Alphen vraagt om uw mening, maar ligt de vuilniszak soms al klaar?

Wat een prachtig staaltje gemeentelijke democratie. Alphen aan den Rijn vraagt inwoners opnieuw om mee te denken over het toekomstige afvalbeleid. U mag een vragenlijst invullen, aangeven wat u vindt van betalen naar gebruik, nadenken over een restafval-tegoed en zelfs naar een wijkgesprek komen. U mag 10 tot 15 minuten van uw kostbare tijd besteden aan het vertellen wat u ervan vindt. Wat vriendelijk. Wat betrokken. Wat democratisch. Alleen blijft één klein detail knagen: luisteren ze ook echt?
Onder het bericht van de gemeente regent het reacties van inwoners die het simpelweg niet meer vertrouwen. “Ze hebben toch al beslist.” “Het wordt er gewoon doorgedrukt.” “Participatie is alleen een vinkje.” “Straks betalen we dubbel.” “Dit gaat afvaldumping in de hand werken.” Dat zijn geen reacties waar je als gemeente vrolijk van wordt. Maar misschien moet de gemeente zich daar ook niet helemaal over verbazen. Want terwijl inwoners wordt gevraagd wat zij vinden van betalen naar gebruik en andere financiële prikkels, is er ondertussen al een omvangrijke Europese aanbesteding geweest voor nieuwe vulgraad- en toegangssystemen voor ondergrondse containers. Het gaat om 1.420 vulgraadsensoren en 1.087 toegangscontrolesystemen. Die systemen kunnen technisch worden gebruikt voor verschillende vormen van afvalbeheer, waaronder systemen waarbij het gebruik van containers wordt geregistreerd.
Laat ik meteen één ding duidelijk maken: DIFTAR is in Alphen aan den Rijn nog niet besloten. De gemeenteraad moet de verschillende scenario’s nog beoordelen en uiteindelijk een richting kiezen. Wie beweert dat DIFTAR al definitief is ingevoerd, loopt dus op de feiten vooruit. Maar dat betekent niet dat inwoners geen kritische vragen mogen stellen over de manier waarop dit proces verloopt. Integendeel. Als de technische infrastructuur al wordt voorbereid terwijl de politieke keuze nog moet worden gemaakt, is het volkomen legitiem om te vragen wat er technisch, financieel en contractueel nog werkelijk openligt. Stel dat straks een grote meerderheid van de inwoners zegt: wij willen geen betalen naar gebruik. Kan de gemeenteraad dan zonder problemen besluiten om het niet te doen? Of zitten er inmiddels zoveel technische en financiële consequenties aan de gekozen systemen dat terugdraaien een stuk ingewikkelder wordt?
En precies daar begint het vertrouwen te knellen. De gemeente kan honderd keer zeggen dat inwoners mogen meepraten, maar participatie heeft alleen betekenis als inwoners daadwerkelijk invloed kunnen hebben op de uitkomst. Anders is het geen inspraak, maar een enquête. En dat verschil is nogal belangrijk. “We nemen uw mening mee.” “We luisteren naar uw zorgen.” “Uw inbreng is belangrijk.” We kennen die zinnen inmiddels wel. Het klinkt allemaal prachtig, maar inwoners willen uiteindelijk maar één ding weten: wat gebeurt er met mijn mening als ik straks tegen het voorgestelde systeem ben?
Daar komt nog iets bij: de rekening. Betalen naar gebruik klinkt op papier aantrekkelijk. Je betaalt immers voor wat je gebruikt. Maar afval is geen luxeproduct dat je eenvoudig kunt weigeren. Een gezin met drie kinderen heeft andere afvalstromen dan een alleenstaande. Een bewoner van een eengezinswoning heeft andere mogelijkheden dan iemand in een flat. En iemand die om hygiënische redenen regelmatig kleine hoeveelheden restafval weggooit, kan straks vaker een aanbieding registreren dan iemand die zijn afval wekenlang kan opsparen. Dan moet je als gemeente dus niet alleen kijken naar de gemiddelde inwoner, maar ook naar mensen die financieel weinig ruimte hebben of simpelweg minder mogelijkheden hebben om hun afval op dezelfde manier te scheiden en op te slaan.
Ook de zorgen over illegale dumping mogen niet zomaar worden weggewuifd. Nee, het is geen vaststaand feit dat betalen naar gebruik automatisch tot meer afvaldumping leidt. Maar het is wel een risico dat onderzocht moet worden. Want een afvalzak die niet meer in de container wordt gegooid, verdwijnt niet opeens uit de samenleving. Die kan naast een container, in een berm, in een bosje of ergens in het buitengebied terechtkomen. En wie moet die troep vervolgens opruimen? Juist: de gemeente. En wie betaalt de gemeente? De inwoners. Dan kan een systeem dat bedoeld is om kosten te beheersen en afval te verminderen uiteindelijk nieuwe kosten veroorzaken voor toezicht, handhaving en opruiming. Dan heb je het afvalprobleem niet opgelost, maar alleen verplaatst.
En dan zijn er nog de inwoners die zich afvragen wat er überhaupt met de huidige afvalstoffenheffing gebeurt. Als mensen straks betalen voor iedere keer dat ze restafval aanbieden, wordt de bestaande heffing dan verlaagd? Verdwijnt een deel ervan? Of komt er een variabel bedrag bovenop wat mensen nu al betalen? Dat zijn geen bijzaken. Dat zijn precies de vragen waarop inwoners antwoord moeten krijgen voordat ze gevraagd wordt hun mening te geven. Wie serieus wil dat inwoners meedenken, moet ook serieus de cijfers op tafel leggen: wat kost het huidige systeem, wat gaat het nieuwe systeem kosten, wat kost de technische infrastructuur, wat kost handhaving, wat gebeurt er met illegale dumping en vooral: wat betekent dit uiteindelijk voor de portemonnee van de inwoner?
Want laten we vooral niet doen alsof dit alleen maar over duurzaamheid gaat. Natuurlijk moet Alphen minder restafval produceren. Natuurlijk moeten grondstoffen beter worden hergebruikt en moeten inwoners worden gestimuleerd om afval goed te scheiden. Daar valt weinig tegenin te brengen. Maar een financiële prikkel is niet automatisch goed beleid. Je moet ook kijken naar de sociale gevolgen. Naar de oudere inwoner, het grote gezin, de bewoner van een flat, de inwoner met weinig geld en de mensen die niet overal dezelfde mogelijkheden hebben om afval te scheiden. Goed beleid kijkt niet alleen naar kilo’s afval op een spreadsheet, maar ook naar de mensen achter die kilo’s.
Misschien is dat uiteindelijk wel het grootste probleem rondom dit dossier: het vertrouwen. De reacties onder het gemeentelijke bericht laten zien dat een deel van de inwoners er al vanuit gaat dat hun mening weinig verschil zal maken. Dat betekent niet dat iedere reactie automatisch gelijk heeft. Maar het betekent wel dat de gemeente iets uit te leggen heeft. Niet met nog meer politiek jargon, maar met openheid. Maak duidelijk wat al vastligt en wat nog niet. Maak duidelijk welke keuzes werkelijk openstaan. Laat zien wat er met de uitkomst van de enquête gebeurt. En als de gemeenteraad uiteindelijk iets anders besluit dan waar inwoners massaal om hebben gevraagd, leg dan uit waarom.
Want de burger is geen vinkje op een participatielijst. De burger betaalt belasting, betaalt de afvalstoffenheffing en zal mogelijk straks ook betalen voor iedere keer dat hij zijn restafval aanbiedt. Dan mag diezelfde burger toch op z'n minst weten hoeveel invloed zijn mening werkelijk heeft?
Dus gemeente Alphen: vraag vooral wat inwoners vinden. Maar neem dan ook de verantwoordelijkheid om naar het antwoord te luisteren. Want als inwoners alleen worden gevraagd om achteraf te kunnen zeggen dat er “breed is geparticipeerd”, terwijl de belangrijkste richting ondertussen al technisch wordt voorbereid, dan kun je het beter gewoon eerlijk zeggen.
Dan is het geen inspraak.
Dan is het participatietheater.
En dan zit de burger niet aan het stuur.
Dan zit de burger op de tribune, met de rekening in zijn hand.
Xaverio.


