Een dochter verloren, twintig jaar later nog steeds geen einde

Bijna twintig jaar nadat Tamara Wolvers op gruwelijke wijze om het leven kwam, moeten haar ouders opnieuw wachten. Opnieuw geen duidelijkheid. Opnieuw geen definitieve uitspraak. De Hoge Raad besloot eerst advies te vragen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Juridisch misschien een logische stap, maar voor Nel en Berry Wolvers voelt het als de zoveelste klap in een strijd die al bijna twee decennia duurt.
Hoeveel geduld mag een rechtsstaat eigenlijk nog vragen van ouders die hun dochter zijn verloren?
Niemand zal ontkennen dat zorgvuldigheid de basis vormt van onze rechtspraak. Een vrijspraak mag niet zomaar terzijde worden geschoven en ook degene die opnieuw wordt verdacht, heeft rechten. Dat is precies wat een rechtsstaat onderscheidt van willekeur. Maar zorgvuldigheid mag nooit ontaarden in eindeloos uitstel. Want hoe langer procedures duren, hoe groter de afstand wordt tussen recht en rechtvaardigheid.
Terwijl juristen zich buigen over verdragen, wetsartikelen en het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit mag worden vervolgd, leven Nel en Berry Wolvers al twintig jaar met een leegte die nooit verdwijnt. Iedere nieuwe procedure betekent opnieuw hoop. Iedere vertraging betekent opnieuw teleurstelling. Iedere uitspraak zonder definitief antwoord haalt oude wonden weer open.
Het Openbaar Ministerie vraagt niet lichtvaardig om herziening van een onherroepelijke vrijspraak. Dat gebeurt alleen wanneer justitie van oordeel is dat nieuw en zwaarwegend bewijs aanleiding geeft om de zaak opnieuw te laten beoordelen. Dat maakt deze procedure uitzonderlijk. Juist daarom wringt het dat opnieuw maanden of misschien zelfs jaren voorbijgaan voordat er duidelijkheid komt.
Ondertussen leeft degene op wie de verdenking opnieuw rust al bijna twintig jaar zonder definitieve beantwoording van de zaak. De familie Wolvers daarentegen leeft al twintig jaar met een graf, met herinneringen en met een verdriet dat nooit minder wordt. Dat verschil is pijnlijk en voor veel mensen nauwelijks nog uit te leggen.
De woorden van Nel Wolvers vatten alles samen: 'Ik ben moe van het strijden.' Dat is geen emotionele uitbarsting, maar een noodkreet van een moeder die al twintig jaar vecht voor antwoorden. Hoeveel rechtszalen moet je nog binnenlopen? Hoe vaak moet je dezelfde feiten opnieuw horen? Hoe vaak moet je weer hopen om uiteindelijk opnieuw teleurgesteld naar huis te gaan?
Deze zaak gaat allang niet meer alleen over juridische regels. Ze gaat over een jonge vrouw die haar leven verloor, over ouders die hun dochter moesten begraven en over een samenleving die mag verwachten dat ernstige misdrijven uiteindelijk volledig worden opgehelderd wanneer daar volgens justitie nieuwe mogelijkheden voor zijn.
De Hoge Raad zal uiteindelijk een beslissing nemen. Tot die tijd blijft één ding overeind: bijna twintig jaar wachten is voor deze familie een loodzware tweede straf. Hoe zorgvuldig de rechtsstaat ook moet zijn, gerechtigheid die eindeloos op zich laat wachten, voelt voor nabestaanden steeds meer als onrecht.
Xaverio.

