Lekker positief in het gemeentehuis. Jammer dat de inwoners niet meedoen

Column | Xaverio van der Aar
Erik van Heijningen, waarnemend burgemeester van Alphen aan den Rijn, ziet het weer zonnig in. De sfeer binnen het gemeentebestuur zou positiever zijn geworden. De negativiteit zou afnemen en er lijkt weer ruimte voor optimisme. Het klinkt als goed nieuws. Maar voor wie eigenlijk? Want wie de reacties van inwoners leest, krijgt een heel ander beeld. Daar klinkt geen opluchting, maar frustratie. Geen vertrouwen, maar wantrouwen. En vooral: het gevoel dat het gemeentehuis vooral met zichzelf bezig is.
Misschien is de sfeer binnen het gemeentehuis inderdaad verbeterd. Misschien wordt er achter gesloten deuren vriendelijker vergaderd, worden de onderlinge verhoudingen beter en is de politieke spanning wat afgenomen. Maar laten we één ding niet door elkaar halen: een prettiger sfeer binnen het bestuur is nog geen beter bestuur. En al helemaal geen bewijs dat inwoners zich gehoord voelen.
Het lijkt soms alsof de lat in Alphen aan den Rijn wel erg laag ligt. Als bestuurders weer wat beter met elkaar door één deur kunnen, mag de vlag uit. Er kan een positief persbericht uit en de gemeente kan zichzelf op de borst kloppen. Ondertussen blijven inwoners met hun vragen, zorgen en ergernissen zitten. Zij hebben weinig aan een opgewekte sfeer in de bestuurskamer als ze buiten het gemeentehuis nog steeds het gevoel hebben tegen een muur te praten.
De bestuurlijke bubbel is hardnekkig.
Wat vooral opvalt, is de afstand tussen de bestuurlijke werkelijkheid en de beleving van inwoners. Binnen het gemeentehuis wordt gesproken over samenwerking, vertrouwen en een positievere sfeer. Buiten dat gemeentehuis gaat het over iets heel anders: luisteren bestuurders eigenlijk wel? Wordt er iets gedaan met kritiek? En waarom lijkt het zo moeilijk om fouten gewoon toe te geven?
Want daar zit een belangrijk probleem. Inwoners verwachten geen foutloze gemeente. Dat bestaat niet. Ze verwachten wel een bestuur dat verantwoordelijkheid neemt wanneer het misgaat. Een bestuur dat niet wegduikt achter procedures, ambtelijke formuleringen of bestuurlijke verklaringen. Een bestuur dat niet pas in beweging komt wanneer de kritiek zo hard klinkt dat die niet langer te negeren is.
Wie publiek geld uitgeeft, moet daarover verantwoording afleggen. Wie besluiten neemt die inwoners raken, moet bereid zijn die besluiten uit te leggen. En wie fouten maakt, moet daar eerlijk over zijn. Dat is geen gunst aan de inwoners, maar een normale verplichting van een overheid die namens hen werkt.
Toch ontstaat bij een deel van de inwoners het beeld dat kritiek vooral lastig wordt gevonden. Dat vragen niet altijd serieus worden genomen en dat de gemeente liever uitlegt waarom iets niet kan dan onderzoekt hoe het wél kan. Of dat beeld in ieder afzonderlijk geval terecht is, is een andere discussie. Maar een bestuur dat merkt dat dit sentiment breed leeft, zou zich daar toch eens stevig achter de oren moeten krabben.
Inwoners zijn geen lastige bijzaak.
Een gemeente is er niet voor het college, niet voor de gemeenteraad en zeker niet voor het gemeentehuis zelf. Een gemeente is er voor haar inwoners. Dat lijkt een open deur, maar blijkbaar moet die in Alphen nog regelmatig worden ingetrapt.
Inwoners willen niet worden afgescheept met mooie woorden. Ze willen merken dat hun meldingen serieus worden behandeld, dat hun zorgen niet verdwijnen in een ambtelijke la en dat er iemand aanspreekbaar is wanneer iets fout loopt. Ze willen geen bestuur dat alleen naar buiten komt om successen te presenteren, maar ook wanneer er lastige vragen moeten worden beantwoord.
En dan is er nog het geld. Het is gemakkelijk om met gemeenschapsgeld plannen te maken, onderzoeken te laten uitvoeren en beleidsstukken te produceren. Maar iedere euro is afkomstig van inwoners en ondernemers die daar hard voor werken. Dan mag je ook verwachten dat er zorgvuldig mee wordt omgegaan. Niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk. Wie daar vragen over stelt, verdient een helder antwoord en geen geïrriteerde reactie.
Het is bovendien veel te gemakkelijk om kritische inwoners weg te zetten als mensen die alleen maar klagen of overal tegen zijn. Kritiek is niet automatisch negativiteit. Soms is kritiek juist het gevolg van jarenlange teleurstelling. Soms is het de laatste manier waarop inwoners nog proberen aandacht te krijgen voor iets wat volgens hen niet goed gaat.
Een bestuur dat kritiek verwart met negativiteit, maakt het zichzelf wel heel gemakkelijk. Dan hoeft het niet meer naar de boodschap te luisteren, maar kan het zich richten op de toon van de boodschapper. Dat is geen zelfreflectie. Dat is wegkijken.
Een burgemeester moet meer doen dan de sfeer bewaken.
Van Heijningen heeft als waarnemend burgemeester een bijzondere positie. Hij hoeft niet alleen te kijken of de bestuurlijke verhoudingen binnen het gemeentehuis verbeteren. Hij moet ook oog hebben voor het vertrouwen van de mensen buiten dat gemeentehuis. Een burgemeester hoort niet uitsluitend de rust in de bestuurskamer te bewaken, maar moet ook zichtbaar zijn wanneer inwoners zich niet gehoord voelen.
Het zou daarom verfrissend zijn als de gemeente eens wat minder tijd besteedt aan het beoordelen van de eigen sfeer en wat meer aan het beoordelen van het eigen handelen. Niet de vraag of bestuurders prettiger met elkaar omgaan moet centraal staan, maar de vraag of inwoners daar iets van merken. Worden problemen sneller opgelost? Wordt er beter gecommuniceerd? Worden fouten erkend? Is de gemeente toegankelijker geworden? En durft het bestuur ook publiekelijk toe te geven wanneer het tekortschiet?
Dat zijn de vragen waarop inwoners een antwoord verdienen. Niet een opgewekte mededeling dat het binnen het gemeentehuis allemaal weer wat positiever voelt.
Alphen heeft geen behoefte aan een bestuur dat zichzelf applaus geeft.
De volgende burgemeester krijgt dan ook een flinke opdracht. Die moet niet alleen de bestuurlijke verhoudingen op orde houden, maar vooral het vertrouwen van inwoners helpen herstellen. Dat vraagt om een burgemeester die zichtbaar is, luistert, doorvraagt en niet bang is om bestuurders aan te spreken. Iemand die niet alleen bij officiële gelegenheden vooraan staat, maar ook aanwezig is wanneer inwoners boos, teleurgesteld of bezorgd zijn.
Want vertrouwen win je niet met een vriendelijk persbericht. Je wint het door te leveren. Door afspraken na te komen. Door eerlijk te zijn over fouten. Door inwoners serieus te nemen, ook wanneer hun kritiek ongemakkelijk is. En vooral door te laten zien dat het gemeentehuis er niet voor zichzelf zit.
Van Heijningen mag best tevreden zijn over de verbeterde sfeer binnen het gemeentebestuur. Maar laat hij zich niet rijk rekenen. Een gemeente waarin bestuurders elkaar weer vriendelijk aankijken, is nog geen gemeente waarin inwoners zich gehoord voelen.
De negativiteit is misschien uit de bestuurskamer verdwenen. Maar zolang inwoners het gevoel hebben dat er niet naar hen wordt geluisterd, dat verantwoordelijkheid nemen geen vanzelfsprekendheid is en dat het bestuur vooral met zijn eigen functioneren bezig is, blijft het vertrouwen ver te zoeken.
Een bestuur dat zichzelf vertelt dat het goed gaat, hoeft nog niet goed bezig te zijn. En een gemeente die haar inwoners pas hoort wanneer ze hard genoeg roepen, heeft niet te weinig positiviteit. Die heeft een serieus probleem met luisteren.
Xaverio van der Aar.
