Column: “Wanbestuur kost Alphen 300.000 euro — en niemand grijpt in”

Het begint inmiddels gênant te worden.
In Alphen aan den Rijn is het opnieuw raak: een project van zeven woningen dat eindigt in nul resultaat en een rekening van 300.000 euro. Geen oplevering, geen bouw, geen maatschappelijk rendement. Alleen verlies.
Maar laten we stoppen met het woord “tegenvaller”.
Dit is geen tegenvaller.
Dit is bestuurlijk falen in slow motion.
De eerste fout: verkopen zonder te weten wat je verkoopt
In 2019 verkoopt de gemeente grond aan een ontwikkelaar, met de belofte dat die bouwrijp wordt opgeleverd. Dat klinkt als een standaardafspraak — totdat je beseft dat de gemeente op dat moment niet wist wat dat ging kosten.
Dat is geen inschattingsfout.
Dat is een fundamentele misser.
Iedereen met basale kennis van projectontwikkeling weet: je onderzoekt eerst de bodem, de risico’s en de kosten. Dán bepaal je de prijs en maak je afspraken. Niet andersom.
Hier gebeurde het andersom.
En dus begon het project feitelijk al met een achterstand — eentje die later keihard terug zou slaan.
De tweede fout: risico’s negeren die al bekend waren
De ondergrond was complex. Dat was geen verrassing, dat was bekend.
Toch werd er geen diepgaand onderzoek gedaan voordat de deal werd gesloten. Pas later, toen het project al liep, kwamen de echte kosten boven tafel. Sanering, inrichting, extra maatregelen — alles bleek duurder, moeilijker en tijdrovender.
Dit is geen pech.
Dit is willens en wetens een risico nemen — met andermans geld.
De derde fout: totale regieloosheid
Daarna ontspoort het project volledig.
- Extra onderzoeken naar bomen
- Vertragingen
- Wisselingen van projectleiders
- Oplopende kosten
- Geen duidelijke sturing
Het beeld dat ontstaat is onthutsend: een gemeente die de controle volledig kwijt is over haar eigen project.
Geen strakke regie.
Geen duidelijke verantwoordelijkheid.
Geen moment waarop iemand zegt: dit gaat de verkeerde kant op, we grijpen in.
Het kabbelt door. En de rekening loopt op.
De eindfase: falen verkopen als beleid
En dan komt het moment suprême: stoppen.
Niet omdat het plan inhoudelijk niet deugt.
Niet omdat er geen behoefte is aan woningen.
Maar omdat het financieel uit de hand is gelopen.
En hoe wordt dat gebracht?
Als een verstandige keuze.
Als “besparing” van 100.000 euro.
Dat is geen besluit.
Dat is damage control verpakt als succesverhaal.
Alsof inwoners niet begrijpen dat je eerst drie ton moet verliezen voordat je überhaupt kunt “besparen”.
De echte rekening
De zichtbare schade is 300.000 euro.
Maar de werkelijke schade is groter:
- 0 woningen in een woningmarkt die piept en kraakt
- vertrouwen dat verder afbrokkelt
- een signaal dat fouten geen gevolgen hebben
Want dat is de kern van dit verhaal.
Waar is de verantwoordelijkheid?
Waar is de wethouder die zegt: dit reken ik mezelf aan?
Waar is de gemeenteraad die zegt: dit accepteren we niet?
Waar is de politieke consequentie?
Die is er niet.
En dát is het echte probleem.
Niet de fout.
Niet de drie ton.
Maar het feit dat dit kan gebeuren zonder dat er iemand op afgerekend wordt.
Dit is geen incident meer
Dit past in een patroon.
Projecten die te optimistisch worden ingestoken.
Risico’s die worden onderschat.
Kosten die achteraf exploderen.
En bestuurders die het vervolgens gladstrijken met rapporten en begrotingswijzigingen.
Zonder echte verandering.
Zonder consequenties.
De harde conclusie
Als een gemeente er niet in slaagt om een project van zeven woningen tot een goed einde te brengen, dan is er iets fundamenteel mis.
Niet met dat project.
Maar met de manier van besturen.
En zolang dat niet verandert, is dit geen uitzondering.
Dan is dit de norm.
Nieuwe plannen zullen volgen.
Nieuwe fouten ook.
Nieuwe verliezen gegarandeerd.
En telkens weer zal dezelfde vraag opkomen:
wie houdt hier eigenlijk toezicht op — en wanneer stopt dit?
Xaverio.

