Minister kritisch op Zuid-Hollands woonbeleid: aanpassing noodzakelijk volgens kabinet
Minister Boekholt-O’Sullivan. Foto: D66
Het woonbeleid van de provincie Zuid-Holland moet op onderdelen worden aangepast omdat het niet volledig aansluit op het landelijke beleid. Dat stelt minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan in een brief aan het provinciebestuur.
Volgens de minister kunnen verschillen tussen provinciale en landelijke regels leiden tot onduidelijkheid voor gemeenten, woningcorporaties en ontwikkelaars. Daardoor bestaat het risico dat woningbouwprojecten vertraging oplopen.
De kritiek richt zich vooral op twee onderdelen van het provinciale beleid: de eisen rondom betaalbare woningbouw en de voorwaarden voor bouwen buiten bestaande stedelijke gebieden. Volgens het ministerie sluiten deze uitgangspunten niet volledig aan bij de landelijke koers die het kabinet voor ogen heeft.
Het provinciebestuur ziet echter geen directe aanleiding om het beleid ingrijpend te wijzigen. In een reactie wijst de provincie erop dat landelijke wetgeving uiteindelijk voorrang krijgt zodra de nieuwe Wet Versterking Regie Volkshuisvesting van kracht wordt. Volgens Zuid-Holland worden eventuele tegenstrijdigheden daarmee automatisch opgelost.
Ook op het punt van buitenstedelijke woningbouw stelt de provincie dat er al voldoende mogelijkheden bestaan. Grootschalige woningbouwlocaties buiten bestaand stedelijk gebied kunnen volgens de huidige regels worden toegevoegd na goedkeuring door Provinciale Staten.
De discussie speelt tegen de achtergrond van de grote woningbouwopgave in Zuid-Holland. In de provincie wordt al langer gezocht naar geschikte locaties voor duizenden nieuwe woningen. Daarbij staat ook de ontwikkeling van nieuwe woongebieden, zoals de Gnephoek bij Alphen aan den Rijn, regelmatig centraal in het debat tussen provincie en Rijk.
Het woonbeleid maakt onderdeel uit van een bredere actualisatie van het provinciale omgevingsbeleid. Daarin komen naast woningbouw ook andere ruimtelijke vraagstukken aan bod, waaronder natuur, infrastructuur en de mogelijke plaatsing van windmolens.
Of de provincie haar beleid daadwerkelijk gaat aanpassen naar aanleiding van de kritiek uit Den Haag, moet de komende periode blijken. (Bron: AD Groene Hart).

