
Dat komt mede doordat mensen vaak weinig zicht hebben op hun daadwerkelijke kansen. De woningmarkt is krap, de wachttijden zijn lang en voor veel woningzoekenden is onduidelijk wanneer er daadwerkelijk een woning beschikbaar komt die bij hun situatie past.
Opvallend is bovendien dat er volgens het onderzoek geen enkele verdeelregel bestaat die voor iedereen eerlijk voelt. Wat iemand rechtvaardig vindt, hangt sterk samen met de eigen situatie.
Iemand die al acht jaar staat ingeschreven, zal anders naar eerlijkheid kijken dan iemand die pas kort staat ingeschreven maar bijvoorbeeld dringend een woning nodig heeft.
Vier richtingen voor een nieuw systeem
Uit het onderzoek van Holland Rijnland Wonen komen vier belangrijke richtingen naar voren:
1. Maak perspectief leidend.
Woningzoekenden moeten beter kunnen inschatten wat hun kansen zijn en wanneer zij mogelijk aan de beurt komen.
2. Ontwerp voor nood én wens.
Een systeem moet rekening houden met mensen die dringend een woning nodig hebben, maar ook met mensen die willen verhuizen of zich voorbereiden op een toekomstige woonbehoefte.
3. Zorg voor duidelijke regels.
Voor woningzoekenden moet helder zijn waarom iemand wel of niet voor een woning in aanmerking komt.
4. Stuur op passende toewijzing en doorstroming.
Het doel is niet alleen om woningen toe te wijzen, maar ook om ervoor te zorgen dat woningen terechtkomen bij mensen voor wie ze passend zijn en dat mensen kunnen doorstromen naar een woning die beter bij hun situatie past.
Deze uitgangspunten zijn inmiddels een belangrijke bouwsteen in de verdere discussie tussen gemeenten, woningcorporaties en andere betrokken partijen.
Ook een puntensysteem is eerder genoemd
De discussie over een ander verdeelmodel is overigens niet helemaal nieuw.
Bij de voorbereiding van de Huisvestingsverordening 2026 is eerder de mogelijkheid genoemd om te onderzoeken of een puntensysteem naar Amsterdams model geschikt zou kunnen zijn voor Holland Rijnland. Een dergelijk systeem kijkt niet uitsluitend naar de traditionele inschrijftijd, maar kan verschillende soorten punten toekennen op basis van omstandigheden en positie van een woningzoekende.
Dit is echter nadrukkelijk geen vastgesteld plan van Holland Rijnland. Het is een voorbeeld van een mogelijke richting die in de discussie over de toekomst van de woonruimteverdeling kan worden meegenomen.
Ook andere verdeelmodellen zijn eerder in de regio onderzocht, waaronder systemen waarin meer wordt gewerkt met loting of met het moment waarop iemand reageert.
Wat betekent dit voor Alphen aan den Rijn?
Voor woningzoekenden in Alphen aan den Rijn kan de discussie grote gevolgen hebben als uiteindelijk daadwerkelijk voor een ander systeem wordt gekozen.
De huidige regionale aanpak betekent dat woningzoekenden niet alleen binnen hun eigen gemeente zoeken. Holland Rijnland beschouwt de aangesloten gemeenten als één regionale woningmarkt. Daardoor zijn regionale afspraken nodig over de verdeling van de schaarse woningen.
Een verandering van het systeem kan daarom gevolgen hebben voor verschillende groepen in Alphen. Starters, gezinnen, ouderen, mensen die dringend een woning nodig hebben en woningzoekenden die al jarenlang inschrijftijd hebben opgebouwd, kunnen allemaal anders uitpakken onder een nieuw systeem.
Ook de vraag hoeveel ruimte gemeenten krijgen om eigen inwoners voorrang te geven, kan daarbij een rol spelen.
Recente verordening, toch alweer discussie
Opvallend is dat de huidige regionale Huisvestingsverordening pas per 1 januari 2026 in werking is getreden. De verordening werd in november 2025 vastgesteld. De aanpassingen waren onder meer nodig vanwege wijzigingen in de landelijke Huisvestingswet.
De nieuwe verordening veranderde onder andere de mogelijkheden voor lokale binding en de urgentieregeling. Toch wordt nu al gekeken naar een fundamentelere vraag: werkt de manier waarop de beschikbare sociale huurwoningen worden verdeeld nog wel goed genoeg?
Dat maakt de huidige discussie anders dan een reguliere technische aanpassing van de huisvestingsverordening. Het gaat mogelijk om een herziening van de manier waarop woningzoekenden hun kans op een woning opbouwen.
Eerst onderzoek, daarna pas keuzes
Belangrijk is dat woningzoekenden voorlopig niet te maken krijgen met direct gewijzigde regels. Er is nog geen besluit genomen over een nieuw verdeelmodel.
De bijeenkomst van 2 september was bedoeld om gemeenteraadsleden te informeren over de aanleiding, de ervaringen van woningzoekenden, mogelijke richtingen en het verdere proces.
De eerstvolgende belangrijke stap is 23 september 2026. Dan besluiten de bestuurders van de deelnemende gemeenten of het onderzoek naar een herziening van de woonruimteverdeling daadwerkelijk wordt gestart. Daarna volgt verdere uitwerking en overleg met betrokken partijen.
Voor 6 oktober staat bovendien een groepsgesprek gepland waarin de ervaringen van woningzoekenden verder kunnen worden meegenomen.
Nieuw Elan volgt ontwikkelingen
Namens Nieuw Elan was raadslid Clemens Boere aanwezig bij de informatiebijeenkomst. Voor de partij is het belangrijk om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen, zeker omdat eventuele veranderingen grote gevolgen kunnen hebben voor woningzoekenden in Alphen aan den Rijn.
Voor Nieuw Elan ligt daarbij een belangrijke vraag op tafel: hoe kan een systeem worden ingericht waarin mensen die al jarenlang wachten niet zomaar hun opgebouwde positie verliezen, terwijl tegelijkertijd woningzoekenden met een urgente woonbehoefte meer perspectief krijgen?
De komende maanden moet duidelijk worden welke keuzes Holland Rijnland uiteindelijk voorlegt aan de gemeenten.
Eén ding staat daarbij al vast: zolang er jaarlijks duizenden woningzoekenden meer zijn dan beschikbare sociale huurwoningen, zal geen enkel verdeelsysteem iedereen tevreden kunnen stellen. De politieke discussie gaat daarom uiteindelijk over de vraag welke vorm van verdeling als het meest eerlijk, duidelijk en rechtvaardig wordt gezien – en voor wie.


