Alphen aan den Rijn zet koers naar 2050: woningbouw, bereikbaarheid en leefbaarheid centraal
Foto: Gemeente Alphen aan den Rijn
Gemeente presenteert ambitieus collegewerkprogramma voor 2026-2030. Woningbouw moet worden versneld, grote gebiedsontwikkelingen krijgen vervolg en ook de toekomst van zorg, onderwijs, economie en veiligheid staat hoog op de agenda. Tegelijkertijd wil het gemeentebestuur de organisatie versterken en de dienstverlening aan inwoners verbeteren.
ALPHEN AAN DEN RIJN – De gemeente Alphen aan den Rijn staat de komende vier jaar voor een omvangrijke opgave. De groei van het aantal inwoners, de toenemende vraag naar woningen en voorzieningen en de druk op de bereikbaarheid vragen om ingrijpende keuzes. In het nieuwe collegewerkprogramma 2026-2030 presenteert het college van burgemeester en wethouders de plannen waarmee de gemeente deze uitdagingen wil aanpakken. De blik is daarbij nadrukkelijk op de toekomst gericht: Alphen aan den Rijn moet uitgroeien tot een toekomstbestendige gemeente waar economische groei samengaat met een goede leefomgeving, voldoende voorzieningen en brede welvaart.
Het collegewerkprogramma, met als titel 'Zicht op uitvoering! Samen groeien naar de toekomst', vertaalt het coalitieakkoord naar concrete plannen en actiepunten voor de komende bestuursperiode. In totaal zijn vijftien bestuurlijke prioriteiten en vijf organisatiegerichte prioriteiten vastgesteld. Deze lopen uiteen van woningbouw, mobiliteit en energie tot jeugdzorg, veiligheid, digitalisering en de financiële positie van de gemeente.
Een belangrijk uitgangspunt is dat de gemeente niet alleen kijkt naar economische groei en het aantal woningen, maar ook naar de kwaliteit van leven. Het college wil ervoor zorgen dat inwoners prettig kunnen wonen, werken en leven, dat ondernemers voldoende mogelijkheden krijgen en dat ook toekomstige generaties in een aantrekkelijke gemeente kunnen opgroeien.
Groei naar 140.000 inwoners vraagt om duidelijke keuzes
Een van de belangrijkste ontwikkelingen voor Alphen aan den Rijn is de verwachte bevolkingsgroei. De gemeente groeit de komende decennia naar meer dan 120.000 inwoners. Op langere termijn is een verdere groei naar ongeveer 140.000 inwoners mogelijk. Die ontwikkeling heeft grote gevolgen voor de woningmarkt, de infrastructuur, het onderwijs, de zorg en de openbare ruimte.
Het gemeentebestuur wil daarom een integrale toekomstvisie voor 2050 opstellen. Daarin moet duidelijk worden hoe de gemeente zich de komende decennia gaat ontwikkelen en welke keuzes daarvoor noodzakelijk zijn.
De toekomstvisie moet niet alleen richting geven aan nieuwe woningbouwprojecten, maar ook aan de ontwikkeling van bedrijventerreinen, voorzieningen, groen, mobiliteit en energie. Het college wil de visie samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en de gemeenteraad vormgeven.
De uitgangspunten van deze toekomstvisie worden vervolgens gebruikt om bestaande programma's en beleidsplannen waar nodig aan te passen. Daarmee wil het college voorkomen dat afzonderlijke projecten los van elkaar worden ontwikkeld.
De gemeente kiest nadrukkelijk voor het uitgangspunt van brede welvaart. Dat betekent dat niet uitsluitend wordt gekeken naar economische resultaten, maar ook naar gezondheid, bestaanszekerheid, duurzaamheid, veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid.
Versnelling woningbouw moet woningmarkt verlichting bieden
De woningbouwopgave vormt een van de belangrijkste prioriteiten voor de komende bestuursperiode. Het college wil voldoende betaalbare en passende woningen realiseren voor inwoners in verschillende levensfasen. Daarbij gaat het onder meer om starters, gezinnen, ouderen en mensen die vanwege hun zorgbehoefte een geschikte woning nodig hebben.
Om de woningbouw te versnellen, wil de gemeente meer regie nemen op ruimtelijke ontwikkelingen. Projecten moeten beter worden geprioriteerd en knelpunten die de bouw vertragen, moeten eerder worden aangepakt.
Een belangrijk onderdeel van die aanpak is de oprichting van een Taskforce Versnelling Woningbouw. Deze moet in 2027 operationeel zijn. De taskforce krijgt de opdracht om belemmeringen bij woningbouwprojecten in kaart te brengen en oplossingen te zoeken om projecten sneller tot uitvoering te brengen.
Daarnaast wil de gemeente de samenwerking met woningcorporaties, projectontwikkelaars, regiogemeenten en de provincie versterken. Ook worden de bestaande afspraken met woningcorporaties geactualiseerd.
In 2027 wil het college onder meer een Volkshuisvestingsprogramma vaststellen. Ook moet duidelijk worden hoeveel nieuwbouwwoningen jaarlijks moeten worden gerealiseerd. Verder staan een herziening van de woonzorgbehoefte, een mogelijke uitbreiding van de urgentieregeling en een startnotitie voor een starterslening op de planning.
De gemeente wil bovendien onderzoeken hoe bestaande woningen beter kunnen worden benut. In 2029 moet daarvoor beleid worden vastgesteld.
Ook alternatieve woonvormen krijgen aandacht. In 2028 moet een onderzoek zijn afgerond naar de behoefte aan en mogelijkheden voor andere woonvormen. Daarmee wil de gemeente inspelen op de veranderende samenstelling van de bevolking en de uiteenlopende woonbehoeften.
Gnephoek: eerste 900 woningen voorzien vanaf 2029
De gebiedsontwikkeling Gnephoek blijft een belangrijk onderdeel van de Alphense woningbouwplannen. Voor dit omvangrijke project staan de komende jaren verschillende voorbereidende en uitvoerende stappen gepland.
In 2026 staat de vaststelling van het omgevingsplan op de agenda. Een jaar later moeten onder meer het stedenbouwkundige raamwerkplan, het beeldkwaliteitsplan en het stedenbouwkundige plan voor de eerste fase worden vastgesteld. Ook is de oprichting van een publiek-private samenwerking voorzien.
Als de planning wordt gehaald, begint in 2029 het bouwrijp maken van het gebied. In datzelfde jaar moet de bouw van de eerste 900 woningen van start gaan.
De ontwikkeling van Gnephoek staat niet op zichzelf. Het college wil de woningbouw nadrukkelijk verbinden met de bereikbaarheid, energievoorziening, groenstructuur en maatschappelijke voorzieningen. Daarmee moet worden voorkomen dat nieuwe woningen worden gerealiseerd zonder dat de bijbehorende infrastructuur en voorzieningen voldoende zijn voorbereid.
Rijnhaven krijgt verdere ontwikkeling
Ook Rijnhaven blijft een belangrijk ontwikkelingsgebied. Het college wil de plannen voor het gebied de komende jaren verder uitwerken en uitvoeren.
In 2026 staan verschillende besluiten op de agenda. Zo wil de gemeente besluiten over de instelling van een kwaliteitsteam, een gemeentegarantie voor de financiering van de gebiedsontwikkeling en de ontwikkeling van de westoever.
In 2027 moet een besluit worden genomen over de verkoop van grond aan de gebiedsontwikkelingsmaatschappij voor de eerste fase van het Havenfront. Ook staat de start van de bouw van de eerste fase van Kop West gepland.
In 2028 moet de grondverkoop voor de tweede fase van het Havenfront aan de orde komen. De bouw van de eerste fase van het Havenfront staat eveneens voor dat jaar gepland. Een jaar later moet de bouw van de tweede fase beginnen.
Met deze gefaseerde ontwikkeling wil het college de gebiedsontwikkeling van Rijnhaven voortzetten en bijdragen aan de verdere groei van de gemeente.
Ook bestaande wijken krijgen aandacht
Naast de grote nieuwbouwprojecten wil het college nadrukkelijk investeren in bestaande wijken en dorpen. Daarbij gaat het onder meer om het verbeteren van de openbare ruimte, het versterken van de leefbaarheid en het combineren van verschillende maatschappelijke opgaven.
Voor het stadshart van Alphen aan den Rijn staan verschillende maatregelen gepland. In 2026 wordt onder meer gewerkt aan een pilot met verlichting en de vernieuwing van het plein voor de Adventskerk. Ook staat de aanleg van een ondergrondse waterbuffer aan de Paradijslaan op de agenda.
Verder wil de gemeente de ontwikkelingsmogelijkheden voor de verbinding tussen het centrum en het P+R-terrein onderzoeken. Daarbij wordt ook de brandweerkazerne betrokken.
In 2027 moeten de uitgangspunten voor een groen-blauwe verbinding worden vastgesteld. Daarna volgen onder meer de herinrichting van de Van Boetzelaerstraat in 2028, de reconstructie van de Paradijslaan in 2029 en de reconstructie van de Julianastraat in 2030.
Ook Ridderveld krijgt aandacht. Voor dit gebied wil het college in 2027 een programmaplan Gezond Ridderveld vaststellen. De daadwerkelijke uitvoering is echter afhankelijk van de integrale afweging bij de Kadernota 2028 en de financiële middelen die daarvoor beschikbaar worden gesteld.
Groen, water en bodem moeten leidend worden
Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen wil de gemeente nadrukkelijk rekening houden met de natuurlijke omstandigheden. Groen, water en bodem moeten een sturende rol krijgen bij het maken van ruimtelijke keuzes.
Het college wil daarmee inspelen op klimaatverandering en de gevolgen daarvan, zoals hitte, droogte en wateroverlast. Ook moet de biodiversiteit worden versterkt en moet de gemeente beter bestand worden tegen extreme weersomstandigheden.
In 2027 staat een nulmeting voor klimaatadaptatie gepland. Daarnaast wil de gemeente werken aan een overkoepelende waterportefeuille en een startnotitie voor een omgevingsprogramma Water.
In 2028 moet het ecologieprogramma worden vastgesteld. Daarin worden onder meer een nulmeting van de biodiversiteit en onderzoek naar maatregelen om biodiversiteit te stimuleren opgenomen.
Verder wil het college de klimaatbestendigheid van parken en open plekken in kaart brengen. De resultaten daarvan worden in 2029 verwacht.
Ook het buitengebied krijgt aandacht. Voor de periode 2026-2030 is een maatregelenpakket voorzien dat zich richt op klimaat en biodiversiteit.
Het uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen niet alleen moeten bijdragen aan woningbouw en economische groei, maar ook moeten passen bij het bestaande landschap en het watersysteem.
Bereikbaarheid onder druk door verdere groei
De groei van Alphen aan den Rijn brengt ook grote uitdagingen met zich mee op het gebied van mobiliteit. Meer inwoners en bedrijvigheid betekenen immers ook meer verplaatsingen. Het college wil daarom werken aan een bereikbaar, veilig en duurzaam mobiliteitssysteem.
Bij toekomstige vervoerskeuzes hanteert de gemeente het zogenoemde STOMP-principe. Daarbij krijgen lopen, fietsen en openbaar vervoer voorrang, gevolgd door mobiliteitsdiensten en uiteindelijk de privéauto.
De gemeente wil onder meer investeren in veilige fietsroutes, doorfietsroutes, deelmobiliteit en betere verbindingen tussen woongebieden en belangrijke bestemmingen.
In 2027 moet de visie Mobiliteit Alphen-West worden vastgesteld. Ook worden het mobiliteitsbeleid en het parkeerbeleid geactualiseerd. Daarnaast wil de gemeente een actieagenda voor hubs en deelmobiliteit opstellen.
Voor 2028 staan verkenningen gepland naar lokale verbetermaatregelen voor HWD en een betere ontsluiting van Boskoop, inclusief een mogelijke oeververbinding.
De gemeente wil daarnaast de effecten van nieuwe gebiedsontwikkelingen op het mobiliteitssysteem beter in beeld brengen. Hiervoor wordt samen met andere overheden en regiopartners gekeken naar oplossingen voor bestaande en toekomstige knelpunten.
Ook de aanleg van oeververbindingen bij Gnephoek staat op de planning. Deze zijn voorzien voor 2030.
Verder wil het college de laadcapaciteit voor elektrische voertuigen uitbreiden. In 2030 moet voldoende laadcapaciteit beschikbaar zijn.
In de centra wil de gemeente bovendien meer ruimte bieden aan voetgangers en fietsers. Het principe 'auto te gast' moet bijdragen aan een betere verblijfskwaliteit en meer ruimte voor ontmoeting, zonder dat de bereikbaarheid voor bewoners, bezoekers en ondernemers uit het oog wordt verloren.
Energievoorziening moet meegroeien
De energietransitie is een andere grote opgave voor de gemeente. De groei van het aantal woningen en bedrijven vraagt om een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening.
Tegelijkertijd staat het elektriciteitsnet onder druk. Netcongestie kan de ontwikkeling van nieuwe woningen en bedrijvigheid belemmeren. Het college wil daarom de komende jaren inzetten op energiebesparing, uitbreiding van duurzame energie en oplossingen voor de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet.
Inwoners en ondernemers moeten worden ondersteund bij het verduurzamen van hun woningen en bedrijfspanden. Voor woningen wil de gemeente in de periode 2026-2030 in totaal 3.500 isolatiesubsidies verstrekken.
In 2026 staan onder meer besluiten gepland over de tweede aanpak van energiearmoede en de verduurzaming van Verenigingen van Eigenaars.
Voor 2027 zijn verschillende belangrijke stappen opgenomen. Zo wil het college het Warmteprogramma vaststellen en besluiten nemen over de haalbaarheid van lokale aardwarmte. Ook staat een besluit over collectieve warmte voor Havenfront-Zeeheldenbuurt op de agenda.
Daarnaast wil de gemeente onderzoeken of energieopslag en flexibiliteit mogelijkheden bieden om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen.
Ook lokale energie-initiatieven krijgen aandacht. Het college wil onder meer besluiten over de gemeentelijke rol bij energiegemeenschappen en decentrale energiesystemen.
In 2028 moet duidelijker zijn hoeveel energie de gemeente in de toekomst nodig heeft, gekoppeld aan het groeiscenario voor 2040.
Ruimte voor bedrijven en nieuwe banen
De economische ontwikkeling van Alphen aan den Rijn vormt eveneens een belangrijk onderdeel van het collegewerkprogramma. Het college wil voldoende ruimte bieden aan ondernemers en ervoor zorgen dat de werkgelegenheid kan meegroeien met het aantal inwoners.
Daarbij ligt de nadruk op efficiënt ruimtegebruik, verduurzaming en innovatie. Bestaande bedrijventerreinen moeten beter worden benut. Ook wil de gemeente nieuwe werklocaties ontwikkelen.
Een van de belangrijke projecten is de ontwikkeling van de Barrepolder. In 2026 en 2027 wil het college een bestuursovereenkomst en een gebiedsvisie vaststellen. In 2027 staat daarnaast het Masterplan Barrepolder op de agenda.
Voor Hoorn-West is de start van de uitgifte van bedrijfskavels voorzien in 2027 of 2028.
Ook bestaande bedrijventerreinen moeten toekomstbestendiger worden. In 2029 wil de gemeente de eerste visies en herstructureringsplannen daarvoor presenteren.
Het college wil daarbij kijken naar mogelijkheden om voorzieningen, energie en logistiek tussen bedrijven te delen. Op die manier moet de beschikbare ruimte efficiënter worden benut.
Greenport Boskoop en landelijk gebied blijven belangrijk
Ook de Greenport Boskoop krijgt een plek in de economische plannen. De gemeente wil de sector toekomstbestendig houden en ruimte bieden aan innovatie en verduurzaming.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. In 2028 staat de uitwerking van een deelakkoord voor de Human Capital Agenda Greenport Boskoop gepland.
Daarnaast wil het college de efficiëntie van de logistiek in de Greenport onderzoeken. Ook moet het teeltareaal worden gemoderniseerd.
Het landelijke gebied moet volgens het college een plek blijven waar landbouw, natuur, energie en recreatie elkaar kunnen versterken. De gemeente wil daarom werken aan een aantrekkelijk en beleefbaar buitengebied, waarbij ook de landschappelijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven.
In 2027 staat de vaststelling van het uitvoeringsprogramma Recreatie en Toerisme 2027-2030 op de agenda. Ook wil de gemeente de visie op Park Zegersloot 2026-2036 vaststellen.
Andere plannen zijn gericht op de toekomst van Bentwoud, de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen en de verdere profilering van Alphen aan den Rijn.
In 2029 staat bovendien de ontwikkeling van een circulair centrum gepland.
Onderwijs en arbeidsmarkt moeten beter op elkaar aansluiten
De groei van de gemeente vraagt niet alleen om woningen en infrastructuur, maar ook om voldoende goed opgeleide werknemers. Het college wil daarom de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, ondernemers en maatschappelijke organisaties versterken.
De gemeente wil inwoners meer mogelijkheden bieden om zich gedurende hun leven te blijven ontwikkelen. Daarbij krijgen sectoren als de zorg en de Greenport bijzondere aandacht.
In 2027 moet de integrale Human Capital Agenda voor 2027-2031 worden herijkt. Ook wil het college het programma Werken, Innoveren en Leren vaststellen.
Daarnaast wordt jaarlijks gerapporteerd over STROOM, een initiatief dat onderdeel uitmaakt van de aanpak voor talentontwikkeling en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Door onderwijs, werkgelegenheid en woningbouw beter met elkaar te verbinden, wil de gemeente ervoor zorgen dat inwoners zich in Alphen aan den Rijn kunnen ontwikkelen en werkgevers voldoende personeel kunnen vinden.
Meer aandacht voor maatschappelijke voorzieningen
De groei van de gemeente heeft ook gevolgen voor maatschappelijke voorzieningen. Sporthallen, scholen, culturele instellingen en andere voorzieningen moeten aansluiten bij de behoeften van de groeiende bevolking.
Het college wil daarom een strategisch kader opstellen voor de ontwikkeling, spreiding en huisvesting van maatschappelijke voorzieningen. Dit kader moet in 2027 worden vastgesteld.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar multifunctioneel gebruik van gebouwen en locaties. Ook wil de gemeente voorzieningen realiseren die bijdragen aan ontmoeting, sport, cultuur, gezondheid en participatie.
Voor 2027 staan verschillende besluiten gepland. Zo wordt gekeken naar de renovatie van het Oude Raadhuis en de toekomst van zwembad Hoorn. Ook staat een besluit over een vitaliteitscentrum op de agenda.
Daarnaast zijn drie kunstgrasvelden voorzien om de speelcapaciteit bij drie voetbalverenigingen te vergroten. Ook worden squashbanen aan de Amerikalaan opgeleverd.
Voor de sporthal De Bijlen staat de oplevering in 2028 gepland.
Verder wil het college in 2027 een startnotitie opstellen over een asielzoekerscentrum vanaf 2030. Ook komt er een oriënterend onderzoek naar de mogelijkheden voor een dierenasiel en egelopvang.
Jeugd en gezinnen krijgen bijzondere aandacht
Een belangrijk onderdeel van het sociale beleid is het versterken van de pedagogische basis. Het college wil ervoor zorgen dat kinderen en jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het kind zelf, maar ook naar de omgeving waarin het opgroeit. Ouders, scholen, kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, sportverenigingen en maatschappelijke organisaties moeten nauwer samenwerken.
De gemeente wil onder meer investeren in sterke netwerken rondom kinderen en gezinnen. Ook moet de verbinding tussen onderwijs, zorg en de sociale basis worden verbeterd.
Een belangrijk doel is dat iedere jongere een startkwalificatie behaalt. Om dat te bereiken, wil de gemeente onder meer een aanpak voor thuiszitters ontwikkelen. Deze staat voor 2027 gepland.
Ook kinder- en jongerenparticipatie krijgt aandacht. In 2027 moet hiervoor een plan worden opgesteld.
Voor 2028 staat het Strategisch Masterplan Onderwijs op de agenda. Dit moet richting geven aan toekomstgerichte en gebiedsgerichte onderwijsvoorzieningen.
In 2029 wil het college een Integrale Jeugd Agenda vaststellen.
Ook de betaalbaarheid en toegankelijkheid van jeugdhulp blijven belangrijke aandachtspunten. De gemeente wil ondersteuning zoveel mogelijk dichtbij kinderen en gezinnen organiseren.
De invoering van de Wet Reikwijdte Jeugdhulp maakt eveneens deel uit van de plannen. De planning daarvan is afhankelijk van de besluitvorming door het Rijk.
Sterkere sociale basis moet zwaardere zorg helpen voorkomen
Naast de ondersteuning van kinderen en jongeren wil het college de sociale basis in wijken en dorpen versterken. Daarmee bedoelt de gemeente onder meer de netwerken van inwoners, vrijwilligers, verenigingen en maatschappelijke organisaties.
Het doel is dat inwoners elkaar gemakkelijker weten te vinden, elkaar ondersteunen en zoveel mogelijk zelfstandig kunnen deelnemen aan de samenleving.
Het college wil investeren in ontmoetingsplekken, buurthuizen, vrijwilligerswerk, sport en cultuur. Ook moet er meer aandacht komen voor inclusie, gelijke kansen en het voorkomen van sociale uitsluiting.
In 2026 staat een subsidieregeling voor de sociale basis op de agenda. In 2027 wil het college onder meer een businesscase voor de sociale basis opstellen en een vitaliteitsbedrijf oprichten.
Ook het vrijwilligersbeleid en het buurthuizenbeleid worden herzien.
In 2028 wil de gemeente een wijkgerichte pilot starten om de sociale basis verder te versterken. Een jaar later moeten de maatschappelijke subsidies opnieuw worden beoordeeld.
Het college verwacht dat een sterkere sociale basis kan bijdragen aan de leefbaarheid en gezondheid van wijken en dorpen. Bovendien moet het helpen voorkomen dat relatief lichte hulpvragen uitgroeien tot zwaardere zorgvragen.
Hervorming van het sociaal stelsel
Ook de inrichting van het sociaal stelsel wordt de komende jaren aangepakt. Het college wil ervoor zorgen dat inwoners tijdig de juiste ondersteuning krijgen en dat zorg toegankelijk en betaalbaar blijft.
Daarbij wil de gemeente de lokale teams versterken. Deze moeten inwoners zo veel mogelijk dichtbij huis kunnen helpen en ervoor zorgen dat problemen eerder worden gesignaleerd.
Daarnaast wil het college aandacht besteden aan bestaanszekerheid en financiële zelfredzaamheid.
In 2027 staan onder meer een beleidsplan Financieel Fit en een startnotitie voor de AlphenPas gepland. Ook wordt gewerkt aan een toekomstbestendige aanpak voor de opvang van Oekraïners.
In 2028 moet er een plan liggen voor stevige lokale teams. In 2029 wil de gemeente advies uitbrengen over de hervorming van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), wanneer de betreffende contracten aflopen.
Het college wil daarmee de ondersteuning beter laten aansluiten op de behoeften van inwoners en tegelijkertijd de houdbaarheid van het sociaal domein op lange termijn bewaken.
Veiligheid en weerbaarheid moeten worden versterkt
Veiligheid is volgens het college een belangrijke voorwaarde voor een goed functionerende samenleving. De gemeente wil daarom de komende jaren meer inzetten op preventie, vroegsignalering, toezicht en handhaving.
De aanpak moet zich richten op verschillende vormen van onveiligheid, waaronder overlast, ondermijnende criminaliteit en digitale criminaliteit.
Daarbij wordt nadrukkelijk samengewerkt met andere domeinen, zoals zorg, jeugd, wonen en de openbare ruimte.
In 2027 wil de gemeente een veiligheidsinformatiepunt inrichten waarmee gegevens kunnen worden geanalyseerd. Ook wordt onderzocht hoe meldingen over veiligheid en leefbaarheid beter kunnen worden afgehandeld.
Daarnaast wil het college het team Toezicht en Handhaving beter toerusten om de toenemende leefbaarheidsopgaven aan te pakken.
De maatregelen uit het Integraal Veiligheidsbeleid 2027-2030 moeten gedurende deze periode worden uitgevoerd.
Ook de maatschappelijke weerbaarheid krijgt aandacht. De gemeente wil beter voorbereid zijn op grootschalige incidenten, zoals stroomuitval, cyberincidenten en extreme weersomstandigheden.
In 2026 wordt een gemeentebreed programma voor maatschappelijke weerbaarheid opgestart. In 2027 moeten de vitale processen van de gemeente voorbereid zijn op mogelijke verstoringen.
In 2028 moet een basis voor samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners zijn ingericht. Een jaar later worden de nieuwe maatregelen geoefend binnen de crisisorganisatie.
Het college wil daarmee niet alleen de gemeentelijke organisatie beter voorbereiden, maar ook de samenredzaamheid van inwoners en organisaties vergroten.
Gemeentelijke organisatie moet sterker en stabieler worden
Om alle ambities te kunnen uitvoeren, wil het college ook de eigen organisatie versterken. Volgens het programma is de organisatie op onderdelen uit balans geraakt. Dat heeft onder meer geleid tot een hoog percentage externe inhuur.
Het college wil daarom bouwen aan een stabiele organisatie met voldoende capaciteit en een prettig werkklimaat.
De gemeente wil bovendien de dienstverlening aan inwoners en ondernemers verbeteren. Het huidige niveau van de basisdienstverlening staat volgens het programma onder druk door een tekort aan capaciteit en middelen.
In 2027 moeten de capaciteit en middelen beter op orde worden gebracht. Ook staat de vervanging van de gemeentelijke website en het klantcontactsysteem gepland.
In 2028 moeten onder meer elektronische formulieren en een klantportaal worden gerealiseerd. Daarnaast wil de gemeente belangrijke klantprocessen vereenvoudigen en de communicatie verbeteren.
Het doel is dat inwoners en ondernemers eenvoudiger zaken kunnen regelen met de gemeente en sneller de juiste informatie kunnen vinden.
Digitalisering en kunstmatige intelligentie
Digitalisering en datagedreven werken vormen een andere belangrijke prioriteit. Het college wil gegevens beter benutten om beleid te ontwikkelen, resultaten te meten en tijdig bij te sturen.
In 2026 wil de gemeente starten met informatiegestuurd werken. Ook staat de vaststelling van een ethisch kader voor kunstmatige intelligentie en datagebruik gepland voor 2026 of 2027.
In 2028 moet een data- en AI-monitor beschikbaar zijn waarmee de gemeente kan leren en bijsturen.
In 2029 wil het college wijk- en gebiedsinformatie beter bundelen. Ook moet kunstmatige intelligentie verder worden ingebed in de gemeentelijke bedrijfsvoering.
Uiteindelijk wil de gemeente vanaf 2030 structureel sturen op maatschappelijke effecten.
Daarbij blijft verantwoord datagebruik een belangrijk uitgangspunt. De gemeente wil digitalisering inzetten om de dienstverlening en de uitvoering te verbeteren, maar ook aandacht houden voor privacy en ethische vraagstukken.
Nieuwe begroting moet meer inzicht geven
Ook de financiële sturing wordt aangepast. Het college wil een nieuwe opzet voor de beleidsbegroting invoeren, zodat duidelijker wordt welke doelen worden nagestreefd en welke resultaten daarmee moeten worden bereikt.
De nieuwe indeling van de programma's moet al in de begroting voor 2027 worden opgenomen. Ook moeten daarin concrete doelomschrijvingen en resultaten worden vastgelegd.
Daarnaast wil het college de financiële positie van de gemeente beter inzichtelijk maken.
In 2026 wordt een nota over een solide financiële positie opgesteld. In 2027 volgen een onderzoek en een analyse van het strategisch financieel beleid. De nieuwe methodiek moet vervolgens in de begroting voor 2028 worden toegepast.
Het college wil hiermee een betere basis creëren voor het maken van keuzes. Daarbij moeten ambities, beschikbare middelen en uitvoeringscapaciteit met elkaar in evenwicht blijven.
Meer samenwerken met inwoners en dorpen
Een belangrijk uitgangspunt van het college is dat het gemeentebestuur dichter bij de samenleving wil staan. Inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties moeten meer betrokken worden bij plannen en ontwikkelingen.
Het college wil daarom nadrukkelijk wijk- en dorpsgericht werken. Daarbij moet rekening worden gehouden met de verschillen tussen de verschillende kernen en wijken.
Niet iedere wijk heeft immers dezelfde behoeften. Het college wil daarom meer maatwerk mogelijk maken en waar nodig extra investeren in gebieden of groepen die met grotere uitdagingen te maken hebben.
In 2026 wil het college kennismaken met bewonersoverleggen. In 2027 moet een dashboard voor gebiedskennis worden gestart. Daarmee wil de gemeente informatie over wijken en dorpen beter benutten.
In 2028 moet gebiedsgericht werken verder worden verwerkt in visies, beleid en advisering. In 2029 wil de gemeente een eerste aanzet presenteren voor een meer samenwerkende overheid, waarbij inwoners en andere partijen nadrukkelijker bij de ontwikkeling van plannen worden betrokken.
Ook regionale samenwerking blijft belangrijk. Het college wil een actieve partner zijn voor omliggende gemeenten, de provincie en het Rijk. De gemeente wil bestaande samenwerkingsverbanden beter benutten om de grote maatschappelijke opgaven aan te pakken.
Van plannen naar concrete resultaten
Het collegewerkprogramma bevat een uitgebreide planning voor de periode 2026-2030. Voor verschillende onderwerpen zijn concrete mijlpalen vastgesteld. Daarmee wil het college meer inzicht geven in de uitvoering van de plannen en de voortgang beter kunnen volgen.
De komende jaren zullen veel voorstellen nog aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Voor verschillende onderwerpen worden startnotities opgesteld, waarna verdere uitwerking en besluitvorming volgen.
Niet alle plannen zijn daarmee al definitief. Sommige projecten zijn afhankelijk van aanvullende besluitvorming, beschikbare financiële middelen of afspraken met andere overheden en samenwerkingspartners.
Het college wil de gemeenteraad actief betrekken bij de uitvoering. De raad krijgt onder meer de mogelijkheid om de planning van onderwerpen af te stemmen op de langetermijnagenda.
Ook de jaarlijkse begroting blijft een belangrijk instrument om de plannen financieel mogelijk te maken.
Ambitie voor de komende vier jaar
Met het collegewerkprogramma 2026-2030 zet Alphen aan den Rijn een brede ontwikkelingsagenda neer. De gemeente wil groeien, maar tegelijkertijd de bestaande kwaliteiten van de stad, dorpen en het buitengebied behouden en versterken.
Woningbouw, bereikbaarheid, energie en economie vormen belangrijke onderdelen van die agenda. Tegelijkertijd wil het college investeren in onderwijs, maatschappelijke voorzieningen, zorg, veiligheid en een sterke sociale basis.
Ook de gemeentelijke organisatie moet worden klaargemaakt voor de toekomst. Een stabiele organisatie, een solide financiële positie en betere dienstverlening zijn volgens het college noodzakelijk om de ambities waar te maken.
De komende vier jaar moeten duidelijk maken in hoeverre de plannen daadwerkelijk kunnen worden omgezet in concrete resultaten. De uiteindelijke koers voor de lange termijn wordt vastgelegd in de toekomstvisie voor 2050.
De centrale ambitie van het college is daarbij helder: een toekomstbestendige gemeente waarin groei samengaat met brede welvaart. Of die ambitie werkelijkheid wordt, zal de komende jaren vooral blijken uit de uitvoering van de plannen en de resultaten die inwoners en ondernemers daarvan merken.

