Zero-emissiezone raakt Alphense ondernemers hard: ‘Mijn pensioengeld is al opgegaan aan een elektrische bus’
Foto: Gemeente Alphen aan den Rijn
ALPHEN AAN DEN RIJN – De invoering van de zero-emissiezone in en rond het centrum van Alphen aan den Rijn komt steeds dichterbij. Voor sommige ondernemers betekent dat niet alleen een verandering van voertuig, maar een investering van tienduizenden euro's. Voor zelfstandig ondernemer Diederik de Jong heeft de nieuwe regelgeving inmiddels directe financiële gevolgen: hij moest zijn dieselbestelbus vervangen door een elektrische bus en gebruikte daarvoor een deel van zijn pensioengeld.
De 52-jarige Alphenaar verhuurt licht- en geluidsapparatuur voor onder meer modeshows, festivals en bedrijfspresentaties. Zijn bedrijfspand staat vol met apparatuur, met een geschatte waarde van ongeveer 300.000 euro. Voor het vervoer daarvan beschikt hij over meerdere voertuigen, waaronder een bestelbus, een podiumwagen en een trekker met trailer.
Elektrische bus van 38.000 euro
Omdat De Jong regelmatig met zijn voertuigen in het gebied moet zijn waar de zero-emissiezone gaat gelden, zag hij zich genoodzaakt maatregelen te nemen. Uiteindelijk ruilde hij zijn bestelbus in voor een elektrische variant.
Een nieuwe elektrische bedrijfswagen was voor hem financieel geen optie. Daarom koos hij voor een tweedehands exemplaar. Kosten: 38.000 euro.
„Ik heb mijn pensioengeld voor later nu al uitgegeven”, vertelt De Jong.
De ondernemer zegt al ongeveer twee jaar zorgen te hebben over de gevolgen van de zero-emissiezone. Hij stelt dat drie elektrische voertuigen gemiddeld tussen de 20.000 en 25.000 euro per voertuig kosten en dat die investering niet zomaar aan klanten kan worden doorberekend.
Nog twee voertuigen blijven probleem
Met de aanschaf van de elektrische bus is het probleem voor De Jong echter nog niet opgelost. Voor grotere producties heeft hij nog twee andere voertuigen nodig. Hoe hij die in de toekomst binnen de regels kan blijven gebruiken, weet hij naar eigen zeggen nog niet.
Daar komt bij dat elektrisch rijden voor zijn werkzaamheden ook praktische beperkingen kent. De actieradius van zijn elektrische bus is volgens hem aanzienlijk kleiner dan die van zijn voormalige dieselbus. Waar hij met een volle dieseltank ongeveer duizend kilometer kon rijden, haalt hij met een volle accu naar eigen zeggen ongeveer de afstand tot Eindhoven.
Ook onderweg kost dat extra tijd. Voor het opladen moet hij volgens eigen zeggen regelmatig ongeveer een half uur extra inplannen.
Eerste zes maanden nog geen boetes
De zero-emissiezone wordt over drie maanden ingevoerd. In de eerste zes maanden worden overtreders volgens de gemeente nog niet direct beboet. Er worden dan waarschuwingen gegeven. Daarna wordt gehandhaafd met camera's die kentekens kunnen herkennen.
Voor bepaalde situaties zijn ontheffingen mogelijk. Volgens de aangeleverde informatie kost een tijdelijke ontheffing 30 euro per dag, met een maximum van twaalf keer per jaar, of 250 euro per jaar afhankelijk van de situatie.
De gemeente wijst daarnaast op de groei van het aantal laadpunten. Inmiddels zijn er volgens de gemeente meer dan 1.700 laadpunten, waarvan bijna 400 binnen de zero-emissiezone liggen. Er zouden nog tientallen locaties bijkomen.
Ook oudere zzp'ers lopen tegen kosten aan
Niet alleen De Jong loopt tegen de nieuwe regels aan. Restauratietimmerman Jon Tukker is 64 jaar en heeft eveneens een bedrijfsbus met veel zwaar gereedschap. In zijn wagen liggen onder meer cirkelzagen, kettingzagen, slijptollen en frezen, met een geschatte totale waarde van ongeveer 8.000 euro.
Omdat Tukker over enkele jaren met pensioen wil, kan hij gebruikmaken van een ontheffing. Toch laat hij weten dat ondernemers die nog jarenlang moeten doorwerken volgens hem voor een veel grotere investering kunnen komen te staan.
Volgens Tukker kunnen dergelijke kosten uiteindelijk ook gevolgen hebben voor de tarieven die ondernemers aan hun klanten moeten rekenen.
‘Ik ben voor verduurzaming, maar niet op deze manier’
De Jong zegt niet tegen verduurzaming te zijn. Binnen zijn eigen bedrijf probeert hij eveneens energie te besparen. Zo worden oude halogeenlampen vervangen door ledverlichting en wordt meer met accu's gewerkt.
Zijn kritiek richt zich vooral op de snelheid waarmee de veranderingen worden ingevoerd en de kosten die ondernemers ondertussen moeten maken.
Een langere overgangsperiode van bijvoorbeeld vijf tot tien jaar zou volgens hem meer ruimte geven om voertuigen en bedrijfsvoering geleidelijk aan te passen.
‘Mijn bedrijf moet wel overeind blijven’
De ondernemer vreest uiteindelijk vooral voor de financiële reserves van zijn bedrijf. De aanschaf van de elektrische bus heeft hem naar eigen zeggen wel geholpen om één probleem op te lossen, maar tegelijkertijd zijn zijn financiële reserves kleiner geworden.
„Ik heb het opgelost. Getver, ik heb geen reserves meer en ik moet nog maar zien of en hoe ik het red”, zegt De Jong. Zijn eenmanszaak bestaat al sinds 1995.
De invoering van de zero-emissiezone betekent voor hem daarmee meer dan alleen een andere bedrijfswagen. Hij probeert tegelijkertijd zijn onderneming draaiende te houden, terwijl de investeringen in voertuigen een steeds groter beroep doen op zijn financiële ruimte. (Bron: Studio Alphen).
Bekijk hieronder de reportage van Studio Alphen over de gevolgen van de invoering van de zero-emissiezone voor Alphense ondernemers.
