COLUMN | In opstand omdat je te weinig van je cel mag? Hou toch op: de PI is geen fucking vakantiepark

Je leest het bericht en denkt eerst dat het een slechte grap is. Gedetineerden in de PI Alphen aan den Rijn zouden boos zijn omdat ze soms nog maar ongeveer één uur per dag hun cel uit mogen. Volgens advocaat Wesley van Soest zou er zelfs worden gesproken over een mogelijke opstand.
Een opstand. Omdat je te weinig van je cel mag.
Sorry, maar waar zijn we in Nederland in vredesnaam mee bezig?
Laten we de zaken eens omdraaien. De gemiddelde inwoner van Alphen staat iedere ochtend op, gaat werken, betaalt belasting, boodschappen, huur of hypotheek, verzekeringen en energierekeningen en probeert ondertussen zijn gezin draaiende te houden. En dan lezen we dat iemand die door een rechter is veroordeeld en zijn straf in een gevangenis uitzit, zich beklaagt omdat het dagprogramma niet uitgebreid genoeg is?
Je zit in de gevangenis. Niet in Center Parcs.
Geen roomservice, geen wellness en geen recht op vermaak
Het lijkt soms alsof we vergeten wat het woord gevangenisstraf betekent. Je vrijheid is afgenomen. Niet omdat de overheid je een paar weken rust gunt, niet omdat je een goedkope vakantie nodig hebt, maar omdat je volgens een rechter een straf moet uitzitten.
Natuurlijk zijn er rechten. Natuurlijk moet een gevangenis menswaardig zijn. Natuurlijk moeten medewerkers veilig kunnen werken en moet de overheid zich aan de wet houden. Maar laten we daar niet ineens een compleet pretpakket van maken.
Een gevangenis hoeft geen vijfsterrenhotel te zijn met een uitgebreid activiteitenprogramma omdat meneer of mevrouw anders zo weinig te doen heeft.
En als iemand vervolgens ook nog serieus overweegt om in opstand te komen? Dan zou ik zeggen: misschien is dát precies het moment waarop je jezelf eens afvraagt waarom je daar überhaupt zit.
“Maar ze kunnen niet werken!”
Ja, dat is vervelend. Werk in een gevangenis kan bijdragen aan structuur en resocialisatie. Prima. Daar is niets mis mee. Maar laten we het vooral niet verwarren met een arbeidsrechtelijke discussie waarbij een gedetineerde boos naar de personeelsafdeling kan stappen omdat zijn rooster niet wordt gehaald.
Je zit een straf uit.
Het belangrijkste is dat de inrichting veilig blijft, medewerkers hun werk kunnen doen en gedetineerden hun straf uitzitten. Als arbeid mogelijk is: mooi. Als bezoek mogelijk is: mooi. Als sport en andere activiteiten mogelijk zijn: prima.
Maar als personeelstekort ervoor zorgt dat tijdelijk minder kan, is het antwoord niet automatisch: “Dan komen we in opstand.”
Dat is geen oplossing. Dat is chantage.
En daar moeten we een keiharde grens trekken
Als een groep gedetineerden daadwerkelijk besluit de boel op stelten te zetten omdat het dagprogramma hen niet bevalt, dan moet de boodschap vanuit de samenleving glashelder zijn:
Nee. Absoluut niet.
Geen begrip voor geweld. Geen begrip voor intimidatie. Geen begrip voor vernielingen. En al helemaal geen begrip voor personeel dat vervolgens zijn leven moet wagen omdat een groep gevangenen vindt dat ze te weinig recreatietijd krijgen.
Die medewerkers staan daar namelijk óók. Zij hebben niet gekozen voor een gevangenis vol spanningen omdat ze zo graag risico willen lopen. Zij moeten iedere dag maar weer zorgen dat de boel veilig blijft.
Het echte probleem is misschien nog veel groter
En tóch is er één ding waar we niet omheen kunnen: het personeelstekort.
Als een gevangenis wekenlang het programma moet afbouwen omdat er onvoldoende medewerkers zijn, dan is dat geen gezonde situatie. Niet voor gedetineerden en al helemaal niet voor het personeel.
Maar de oplossing daarvoor is niet nóg meer eisen vanuit de cellen. De oplossing is dat de verantwoordelijken hun zaakjes op orde krijgen.
Een gevangenis zonder voldoende personeel is als een brandweerkazerne zonder brandweerlieden. Je kunt prachtige plannen hebben, maar uiteindelijk staat niemand klaar wanneer het misgaat.
Daar mogen bestuurders en beleidsmakers dus keihard op worden aangesproken.
“Stuur ze naar Thailand!”
Op sociale media klinkt ondertussen een andere oplossing: “Stuur ze naar Thailand, dan kunnen ze zien hoe het daar in gevangenissen is.”
Je kunt erom lachen, maar achter die reacties zit vooral enorme ergernis. Nederlanders zijn klaar met het idee dat iedereen die een grens overgaat vervolgens een eindeloze lijst rechten, voorzieningen en uitzonderingen krijgt voorgeschoteld, terwijl mensen buiten de gevangenismuren soms zelf nauwelijks rondkomen.
Dat gevoel moeten we serieus nemen.
Niet door gedetineerden hun wettelijke rechten af te pakken, maar door eindelijk weer eens normaal te doen over wat een gevangenisstraf is.
Eén uur per dag is een serieus probleem – maar geen reden voor een opstand
Als iemand structureel maar één uur per dag uit zijn cel mag en dat strijdig is met de regels, dan moet dat worden onderzocht. Punt.
Daar bestaan procedures voor. Daar zijn advocaten voor. Daar zijn toezichthouders voor. Daar is de rechtsstaat voor.
Maar een opstand?
Hou toch op.
Je kunt niet eerst de samenleving schade berokkenen, vervolgens door de rechter worden veroordeeld en daarna eisen dat de staat je gevangenisperiode zo comfortabel mogelijk organiseert.
Dat is de wereld op z'n kop.
Misschien moeten we het gewoon simpel houden
Wie zich in een gevangenis fatsoenlijk gedraagt, meewerkt aan zijn programma en zich inzet voor resocialisatie, verdient begeleiding en perspectief.
Maar wie vervolgens denkt dat een personeelsprobleem een reden is om de boel te gaan slopen, bedreigen of gijzelen?
Die moet vooral niet verwachten dat de samenleving daar applaudisserend naast gaat staan.
Een gevangenis is geen vakantiepark. Geen all-inclusive resort. Geen wellnesscentrum. Geen hotel met roomservice.
Het is een gevangenis.
En ja, die gevangenis moet menswaardig, veilig en volgens de wet functioneren. Maar laten we in hemelsnaam ophouden met doen alsof een gedetineerde slachtoffer wordt omdat zijn gevangenisleven tijdelijk minder comfortabel is.
Vrijheid is een prachtig bezit. Vraag dat maar aan de mensen die hem iedere dag buiten de gevangenispoort wél hebben.
Xaverio.


