Ga naar hoofdinhoud
  • Home
  • Regio-Nieuws
  • Het Weer in Alphen
  • Diensten Gemeente Alphen
  • Bedrijvengids Regio Alphen
  • Alphense Geschiedenis
  • Alphen in het verleden
  • 50 Uitjes in het Groene Hart
  • Uitgaansagenda
  • Evenementen Kalender/Poppodium Max - Pleyn68
  • Recept van vandaag
  • COLUMNS
  • Over Ons – Nieuws in Alphen
  • Disclaimer
  • Contact met ons
  • Sudoku van de dag

Recente berichten

  • Kritiek op zero-emissiezone in Alphen: ‘Kosten komen uiteindelijk bij inwoners terecht’
    3 okt., 2026
  • Al 24 jaar problemen met Alphens stadhuis: van eerste lekkage naar renovatie van €10,7 miljoen
    3 okt., 2026
  • Gemeente klem tussen netbeheerders en grondeigenaren
    3 okt., 2026
  • Twintig jaar na de Alphense Wokmoord: de moord die Alphen nooit vergat
    3 okt., 2026
  • Femke Puister van Scala College uitgeroepen tot Zorg & Welzijn Docent van het Jaar 2026
    2 okt., 2026
  • 97-jarige Alphenaar nog altijd angstig na gewelddadige babbeltruc: verdachte (20) voor de rechter
    2 okt., 2026
  • Circospin en Reco Holding ontvangen Groene Pluim voor duurzaam en sociaal ondernemen
    2 okt., 2026

More forecasts: Het weer in Amsterdam 14 dagen

1d3e9f0b-0660-436c-8dd8-0e2bbfa0cf71.jpg

2937eed0-07bc-4ec1-bec3-943cc4a7ea19-2.jpg

26eea177-8828-4210-8f43-3ea4a68b57b5-Photoroom.jpg

a9ea6b57-f5c2-4a3c-8efb-902452eff346-2.jpg

Al 24 jaar problemen met Alphens stadhuis: van eerste lekkage naar renovatie van €10,7 miljoen

oktober 3, 2026 om 13:51, Geen reacties

04edcb8e-977b-497c-b164-5db3b1209868.jpg

Het moest een gebouw worden dat Alphen aan den Rijn een nieuw gezicht gaf. Een modern stadhuis dat onderdeel was van de grote vernieuwing van het centrum, ontworpen door de internationaal werkende architect Erick van Egeraat. Geen traditioneel gemeentehuis met rechte gevels en een voorspelbaar dak, maar een gebouw met gebogen vormen, duizenden verschillende glaspanelen, een golvend zinken dak en de opvallende ‘spaghettiramen’.

Ruim twintig jaar later is het Alphense stadhuis vooral ook een gebouw met een lange geschiedenis van technische problemen en oplopende kosten.

De eerste lekkage werd al kort na de oplevering in 2002 vastgesteld. De daaropvolgende tien jaar voerde BAM herstelwerkzaamheden uit binnen de garantietermijn. Na 2012 bleef het probleem bestaan en nam de gemeente het dossier zelf over. Een herstelonderzoek was medio 2017 afgerond, maar een definitieve renovatie kwam er niet. Pas vanaf 2022 werd het dossier opnieuw voortvarend opgepakt.

In 2023 stelde de gemeenteraad bijna €4,9 miljoen beschikbaar voor de renovatie van gevel en dak. Dat bleek uiteindelijk onvoldoende. Na verder onderzoek, twee proefopstellingen en een bouwteamtraject is het benodigde investeringsbedrag gestegen naar €10.680.706 exclusief btw.

En daarmee is het verhaal nog niet afgelopen. Ook de klimaatinstallaties en centrale energievoorziening moeten de komende jaren worden aangepakt. Daarvoor ligt een afzonderlijke raming van ongeveer €11,45 miljoen.

Het stadhuis is daarmee niet alleen een architectonisch opvallend gebouw, maar ook een dossier waarin ontwerpambitie, aanbesteding, bouwtechniek, onderhoud, aansprakelijkheid en gemeentelijke financiën al bijna een kwart eeuw samenkomen.

Een nieuw visitekaartje voor Alphen

Het ontwerp van het stadhuis begon in de tweede helft van de jaren negentig. Architect Erick van Egeraat en zijn bureau EEA kregen opdracht voor een gebouw dat onderdeel moest worden van de vernieuwing van het Alphense stadscentrum.

Het project vormde een van de eerste gerealiseerde onderdelen van het Masterplan voor de modernisering van het stadshart. Naast het stadhuis moest ook de openbare ruimte worden vernieuwd en moesten wonen, werken, winkelen, cultuur en horeca een impuls krijgen.

Van Egeraat koos nadrukkelijk voor een onconventionele vorm.

Het complex bestaat uit drie hoofddelen: het hoofdgebouw, het tussengedeelte voor het Servicecentrum Alphen en een achterbouw met verhuurbare kantoorruimte. Onder het hoofdgebouw kwam een parkeergarage met 240 plaatsen. Het totale vloeroppervlak bedraagt ongeveer 25.000 vierkante meter.

Het hoofdgebouw kreeg een stalen draagconstructie waarin ruim 1.300 ton staal werd verwerkt.

Maar vooral de gevel maakt het gebouw bijzonder.

Er werd ongeveer 5.136 vierkante meter glas toegepast, verdeeld over circa 2.500 unieke panelen. Ieder paneel heeft zijn eigen afmeting, kromming en print. De gevel bestaat uit gebogen oppervlakken en gaat over in een gebogen zinken dak. In die zinken constructie zijn de zogenoemde spaghettiramen verwerkt: smalle ramen die de gebogen beweging van dak naar gevel volgen.

Het is precies die bijzondere architectuur die later een belangrijke rol zou spelen bij de problemen.

De bouw begint in 2000

HBG Utiliteitsbouw begon in mei 2000 met de bouw. Het gebouw werd in december 2002 door HBG als gereed gemeld. De aanneemsom bedroeg volgens HBG ongeveer €24 miljoen.

Andere architectuurbronnen noemen voor het project aanzienlijk hogere bouwkosten. Dat verschil is niet zonder meer een tegenstrijdigheid: een aanneemsom is niet hetzelfde als de totale project- of stichtingskosten. Daarom kunnen de verschillende bedragen niet simpelweg bij elkaar worden opgeteld.

De bouw zelf was technisch ingewikkeld. Al tijdens de bouw liep de financiële raming verder op.

In april 2001 werd gemeld dat de raming was gestegen van 83 miljoen naar 95 miljoen gulden. Als belangrijke oorzaak werd de verlenging van de bouwtijd genoemd. Die langere bouwtijd hing samen met de ingewikkelde constructie van het gebouw.

De financiële problemen van het project waren daarmee al vóór de oplevering zichtbaar.

De aanbesteding: 39 miljoen gulden wordt ruim 52 miljoen

Nog voordat de eerste paal voor het gebouw werd geslagen, ontstond er discussie over de aanbesteding.

Voor de bouw werd in 1999 ongeveer 39 miljoen gulden geraamd. Vijf bouwbedrijven schreven in. Geen van de biedingen kwam in de buurt van die raming.

Alle vijf inschrijvers zaten rond de 52 miljoen gulden. HBG was met ongeveer 52 miljoen gulden de laagste inschrijver. De gemeente vond de uitkomsten opvallend en kreeg het vermoeden dat mogelijk sprake was van verboden prijsafspraken.

De kwestie werd uiteindelijk onderdeel van de landelijke bouwfraudeaffaire.

Later bleek uit een zogenoemde schaduwboekhouding van een bouwonderneming dat er een verwijzing naar het Alphense stadhuis stond. Volgens berichtgeving uit die periode was er in 1999 sprake geweest van illegaal vooroverleg tussen bedrijven die bij de aanbesteding betrokken waren.

De gemeente begon in 2004 een juridische procedure en vorderde uiteindelijk ruim €4,6 miljoen schadevergoeding.

De zaak kreeg echter geen inhoudelijke financiële afrekening waar de gemeente op had gehoopt. De Raad van Arbitrage voor de Bouw verklaarde de gemeente in 2011 niet-ontvankelijk omdat Alphen volgens de Raad te laat had geprocedeerd.

Dat is een belangrijk onderscheid.

Er is dus een gedocumenteerde geschiedenis van vermoedens, een landelijke bouwfraudezaak, juridische procedures en een verwijzing naar illegaal vooroverleg. Maar daaruit volgt niet dat iedere kostenoverschrijding van het stadhuis door bouwfraude is veroorzaakt.

De hogere kosten moeten worden onderscheiden naar aanbesteding, bouwtijd, ontwerpcomplexiteit, meerwerk en latere technische problemen.

Een bijzonder gebouw met bijzonder veel maatwerk

De architectuur was vanaf het begin bewust complex.

De gevel bevat vrijwel geen standaardonderdelen. De gebogen vlakken, het glas, de prints en de spaghettiramen zijn speciaal voor het gebouw ontworpen.

Dat levert een gebouw op dat architectonisch herkenbaar is, maar ook een gebouw waarin reparatie en vervanging ingewikkeld kunnen zijn.

Dat blijkt jaren later cruciaal.

De gemeente concludeert op basis van gespecialiseerd onderzoek dat de toegepaste gevelconstructie door een combinatie van architectonische uitgangspunten en onnauwkeurige uitvoering niet voldoet aan de eisen voor waterdichtheid. Aanpassing en vervanging van de spaghettikozijnen zijn volgens de gemeente daarom noodzakelijk.

Daarmee is niet automatisch vastgesteld wie juridisch verantwoordelijk is voor de oorspronkelijke problemen. Een technische oorzaak en juridische aansprakelijkheid zijn twee verschillende zaken.

Kort na de oplevering komt de eerste lekkage

Het gebouw was nog maar net opgeleverd toen het volgende hoofdstuk begon.

Volgens de gemeentelijke reconstructie werd vrij snel na de oplevering in 2002 vastgesteld dat de gevel aan de noordoostzijde, bij een spaghettikozijn, niet waterdicht was.

De lekkage was dus geen probleem dat pas na jaren van slijtage ontstond.

Het probleem zat al aan het begin van de levensduur van het gebouw.

Gedurende de tienjarige garantietermijn voerde BAM herstelwerkzaamheden uit aan de gevel. De garantie liep tot ongeveer 2012. Na het aflopen van die termijn verrichtte BAM volgens de gemeentelijke reconstructie geen verdere werkzaamheden meer aan het gemeentehuis en nam de gemeente het probleem zelf over.

Daarmee begon een lange periode waarin verschillende pogingen werden gedaan om de lekkages onder controle te krijgen.

Maar het probleem verdween niet.

Tien jaar garantie, daarna zelf aan de slag

De periode tussen 2002 en 2012 is van groot belang voor de reconstructie.

De gemeente beschikte gedurende die jaren over de mogelijkheid om de aannemer binnen de garantietermijn aan te spreken. Dat BAM daadwerkelijk herstelwerkzaamheden uitvoerde, staat in de huidige gemeentelijke reconstructie.

Wat nog niet volledig openbaar beschikbaar is, zijn alle oorspronkelijke garantiecontracten, correspondentie, herstelrapporten en kostenoverzichten uit die periode.

Daar ligt een belangrijke onderzoeksvraag.

Welke lekkages waren in die tien jaar bekend? Hoe vaak is gerepareerd? Welke onderdelen zijn vervangen? Welke oplossingen werden voorgesteld? En werd destijds al vastgesteld dat het probleem structureel was?

Die antwoorden zitten waarschijnlijk voor een belangrijk deel in het oorspronkelijke bouw- en onderhoudsdossier.

Na 2012 blijft de lekkage bestaan

Na afloop van de garantieperiode moest de gemeente zelf verder.

De lekkages verdwenen niet. Daarom werd een nieuw herstelonderzoek ingesteld.

Dat onderzoek was volgens de gemeente medio 2017 afgerond. Vanuit dat onderzoek werd besloten om de gevelrenovatie openbaar aan te besteden.

Maar de renovatie kwam niet direct van de grond.

Binnen de organisatie bestonden verschillende opvattingen over de manier waarop de uitvoering in de markt moest worden gezet. Daardoor werd de voorgenomen aanbesteding uiteindelijk niet doorgezet.

Dat is een belangrijk moment in de geschiedenis van het gebouw.

In 2017 lag er dus al een onderzoek naar de lekkages en lag er een besluit om de gevel te renoveren. Toch volgde geen daadwerkelijke renovatie.

Pas medio 2022 werd het probleem opnieuw opgepakt.

Daarmee verstreken ongeveer vijf jaar tussen het afronden van het herstelonderzoek en het opnieuw oppakken van het dossier.

2023: de gemeente trekt bijna €4,9 miljoen uit

In 2023 kwam er opnieuw beweging.

De gemeenteraad stelde een investeringskrediet beschikbaar voor de renovatie van gevel en dak. De oorspronkelijke investering bedroeg €4.893.166.

De aanleiding was helder: de gevel lekte en eerdere pogingen om het probleem op te lossen hadden niet tot een definitieve oplossing geleid.

Het gespecialiseerde onderzoek wees volgens de gemeente uit dat de gevelconstructie niet voldeed aan de eisen voor waterdichtheid.

Het probleem zat vooral rond de spaghettikozijnen.

Om die te kunnen vervangen, moest een deel van de zinken gevelbekleding worden verwijderd. Omdat de gevel over een groot deel in de steigers moest worden gezet en de bestaande kunststof dakbedekking door de werkzaamheden beschadigd kon raken, werd besloten de dakbedekking tegelijkertijd aan te pakken.

De renovatie werd daardoor meteen breder dan alleen het repareren van een paar lekkende kozijnen.

Ook isolatie, dakbeveiliging en verduurzaming werden onderdeel van het plan.

De aanbesteding van 2023

Eind 2023 werd de renovatie via een nationale openbare aanbesteding in de markt gezet.

J.P. van Eesteren werd geselecteerd voor een bouwteamtraject. Volgens de gemeentelijke stukken was J.P. van Eesteren de enige partij die inschreef.

Dat is opmerkelijk, maar moet wel in context worden gezien. Het ging niet om een eenvoudige standaardrenovatie. De technische complexiteit van het gebouw maakte een traditionele renovatieaanpak moeilijk.

Daarom werd gekozen voor een bouwteamconstructie waarin de technische oplossingen verder konden worden onderzocht en uitgewerkt.

Twee proefopstellingen veranderen het financiële beeld

In het bouwteam werden verschillende oplossingen onderzocht.

Er kwamen twee proefopstellingen.

Die waren belangrijk omdat op papier niet volledig duidelijk was hoe de complexe gevel in de praktijk moest worden aangepakt.

De proefopstellingen maakten de omvang en complexiteit van het werk beter zichtbaar. Vervolgens werden verschillende alternatieven uitgewerkt en doorgerekend.

De oorspronkelijke raming bleek daardoor niet meer toereikend.

Vooral de gevel bleek veel duurder dan aanvankelijk gedacht.

Van €4,9 miljoen naar €10,68 miljoen

De gemeente kwam uiteindelijk uit op een totale investering van €10.680.706.

Dat is €5.787.540 meer dan het oorspronkelijke krediet van €4.893.166. Het benodigde bedrag is daarmee meer dan verdubbeld.

De gemeente geeft zelf een duidelijke verklaring voor die stijging.

Het gemeentehuis heeft een amorfe vorm en de lekkende gevel bevat volgens de gemeente vrijwel geen standaardonderdelen. Vrijwel alles moet op maat worden gemaakt. In de oorspronkelijke raming waren de bijkomende kosten en bouwkosten volgens de gemeente aanzienlijk te laag ingeschat.

Het verschil zit bovendien niet alleen in de kozijnen.

De gemeentelijke vergelijking laat zien waar het geld naartoe gaat.

De renovatie uitgesplitst

Voor het herstel van de gevellekkage, de spaghettikozijnen en de daklichten was aanvankelijk ongeveer €926.907 opgenomen.

In de nieuwe raming is dat gestegen naar ongeveer €3.155.077.

Voor de dakbedekking inclusief verduurzaming was aanvankelijk circa €1.443.641 begroot. De nieuwe raming bedraagt ongeveer €1.877.405.

Ook de bouwplaatskosten en algemene kosten stegen sterk: van ongeveer €864.879 naar €1.552.088.

De interne kosten en advieswerkzaamheden stegen van ongeveer €221.749 naar €771.969.

Voor zonnepanelen is ongeveer €678.973 geraamd.

De dakbeveiliging komt uit op ongeveer €145.509.

Verder zijn er bedragen opgenomen voor onder meer bouwteam en proefopstellingen, onvoorziene werkzaamheden, extra werkzaamheden, indexatie van bouwkosten en frictiekosten.

Het totaal komt uit op €10.680.706.

Daarmee wordt duidelijk dat de €10,7 miljoen niet uitsluitend het prijskaartje van de lekkage is.

Een deel van het bedrag betreft noodzakelijk herstel, maar ook dakvervanging, verduurzaming, zonnepanelen, bouwplaatskosten, advies, indexatie en andere bijkomende werkzaamheden maken onderdeel uit van het krediet.

De dakrenovatie wordt onderdeel van hetzelfde project

Het dak heeft inmiddels zijn eigen problemen.

De bestaande kunststof dakbedekking is aan het einde van de levensduur. Omdat de gevelwerkzaamheden risico's opleveren voor de dakbedekking en het dak toch moet worden aangepakt, wordt de renovatie gecombineerd.

De isolatie wordt verbeterd.

De dakbedekking wordt vervangen.

De dakbeveiliging wordt aangepast.

Ook het hemelwaterafvoersysteem blijkt niet goed te functioneren.

Daarnaast worden de karakteristieke halvemaanvormige daklichten aangepakt en worden extra zonnepanelen geplaatst.

Het voordeel van deze combinatie is dat verschillende werkzaamheden in één renovatie kunnen worden uitgevoerd. Tegelijkertijd maakt het de operatie omvangrijker en duurder dan alleen een gevelreparatie.

2026: de renovatie is daadwerkelijk begonnen

In 2026 is het project niet langer alleen een dossier op papier.

De gemeente meldt in september 2026 dat de renovatie volop bezig is.

Kozijnen en ramen zijn inmiddels vernieuwd en de binnengevel op de derde verdieping is grotendeels hersteld. Het herstel op die verdieping was volgens de gemeente ongeveer 80 procent gereed. Daarna zijn ook werkzaamheden aan de tweede verdieping gestart.

De volledige gevelrenovatie wordt naar verwachting in februari of maart 2027 afgerond.

Ook het dak wordt inmiddels aangepakt. Het hoogste dak heeft nieuwe, hoogwaardigere isolatie gekregen en de dakbedekking is vervangen. Onder het dak wordt het hemelwaterafvoersysteem aangepast. Ook de lager gelegen daken worden vernieuwd.

De dakwerkzaamheden moeten volgens de huidige planning in de zomer van 2027 gereed zijn.

Maar daarmee is de technische renovatie nog niet voorbij

Wie denkt dat het stadhuis na de gevel- en dakrenovatie technisch weer klaar is, komt bedrogen uit.

Er ligt namelijk nog een tweede grote opgave: de klimaatinstallaties en de centrale energievoorziening.

Het gemeentehuis maakt deel uit van een warmte-koudesysteem dat ook het nabijgelegen Castellum en enkele private panden van warmte en koude voorziet. Uit het gemeentelijke energieonderzoek blijkt dat het systeem in 2023 nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid warmte en koude leverde.

Maar de technische staat van de bronnen is inmiddels een probleem.

Tussen oktober 2024 en januari 2025 zijn werkzaamheden uitgevoerd aan de bestaande bronnen omdat deze niet meer goed functioneerden. Na die werkzaamheden kwam de capaciteit volgens de gemeente terug op slechts ongeveer 25 procent van de oorspronkelijke capaciteit.

Dat is onvoldoende.

Daarom zijn twee nieuwe bronnen nodig. De gemeente raamt de kosten daarvoor op ongeveer €1 miljoen.

Nog eens ruim €11 miljoen voor klimaat en energie

Voor de volledige aanpak van de klimaatinstallaties ligt een raming van DWA van ongeveer €9,29 miljoen.

Voor de centrale energievoorziening wordt ongeveer €2,16 miljoen geraamd.

Samen komt dat neer op ongeveer €11,45 miljoen, exclusief kostprijsverhogende btw.

Ook hier moet voorzichtig met het bedrag worden omgegaan. Het gaat om een raming en niet om een bedrag dat al volledig is uitgegeven.

Bovendien geldt een onzekerheidsmarge van ongeveer 20 procent.

De gemeente verwacht dat de aanpassingen aan de centrale energievoorziening ongeveer twee jaar duren en dat het traject voor de klimaatinstallaties ongeveer vier jaar in beslag neemt.

Omdat de totale investering hoog is, wordt overwogen de werkzaamheden over een langere periode te spreiden. De gemeente waarschuwt daarbij zelf dat een langere uitvoering kan leiden tot hogere installatie- en frictiekosten en extra indexatie.

Het energieverhaal van het gebouw is ingewikkeld

De klimaatinstallaties zijn niet alleen een kostenpost. Ze zijn ook onderdeel van de verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed.

In 2023 bedroeg de gezamenlijke warmtevraag van het gemeentehuis en Castellum volgens het gemeentelijke energierapport 6.058 GJ. De koudevraag bedroeg 2.391 GJ. De warmte-koudeopslaginstallatie leverde in combinatie met een cv-installatie warmte en koude aan het gemeentehuis, Castellum en zeven private panden in de directe omgeving.

De gemeente wil de renovatie daarom aangrijpen om niet alleen gebreken te herstellen, maar het gebouw ook verder te verduurzamen.

Dat verklaart mede waarom het toekomstige investeringsbedrag hoger ligt dan alleen de kosten van het oplossen van de lekkages.

Het stadhuis veranderde ook organisatorisch

In de ruim twintig jaar sinds de opening veranderde niet alleen het gebouw, maar ook de organisatie die erin werkt.

In 2014 fuseerden Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude.

De gemeentelijke organisatie werd groter en het stadhuis werd aangepast om de nieuwe organisatie te huisvesten.

Dat betekende opnieuw verbouwingen en aanpassingen aan het gebouw.

Deze kosten moeten in een volledige levensduurbenadering van het stadhuis worden meegenomen, maar ze mogen niet worden verward met de oorspronkelijke bouwkosten of de huidige gevel- en dakrenovatie.

Wat heeft het stadhuis werkelijk gekost?

Daarmee komen we bij een vraag die veel ingewikkelder is dan het bedrag van €10,7 miljoen.

Want wat kostte het Alphense stadhuis de gemeente nu werkelijk?

Het antwoord is niet: €10,7 miljoen.

Dat bedrag is het huidige investeringskrediet voor de renovatie van gevel en dak.

Ook de ongeveer €11,45 miljoen voor klimaatinstallaties is een afzonderlijke raming voor toekomstige werkzaamheden.

Een volledige financiële reconstructie zou minimaal moeten bestaan uit:

  • de oorspronkelijke grond- en bouwkosten;

  • de aanbesteding en eventuele meerwerken;

  • financieringskosten;

  • rente;

  • afschrijving;

  • onderhoud;

  • beveiliging;

  • schoonmaak;

  • energie;

  • garantieherstel;

  • lekkageherstel na 2012;

  • onderzoeken en deskundigen;

  • juridische kosten;

  • verbouwingen na de gemeentelijke fusie;

  • de huidige renovatie;

  • klimaatinstallaties;

  • centrale energievoorziening;

  • verduurzaming;

  • zonnepanelen;

  • en uiteindelijk de boekwaarde of restwaarde van het gebouw.

Zonder die gegevens kan niet eerlijk worden gezegd wat het gebouw de Alphense belastingbetaler over zijn hele levensduur heeft gekost.

Ook de €17 miljoen restwaarde moet worden gerelativeerd

In de politieke discussie over het stadhuis is eerder een bedrag van ongeveer €17 miljoen aan restwaarde genoemd.

Dat bedrag moet niet worden gelezen als een bedrag dat de gemeente bij verkoop ontvangt.

Een boek- of restwaarde is iets anders dan een gerealiseerde marktwaarde of verkoopopbrengst.

Ook daarom is het belangrijk om in een volledige financiële reconstructie verschillende soorten bedragen uit elkaar te houden: historische kosten, boekwaarde, kredieten, ramingen, werkelijke uitgaven en eventuele opbrengsten.

De ontbrekende schakel: het oorspronkelijke dossier

Hoewel inmiddels veel informatie openbaar is, is de historische documentatie nog niet compleet.

Het gemeentearchief meldt zelf dat niet alle bouwdossiers uit de periode 2000–2014 online beschikbaar zijn. De dossiers kunnen wel worden ingezien. Bouwvergunningen, bouwtekeningen, constructieberekeningen, funderingsgegevens en palenplannen behoren tot de soorten documenten die in bouwdossiers kunnen zitten.

Voor het stadhuis zijn vooral de oorspronkelijke documenten van belang.

Denk aan:

  • het programma van eisen;

  • de definitieve ontwerpstukken;

  • het technische bestek;

  • constructieberekeningen;

  • de oorspronkelijke aanbestedingsstukken;

  • het contract met HBG;

  • de afspraken over meerwerk;

  • de opleveringsdocumenten uit 2002;

  • de garantievoorwaarden;

  • correspondentie over de eerste lekkages;

  • de herstelrapporten uit de periode 2002–2012;

  • het herstelonderzoek uit 2017;

  • de documenten die verklaren waarom de aanbesteding na dat onderzoek niet doorging;

  • en de stukken waarmee in 2022 het dossier opnieuw werd opgepakt.

Juist die documenten kunnen antwoord geven op de vraag die met alleen de huidige gemeentelijke stukken nog niet volledig kan worden beantwoord:

Wanneer wist de gemeente precies hoe structureel de problemen waren en welke oplossing lag er toen op tafel?

De verantwoordelijkheid voor de lekkages is nog niet volledig gereconstrueerd

Dit is misschien wel de belangrijkste journalistieke nuance.

De gemeente stelt inmiddels dat de gevelconstructie door een combinatie van architectonische uitgangspunten en onnauwkeurige uitvoering niet aan de eisen voor waterdichtheid voldoet.

Maar daarmee is nog niet juridisch vastgesteld wie voor welke kosten verantwoordelijk was.

Daarvoor zijn de oorspronkelijke contracten, het bestek, de garantiebepalingen, de opleveringsdocumenten, de correspondentie met BAM en eventuele deskundigenrapporten nodig.

Het is dus te vroeg om te schrijven dat de architect, de aannemer of de gemeente juridisch verantwoordelijk is voor de volledige schade.

Wat wel vaststaat, is dat het probleem technisch al kort na de oplevering aanwezig was, dat BAM gedurende tien jaar herstelwerkzaamheden uitvoerde en dat de gemeente na 2012 zelf met het probleem verder moest.

Van ambitie naar een dossier van 24 jaar

Het verhaal van het Alphense stadhuis is daarmee niet één verhaal, maar een keten van gebeurtenissen.

1997–1999: het ontwerp ontstaat als onderdeel van de centrumvernieuwing. Het ambitieuze gebouw wordt ontworpen met gebogen gevels, veel glas en een bijzondere dakconstructie.

1999: de aanbesteding levert vijf biedingen op die allemaal veel hoger liggen dan de gemeentelijke raming van 39 miljoen gulden. HBG is met ongeveer 52 miljoen gulden de laagste inschrijver. De gemeente vermoedt mogelijke verboden prijsafspraken.

2000: HBG begint met de bouw.

2001: de raming loopt volgens berichtgeving op van 83 naar 95 miljoen gulden. De ingewikkelde constructie en langere bouwtijd worden als belangrijke oorzaken genoemd.

2002: het gebouw wordt opgeleverd. Volgens HBG bedraagt de aanneemsom ongeveer €24 miljoen.

Kort na oplevering: de eerste lekkage van een spaghettikozijn aan de noordoostzijde wordt vastgesteld.

2002–2012: BAM voert gedurende de tienjarige garantieperiode herstelwerkzaamheden uit.

Na 2012: de gemeente neemt het lekkagedossier zelf over.

2017: een herstelonderzoek wordt afgerond. De gemeente wil de gevelrenovatie openbaar aanbesteden, maar interne verdeeldheid over de uitvoering zorgt ervoor dat de aanbesteding niet doorgaat.

2022: het lekkageprobleem wordt opnieuw actief opgepakt.

2023: de gemeenteraad stelt ongeveer €4,89 miljoen beschikbaar voor gevel- en dakrenovatie. Onderzoek bevestigt volgens de gemeente dat de gevelconstructie niet aan de eisen voor waterdichtheid voldoet.

2023: J.P. van Eesteren wordt na een nationale openbare aanbesteding geselecteerd voor een bouwteamtraject. De gemeente meldt dat slechts één partij inschreef.

2024: twee proefopstellingen worden gemaakt om de complexe renovatie technisch verder uit te werken.

2024–2025: aan de bestaande warmte-koudebronnen worden werkzaamheden uitgevoerd. De capaciteit komt volgens de gemeente terug op ongeveer 25 procent van het oorspronkelijke niveau. Twee nieuwe bronnen zijn nodig.

2025: de nieuwe bouwteamraming komt uit op €10.680.706 voor de renovatie van gevel en dak. Het benodigde bedrag is daarmee €5.787.540 hoger dan het oorspronkelijke krediet.

2026: de daadwerkelijke renovatie is volop bezig. Kozijnen en ramen worden vervangen, de gevel wordt hersteld, het dak wordt vernieuwd en verduurzamingsmaatregelen worden uitgevoerd.

2027: volgens de huidige planning moet de gevelrenovatie in februari of maart gereed zijn en het dak in de zomer.

Daarmee duurt het verhaal van de eerste lekkage tot de geplande afronding van de gevelrenovatie ongeveer 25 jaar.

De prijs van een bijzonder ontwerp

Het Alphense stadhuis laat uiteindelijk zien dat architectuur niet eindigt bij de oplevering.

Het bijzondere ontwerp heeft de stad een herkenbaar gebouw opgeleverd. De gebogen vormen, het vele glas, het zinken dak en de spaghettiramen waren geen toevalligheden, maar bewuste ontwerpkeuzes.

Maar dezelfde keuzes maken onderhoud en renovatie ingewikkeld.

Een standaardkozijn kan worden vervangen door een ander standaardkozijn. Een standaard dak kan op een relatief voorspelbare manier worden vernieuwd.

Bij het Alphense stadhuis ligt dat anders.

De gemeente schrijft zelf dat de lekkende gevel vrijwel geen standaardonderdelen bevat en dat daardoor vrijwel alles op maat moet worden gemaakt. Volgens de gemeente is dat in de oorspronkelijke investeringsraming onderschat.

Dat verklaart een belangrijk deel van de huidige kostenexplosie.

Maar het verklaart niet automatisch waarom een probleem dat kort na de oplevering werd vastgesteld, pas ruim twintig jaar later tot een grootschalige renovatie leidt.

Dat tweede verhaal — wat er tussen de eerste lekkage, het garantieherstel, het onderzoek van 2017 en de uiteindelijke renovatie is gebeurd — verdient daarom een eigen reconstructie.

Een gebouw dat nog lang niet klaar is

De renovatie van het Alphense stadhuis is in 2026 zichtbaar begonnen, maar het einde van de technische opgave is nog niet in zicht.

De gevel en het dak worden voor ongeveer €10,68 miljoen exclusief btw gerenoveerd.

Daar bovenop ligt een afzonderlijke raming van ongeveer €11,45 miljoen voor klimaatinstallaties en centrale energievoorziening, met bovendien onzekerheden en een mogelijke fasering over meerdere jaren.

De uiteindelijke rekening van het gebouw is daarmee nog niet bekend.

Wat wel bekend is, is dat een gebouw dat eind jaren negentig werd ontworpen als symbool van een vernieuwd Alphen, sinds de oplevering in 2002 te maken heeft met een hardnekkig technisch probleem.

De eerste lekkage kwam vrijwel direct.

De garantieperiode bracht herstelwerkzaamheden.

Na 2012 bleef het probleem bestaan.

In 2017 lag er al een herstelonderzoek.

De voorgenomen renovatie ging toen niet door.

In 2022 kwam het dossier opnieuw op gang.

In 2023 werd bijna €4,9 miljoen krediet beschikbaar gesteld.

Na verdere technische onderzoeken en twee proefopstellingen bleek dat onvoldoende.

Het renovatiekrediet staat nu op €10.680.706.

En terwijl de gevel en het dak worden aangepakt, wacht de gemeente alweer een volgende technische en financiële opgave: de klimaatinstallaties en energievoorziening.

Het stadhuis is daarmee na 24 jaar nog altijd niet uit zijn onderhoudsdossier.

De grote vraag voor de komende jaren is niet alleen hoeveel de renovatie uiteindelijk gaat kosten, maar ook wat de gemeente sinds 2002 al heeft uitgegeven aan herstel, onderhoud, energie, onderzoeken en tijdelijke oplossingen — en waarom een probleem dat vrijwel direct na de oplevering werd ontdekt zo lang heeft kunnen voortbestaan.

Om die vraag definitief te beantwoorden, zijn de oorspronkelijke bouw-, garantie- en onderhoudsdossiers nodig. Het gemeentearchief bevestigt dat juist voor de periode 2000–2014 niet alle bouwdossiers online beschikbaar zijn en dat deze op afspraak kunnen worden ingezien.

Pas wanneer die stukken naast de huidige gemeentelijke financiële gegevens worden gelegd, kan de volledige levensgeschiedenis van het Alphense stadhuis worden gereconstrueerd: van prestigieus ontwerp en omstreden aanbesteding, via de eerste lekkage en twintig jaar reparaties, naar een renovatie van ruim tien miljoen euro en een nieuwe miljoenenopgave voor de installaties.




Geen reacties

Geef een reactie







NIEUWS IN ALPHEN 2026


```html
Heb jij nieuws? App ons!
```


📡 Volg onze RSS feed