Column: “Tankstations 2026: Wie het eerst tankt, lacht het laatst”

Welkom in 2026, het jaar waarin tanken niet meer gaat over benzine, maar over overleven. Diesel op 2,50 euro? Euro95 in de buurt van 2,50? Fantastisch. Tijd voor de nationale sport: Jerrycan-judo en bumper-ballet.
Het tankstation is nu een arena. Mensen duwen en trekken, alsof de laatste liter Euro95 een Olympische gouden medaille is. Een oma met een boodschappenkar vecht om een plekje naast een vent met een vrachtwagenchauffeursrugzak vol jerrycans. Er vliegen bijna kappen van tanks en koffiebekers door de lucht. Als je niet oplet, word je geraakt door een losgeschoten pompstationbord.
En dan de grensovergang. Nederlanders racen naar België en Duitsland alsof ze deelnemen aan een internationale estafette: “Pak die Euro95, pak ‘m nu, vergeet je portemonnee niet!” Intussen stapt iemand in een file van tien kilometer, zijn auto volgeladen met flessen benzine en blikjes energiedrank, omdat hij denkt dat hij de economie redt.
Pomphouders kijken toe met een mengeling van horror en amusement. Martin van Eijk van Drive noemt het “hamsteren 2.0, de nieuwe nationale hobby”. Sommigen hebben al timers op hun jerrycans gezet, alsof het een kookwekker is: “Als ik deze liter niet tank binnen 30 seconden, verlies ik alles!”
Boven ons vliegt de olieprijs vrolijk verder omhoog, de G7 overlegt in hun airconditioned wolkenkrabbers, en wij… wij worden langzaam omgetoverd tot stripfiguren: gezichten vertrokken, ogen wijd, portemonnee huilend op de bijrijdersstoel. De hele natie lijkt op een animatiefilm waarin iedereen overdreven valt, schreeuwt, en toch blijft lachen, omdat er niets anders te doen is dan de waanzin ondergaan.
Dus ja, dit is het nieuwe normaal: bumperkleven wordt cardio, jerrycans zijn je nieuwe accessoires, en tanken is een extreme sport. Lachwekkend? Absoluut. Miselijkmakend? Zeker. Maar hé, als je overleeft, heb je in ieder geval genoeg brandstof om nog een dag te lachen.
Xaverio.
