College Alphen houdt vast aan warmtetransitie: belangrijke keuzes voor Zeeheldenbuurt al vastgelegd
Foto: Ter illustratie
ALPHEN AAN DEN RIJN – Het college van burgemeester en wethouders houdt vast aan de plannen voor de warmtetransitie in Alphen aan den Rijn. Dat blijkt uit de beantwoording van artikel 40-vragen die op 9 september 2026 aan het college zijn gesteld over de warmtetransitie, keuzevrijheid en participatie. Hoewel het college benadrukt dat inwoners uiteindelijk zelf kunnen beslissen of zij hun woning op een toekomstig warmtenet aansluiten, zijn voor de Zeeheldenbuurt inmiddels al belangrijke technische en organisatorische keuzes gemaakt.
Aanleiding voor de vragen was onder meer het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 31 augustus 2026 over het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Dat besluit moet samen met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treden.
Het college zegt het advies van de Raad van State nauwlettend te volgen, maar ziet geen aanleiding om de voorbereidingen voor het Alphense warmteprogramma of de wijkgerichte aanpak stil te leggen. Volgens het college richt het advies zich op de landelijke wetgever en betekent het niet dat de lokale voorbereidingen op onjuiste gronden plaatsvinden.
Zeeheldenbuurt aangewezen als verkenningsgebied
Alphen aan den Rijn werkt al enkele jaren aan de overgang naar een aardgasvrije gemeente. De gemeenteraad stelde in 2022 unaniem de Transitievisie Warmte vast. Daarin is onder meer de Zeeheldenbuurt aangewezen als verkenningsgebied.
Het college verwijst daarnaast naar het Klimaatakkoord, dat in 2019 bestuurlijk door Alphen aan den Rijn is gesteund. Volgens het college vormen deze beleidsafspraken de basis voor de huidige communicatie en participatie rond de warmtetransitie.
Ook juridisch ziet het college voldoende basis. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is op 10 december 2025 door de Eerste Kamer aangenomen en moet volgens de huidige planning op 1 januari 2027 in werking treden.
Het college zegt inwoners zo duidelijk mogelijk te willen informeren, maar gaat niet mee in het verzoek om in de communicatie nadrukkelijk onderscheid te maken tussen landelijke klimaatdoelen, toekomstige wettelijke mogelijkheden en besluiten die de gemeenteraad nog moet nemen.
Participatie moet inwoners ruimte geven voor hun mening
Volgens het college kunnen inwoners tijdens het participatietraject hun zorgen, wensen en behoeften kenbaar maken. Ook kunnen zij aangeven wat zij de gemeente willen meegeven voordat wordt besloten welke warmteoplossing voor een wijk of buurt het meest kansrijk is.
Het participatieplan voor het warmteprogramma werd in november 2025 in de gemeenteraad besproken en begin 2026 door het college definitief vastgesteld. Daarin is bepaald dat het participatieniveau ‘beslissen’ over het Warmteprogramma bij het college ligt.
Daarnaast komt er voor het ontwerp-Warmteprogramma een officiële zienswijzeprocedure. Het ontwerp wordt naar verwachting in de eerste helft van 2027 ter inzage gelegd. Inwoners kunnen dan formeel reageren. Volgens het college worden de resultaten van de participatie en de zienswijzen, waar relevant, verwerkt in het definitieve warmteprogramma.
Belangrijke keuzes voor warmtenet zijn al gemaakt
Tegelijkertijd blijkt uit de beantwoording dat voor de Zeeheldenbuurt al verschillende belangrijke uitgangspunten zijn vastgelegd.
Zo werkt de gemeente samen met Alliander Warmte, Woonforte en GEM Havenfront. Ook is gekozen voor aquathermie als technisch concept. Voor de Zeeheldenbuurt wordt uitgegaan van een middentemperatuur-warmtenet met een aanvoertemperatuur van 70 graden Celsius.
Voor Havenfront wordt gewerkt met een zeer lage temperatuurbronnet van ongeveer 13 graden Celsius.
Volgens het college zijn deze principiële keuzes noodzakelijk om het voorlopig ontwerp te kunnen maken en de aansluitkosten te kunnen bepalen. Tegelijkertijd stelt het college dat de vraag óf er daadwerkelijk een warmtenet in de Zeeheldenbuurt komt nog onderdeel is van de besluitvorming.
Inwoner kan zelf kiezen, huurders staan voor gezamenlijke keuze
Een belangrijk onderdeel van de beantwoording gaat over de keuzevrijheid van inwoners.
Het college stelt dat individuele inwoners zelf kunnen besluiten of zij hun woning op het toekomstige warmtenet willen aansluiten. Voor huurders van Woonforte ligt dat anders. Daar geldt een instemmingsdrempel van minimaal 70 procent voor de werkzaamheden.
Wordt die grens niet gehaald, dan kan het project in de Zeeheldenbuurt volgens het college vertragen of zelfs worden gestopt.
Daarmee ligt een belangrijk deel van de uiteindelijke haalbaarheid van het project bij de bewoners zelf. Het college noemt de participatie daarom volledig open, omdat inwoners volgens het college niet verplicht zijn om hun woning op het toekomstige warmtenet aan te sluiten.
‘Volledig open’ ondanks doel om draagvlak te creëren
Juist daar zit een opvallend onderdeel in de beantwoording. In de participatiestrategie wordt voldoende draagvlak voor de overstap van aardgas naar een warmtenet als doel genoemd. Tegelijkertijd zegt het college dat de participatie volledig open is.
Volgens het college is dat verenigbaar omdat inwoners uiteindelijk zelf de keuze houden om wel of niet aan te sluiten. Bij de huurwoningen vormt de 70-procentgrens een extra voorwaarde.
Als die grens niet wordt gehaald, kan het project vertragen of stoppen. Dat betekent echter niet dat de gemeente haar doelstelling om uiteindelijk aardgasvrij te worden loslaat.
Het college benadrukt dat het Zwembad De Hoorn en de geplande nieuwbouwontwikkeling ook zonder voldoende draagvlak onder inwoners van de Zeeheldenbuurt kunnen doorgaan.
Nog geen duidelijkheid over betaalbaarheid
Een ander belangrijk punt betreft de betaalbaarheid van de warmtetransitie. De vragenstellers wilden weten hoe het college wil voorkomen dat individuele huishoudens met hoge kosten worden geconfronteerd wanneer de gemeente in de toekomst gebruik zou maken van een wettelijke aanwijsbevoegdheid.
Daarover kan het college op dit moment nog geen concrete garanties geven.
De betaalbaarheidstoets moet worden uitgewerkt in het Bgiw. Dat besluit is nog niet definitief vastgesteld en wordt opnieuw bekeken naar aanleiding van het advies van de Raad van State.
Zolang de definitieve rekenregels en normen niet bekend zijn, kan het college naar eigen zeggen nog niet aangeven hoe de betaalbaarheid voor individuele huishoudens precies wordt gegarandeerd.
Ook is nog niet duidelijk hoe de financiële gevolgen voor verschillende typen woningen en huishoudens eruit zullen zien.
College noemt betaalbaarheid wel belangrijk uitgangspunt
Het college benadrukt dat betaalbaarheid wel degelijk een belangrijk uitgangspunt is. In het coalitieakkoord is volgens het college gekozen voor een actieve en realistische regierol richting een aardgasvrije gemeente in 2050.
Daarbij zegt het college aandacht te hebben voor zowel de benodigde investeringen als de betrokkenheid van inwoners.
Voor bewoners van de Zeeheldenbuurt blijft daarmee voorlopig een belangrijke vraag openstaan: wat gaat een eventuele aansluiting op het warmtenet uiteindelijk kosten en in hoeverre kunnen zij daar zelf over beslissen?
Het college zegt dat de vraag of het warmtenet er daadwerkelijk komt nog onderdeel is van de besluitvorming. Tegelijkertijd zijn de samenwerking, de technische richting en het type warmtenet inmiddels wel als uitgangspunt vastgelegd.
De komende periode moet het participatietraject duidelijk maken hoeveel steun er onder inwoners bestaat. Het ontwerp-Warmteprogramma wordt naar verwachting in de eerste helft van 2027 ter inzage gelegd. Daarna moeten verdere besluiten worden genomen over de warmtetransitie in Alphen aan den Rijn.

