Column: De zon op je terras of een woning voor een ander — wat weegt zwaarder?

In Alphen aan den Rijn spelen we weer het favoriete nationale spel: doen alsof we een woningcrisis willen oplossen, terwijl we in de praktijk elk concreet plan de nek omdraaien.
Het dossier rond De Aarhof is bijna te perfect om waar te zijn. Een verouderd winkelcentrum dat eindelijk wordt aangepakt. Honderden woningen erbij — niet ergens in een weiland waar niemand wil wonen, maar gewoon midden in de stad. Precies waar jarenlang om is gevraagd.
En dan, voorspelbaar als regen in november: bezwaar. Procedure. Vertraging. De gang naar de Raad van State.
De officiële reden? Schaduw op een terras. Windhinder. Parkeerdruk. Wateroverlast.
De officieuze reden? Daar mag je zelf over nadenken.
Want laten we het beestje bij de naam noemen: dit riekt niet naar bezorgde burgers die overvallen worden door megalomane plannen. Dit ruikt naar belangen. Naar concurrentie. Naar mensen die het spel van vastgoed en ontwikkeling tot in de puntjes kennen — en het nu inzetten om iets tegen te houden wat hen simpelweg niet uitkomt.
En dat is precies wat het zo wrang maakt.
Want dit zijn niet de mensen die klem zitten op de woningmarkt. Dit zijn niet de starters die noodgedwongen nog bij hun ouders wonen. Dit zijn niet de verpleegkundigen, leraren of jonge gezinnen die al jaren zoeken naar iets betaalbaars.
Nee, dit zijn mensen mét positie. Mét middelen. Mét toegang tot advocaten en procedures.
En precies die middelen worden nu ingezet om honderden woningen te vertragen.
Voor een terras.
Laat dat even bezinken.
Natuurlijk, juridisch klopt het allemaal. In Nederland mag je bezwaar maken, procederen, traineren — het systeem faciliteert het zelfs. Maar er zit een verschil tussen je recht halen en de boel gijzelen.
En dát is wat hier gebeurt.
Ondertussen voeren we eindeloze discussies over “bouwen voor wie?”, “betaalbaarheid” en “doorstroming”. Alsof dat het echte probleem is. Alsof we in de luxe positie zitten om kieskeurig te zijn.
De realiteit is veel simpeler en pijnlijker: er zijn te weinig woningen. Punt.
En elk project dat wordt vertraagd — om welke reden dan ook — maakt dat probleem groter.
Ja, misschien zijn die appartementen straks niet allemaal voor starters. Misschien komen er penthouses. Misschien stijgen de prijzen in de omgeving.
Maar weet je wat er gebeurt als je níet bouwt? Dan gebeurt er helemaal niets. Dan blijft iedereen zitten waar hij zit. Dan stroomt er niets door. Dan wordt alles nóg duurder.
Stilstand is geen neutrale optie. Stilstand is achteruitgang.
En toch blijven we het doen. Overal in het land zie je hetzelfde patroon: we zijn collectief vóór woningbouw, maar individueel tégen elk concreet project. Want zodra het dichtbij komt, verandert “maatschappelijk belang” ineens in “persoonlijk ongemak”.
Een beetje meer schaduw. Een beetje meer drukte. Een beetje minder uitzicht.
En dat blijkt keer op keer zwaarder te wegen dan het feit dat anderen überhaupt geen dak boven hun hoofd kunnen vinden.
Het ongemakkelijke is: dit gaat niet alleen over een paar bezwaarmakers in Alphen. Dit zijn wij.
Wij, die massaal roepen dat er gebouwd moet worden — maar bezwaar maken zodra het onze straat raakt.
Wij, die profiteren van stijgende huizenprijzen — maar klagen dat jongeren niets meer kunnen kopen.
Wij, die de ladder hebben beklommen — en hem daarna demonstratief omhoog trekken.
Dus ja, noem het gerust wat het is.
Geen strijd om leefbaarheid. Geen principiële discussie over ruimtelijke ordening.
Maar keihard eigenbelang, verpakt in nette juridische argumenten.
En ondertussen? Ondertussen wacht er weer een generatie.
Xaverio.
