Mesaanval op ambulancebroeder in Alphen: advocaat wijst ook naar ggz-instelling
Foto: Ter illustratie
Een overplaatsing van een 21-jarige vrouw vanuit een ggz-instelling in Alphen aan den Rijn is begin dit jaar geëscaleerd. De vrouw pakte tijdens het incident een mes en stak daarmee een ambulancemedewerker in zijn arm. Kort daarvoor had zij ook een mes naar een stagiaire gegooid. Politieagenten grepen uiteindelijk in met een taser.
De 21-jarige vrouw, die in het artikel onder een gefingeerde naam wordt aangeduid als Anna, stond vrijdag voor de rechtbank in Den Haag terecht. Zij zegt zich maar weinig van de gebeurtenissen te kunnen herinneren.
Volgens haar moeder waren er voorafgaand aan de incidenten al zorgen over de toestand van haar dochter. De medicatie die zij kreeg zou volgens de moeder onvoldoende effect hebben gehad. Zij zou hierover meerdere keren contact hebben gehad met medewerkers van de instelling.
Mes naar stagiaire
Op 23 februari ging het voor het eerst mis. Anna zat aan de ontbijttafel toen zij plotseling agressief reageerde richting een stagiaire. Ze zou haar hebben uitgescholden en vervolgens een ontbijtmes in de richting van haar hoofd hebben gegooid. De stagiaire werd niet geraakt.
Drie dagen later liep de situatie verder uit de hand. Anna zou die dag worden overgeplaatst naar een instelling in Leiden, maar werkte daar niet aan mee. Politie en ambulance kwamen naar de instelling.
Een ambulancemedewerker probeerde met haar in gesprek te gaan. Toen hij dichterbij kwam, pakte Anna volgens het dossier een mes dat onder haar kussen lag. Vervolgens haalde zij met het mes naar de hulpverlener uit. Hij wist de steek deels af te weren met zijn arm, maar liep daarbij wel een verwonding op.
Na het incident zou Anna meerdere keren aan agenten hebben gevraagd of de ambulancebroeder was overleden. De politie besloot daarop haar met een taser uit te schakelen.
‘Ik voelde me onveilig’
Tijdens de zitting gaf Anna aan dat zij zich in de Alphense instelling niet veilig had gevoeld. Aanvankelijk reageerde ze nauwelijks op vragen van de rechtbank. Nadat beelden van het steekincident werden getoond, begon ze alsnog te praten.
Ze erkende dat zij degene was die met het mes had gestoken, maar zei dat ze het gevoel had dat ze op dat moment niet zichzelf was.
De vrouw kampte in februari volgens het Openbaar Ministerie met een ernstige psychose. De officier van justitie vindt daarom dat haar gedrag haar niet volledig kan worden toegerekend.
OM: poging tot doodslag
Het Openbaar Ministerie verdenkt Anna van een poging tot doodslag op de ambulancemedewerker. Volgens de officier van justitie had de steek ook in de buik terecht kunnen komen. Daar bevinden zich vitale organen en een dergelijke verwonding had volgens het OM levensbedreigend kunnen zijn.
Voor het gooien van het mes richting de stagiaire wordt Anna verdacht van poging tot zware mishandeling.
Hoewel het OM de feiten ernstig vindt, wordt volgens de officier van justitie rekening gehouden met haar psychische toestand. Een gevangenisstraf zou daarom niet passend zijn. Het OM pleit voor tbs met behandeling in een gesloten kliniek, waarbij vooral moet worden ingezet op passende medicatie en stabilisatie.
Advocaat: ook instelling heeft verantwoordelijkheid
De advocaat van Anna is het niet eens met de visie van het Openbaar Ministerie. Volgens de raadsman kan niet worden gesproken van een poging tot doodslag, omdat de verwonding van de ambulancemedewerker niet direct levensbedreigend was.
Ook vindt de advocaat een tbs-maatregel te zwaar. Volgens hem moet bij de beoordeling ook worden gekeken naar de omstandigheden binnen de Alphense ggz-instelling.
De raadsman stelt dat de leiding onvoldoende zou hebben gedaan met de signalen die de moeder eerder had afgegeven over de toestand van haar dochter. Volgens de verdediging heeft dat mogelijk bijgedragen aan het escaleren van de situatie.
De rechtbank doet over ongeveer twee weken uitspraak. (Bron: AD Groene Hart).
De naam Anna is gefingeerd.

