FVD stelt opnieuw vragen aan college over verkeersdrukte en klachtenafhandeling rond Ziendeweg
Foto: Ter illustratie (Google Maps)
Alphen aan den Rijn – Forum voor Democratie (FVD) heeft opnieuw schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders over de situatie rond de Ziendeweg. Aanleiding is de beantwoording van eerdere Artikel 40-vragen op 13 oktober 2026. Volgens FVD roept die beantwoording op meerdere punten nieuwe vragen op, zowel over de vermeende toename van zwaar verkeer en sluipverkeer als over de manier waarop de gemeente klachten van Vereniging Eymbert behandelt.
Een belangrijk discussiepunt is de passage in het coalitieakkoord waarin wordt gesproken over een toename van zwaar verkeer en ongewenst sluipverkeer op onder andere de Ziendeweg. FVD wil van het college weten op welke concrete en actuele verkeersgegevens deze beweringen zijn gebaseerd.
In de eerdere beantwoording stelde het college dat er geen recentere verkeerstellingen of onderzoeken naar de Ziendeweg beschikbaar zijn. Wel verwees het college naar eerdere tellingen waaruit zou blijken dat het aandeel doorgaand verkeer op vergelijkbare wegen groter is dan gewenst.
FVD vraagt zich daarom af hoe het college kan spreken van een daadwerkelijke toename als daarvoor geen recente cijfers beschikbaar zijn. De fractie wil weten ten opzichte van welke periode de toename van zwaar verkeer en sluipverkeer is vastgesteld en hoe groot die toename precies is. Ook vraagt FVD of het genoemde aandeel doorgaand verkeer daadwerkelijk uit tellingen op de Ziendeweg zelf blijkt, en zo ja, om welke percentages en definities het gaat.
Onduidelijkheid over behandeling klacht Vereniging Eymbert
Naast de verkeerssituatie richt FVD zich op de behandeling van een klacht van Vereniging Eymbert, die op 13 juli 2026 bij de gemeente is ingediend.
In de eerdere beantwoording schreef het college dat een vertegenwoordiger van de vereniging door de klachtencoördinator was uitgenodigd voor een gesprek. Vereniging Eymbert heeft echter aan FVD laten weten dat het gesprek met de klachtencoördinator al op 12 maart 2026 heeft plaatsgevonden en betrekking had op een eerder klachtentraject uit 2024 en 2025.
Daarmee is volgens FVD onduidelijk of het college in zijn beantwoording wel het juiste gesprek heeft aangehaald. De fractie vraagt het college daarom om de datum en de precieze aanleiding van het bedoelde gesprek te verduidelijken.
Ook wil FVD weten welke concrete stappen de gemeente sinds de ontvangst van de afzonderlijke klacht van 13 juli 2026 heeft gezet en op welke data dat is gebeurd.
Vragen over wettelijke klachttermijnen
Een ander belangrijk onderdeel van de vervolgvragen betreft de juridische behandeling van de klacht. Het college heeft de klacht van Vereniging Eymbert omschreven als een 'inhoudelijke klacht'. Omdat volgens het college geen sprake zou zijn van een klacht over de bejegening door een ambtenaar of bestuurder, zouden er geen formeel geldende behandelingstermijnen van toepassing zijn.
FVD zet vraagtekens bij deze uitleg en vraagt op welke wettelijke bepalingen, gemeentelijke regelingen of jurisprudentie het college dit onderscheid baseert.
De fractie verwijst daarbij nadrukkelijk naar artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit artikel geeft eenieder het recht om een klacht in te dienen over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen.
Volgens FVD is de klacht van Vereniging Eymbert expliciet gericht tegen het gestelde handelen en nalaten van de gemeente met betrekking tot de Ziendeweg. Daarom wil de fractie weten waarom het college van mening zou zijn dat deze klacht niet onder de wettelijke klachtregeling valt.
Ook artikel 9:4 Awb komt nadrukkelijk aan bod. Dit artikel bevat de voorwaarden waaronder de wettelijke procedure voor schriftelijke klachten van toepassing is. FVD vraagt het college aan te geven of het van oordeel is dat de klacht van 13 juli 2026 niet aan deze voorwaarden voldoet en, zo ja, aan welke specifieke voorwaarde niet is voldaan.
Daarnaast wil de fractie duidelijkheid over de mogelijke toepassing van artikel 9:8 Awb. Dit artikel bevat de gronden waarop een bestuursorgaan kan besluiten een klacht niet te behandelen. Mocht het college zich op een dergelijke grond beroepen, dan wil FVD weten op welke specifieke bepaling dat besluit is gebaseerd en of Vereniging Eymbert daarvan binnen de wettelijk voorgeschreven termijn schriftelijk op de hoogte is gesteld.
Tot slot vraagt FVD of de afhandelingstermijn uit artikel 9:11 Awb van toepassing was op de klacht. Als het college vindt dat deze termijn niet geldt, moet het volgens de fractie duidelijk maken op welke wettelijke grondslag dat standpunt berust.
FVD wil duidelijkheid over verkeersfeiten en gemeentelijk handelen
Met de tien vervolgvragen wil Forum voor Democratie duidelijkheid krijgen over twee kwesties: de feitelijke onderbouwing van de uitspraken over verkeersdrukte op de Ziendeweg en de juridische zorgvuldigheid waarmee de gemeente de klacht van Vereniging Eymbert behandelt.
De beantwoording van het college moet uitwijzen of de uitspraken over de toename van zwaar verkeer en sluipverkeer daadwerkelijk door verkeersgegevens worden ondersteund en of de gemeente de wettelijke klachtprocedure correct toepast.
De vervolgvragen zijn op 14 oktober 2026 ingediend door FVD-raadslid Jim van den Bos.

