Het gemeentehuis wordt toekomstbestendig, maar hoe zit het met de inwoner?

ALPHEN AAN DEN RIJN – Ik zag de beelden van de renovatie van het Alphense gemeentehuis en dacht maar één ding: wat moet dit allemaal wel niet kosten? Het gebouw wordt grondig aangepakt. Kozijnen en ramen worden vervangen, gevels worden hersteld, het dak wordt vernieuwd en geïsoleerd, de hemelwaterafvoer wordt aangepast en er komen extra zonnepanelen. Ook de karakteristieke halvemaanvormige daklichten worden meegenomen. De gemeente spreekt over noodzakelijk onderhoud, verduurzaming en het toekomstbestendig maken van het gebouw. Dat klinkt allemaal logisch. Een gemeentehuis moet immers worden onderhouden. Maar zodra je naar de bedragen kijkt, ontstaat er toch een heel ander beeld.
Voor de renovatie en het groot onderhoud was aanvankelijk in totaal €4.893.166 beschikbaar. Voor een belangrijk onderdeel van de renovatie werd in 2023 al een investeringskrediet van €3.633.166 beschikbaar gesteld. Inmiddels is voor de tweede fase een aanvullend investeringskrediet van €5.787.540 exclusief btw nodig. De totale investering voor de renovatie komt daarmee uit op ongeveer €10,86 miljoen. Dat is ruim twee keer het oorspronkelijke totale bedrag van €4,89 miljoen. Alleen al het aanvullende krediet leidt volgens de gemeentelijke stukken tot ongeveer €314.000 aan jaarlijkse kapitaallasten, gebaseerd op een afschrijving over 25 jaar. Dat zijn cijfers waar je als inwoner toch even bij stil mag staan.
Want buiten het gemeentehuis ziet de financiële werkelijkheid er voor veel mensen heel anders uit. De boodschappen zijn duur, vaste lasten drukken zwaar en voor sommige huishoudens is iedere maand opnieuw een rekensom. Een gezin dat bij de supermarkt staat, kijkt misschien eerst naar de aanbiedingen en daarna naar het bedrag op de bankrekening. Een oudere kan iedere maand opnieuw moeten bepalen welke uitgave nog wel kan en welke beter even kan wachten. Een alleenstaande ouder kan voor onverwachte kosten nauwelijks ruimte hebben. Voor die mensen is honderd euro geen abstract bedrag op een gemeentelijke begrotingspagina. Honderd euro is geld dat gewoon nodig kan zijn om de maand door te komen.
En juist daarom kan een miljoenenrenovatie bij inwoners vragen oproepen. Niet omdat het gemeentehuis niet onderhouden mag worden. Natuurlijk moet een gebouw dat dagelijks door de gemeente wordt gebruikt veilig, technisch geschikt en goed onderhouden zijn. Ook verduurzaming kan een legitieme investering zijn. Maar wanneer een project dat oorspronkelijk ongeveer €4,9 miljoen omvatte uiteindelijk uitkomt op circa €10,86 miljoen, is het volkomen begrijpelijk dat inwoners willen weten hoe dat verschil heeft kunnen ontstaan.
De gemeente heeft daar verklaringen voor gegeven. Het gebouw is architectonisch bijzonder en het onderhoud is specialistisch. Tijdens onderzoeken en werkzaamheden is volgens de gemeente duidelijk geworden dat de omvang en complexiteit van het werk groter waren dan aanvankelijk was ingeschat. De eerste fase kon binnen het bestaande krediet worden uitgevoerd. Voor de tweede fase was vervolgens aanvullend krediet nodig. Dat zijn de bestuurlijke verklaringen. Maar daarmee verdwijnen de vragen van inwoners natuurlijk niet.
Hoe kon de oorspronkelijke raming zo sterk afwijken? Welke risico's waren vooraf bekend? Wanneer werd duidelijk dat er miljoenen extra nodig waren? Welke keuzes zijn tijdens het project gemaakt? En hoe zeker is de gemeente dat de huidige raming daadwerkelijk de uiteindelijke rekening weergeeft? Dat zijn geen onredelijke vragen. Het gaat tenslotte om publiek geld.
Probeer dezelfde situatie eens voor te stellen aan de keukentafel. Een inwoner laat thuis een grote verbouwing uitvoeren. De oorspronkelijke begroting bedraagt €50.000. Halverwege blijkt dat het project ruim twee keer zo duur wordt. Die inwoner kan niet eenvoudig zeggen: "Dan nemen we er een aanvullend krediet bij." Er moet ergens geld vandaan komen. Misschien moet er worden bezuinigd op andere uitgaven, misschien moet er worden geleend of misschien gaat de verbouwing helemaal niet door. Een gemeentelijke begroting werkt natuurlijk anders, maar het contrast met de financiële werkelijkheid van een huishouden is wel begrijpelijk.
En precies daar zit voor mij de kern van deze column. De gemeente beschikt over een begroting waarin grote investeringen over meerdere jaren kunnen worden verwerkt. De inwoner beschikt meestal gewoon over één portemonnee. Als daar aan het einde van de maand niets meer in zit, valt er niets af te schrijven over 25 jaar.
Daarom voelt het voor sommige inwoners wrang wanneer zij aan de ene kant voortdurend met hogere kosten worden geconfronteerd en aan de andere kant zien dat een gemeentelijk gebouw voor miljoenen wordt gerenoveerd. Dat betekent niet dat je kunt stellen dat de renovatie rechtstreeks ten koste gaat van bijvoorbeeld zorg, sport of een specifieke andere voorziening. Daarvoor moet je concreet kunnen aantonen dat zo'n verband bestaat. Maar het is wél terecht om te vragen hoeveel financiële ruimte deze investering inneemt en hoe de gemeente haar prioriteiten bepaalt.
Want geld kan uiteindelijk maar één keer worden uitgegeven. Een miljoen dat in een gebouw wordt geïnvesteerd, kan niet tegelijkertijd voor een andere gemeentelijke prioriteit worden gebruikt. Dat is geen politieke slogan, maar de simpele werkelijkheid van keuzes maken met een beperkte begroting.
En daarom zou de gemeente wat mij betreft niet alleen moeten vertellen hoe mooi, duurzaam en toekomstbestendig het gemeentehuis straks is. Laat vooral ook zien hoe zorgvuldig met het geld is omgegaan. Laat zien hoe de oorspronkelijke raming tot stand kwam. Welke risico's zijn meegenomen. Welke tegenvallers later aan het licht kwamen. Waarom aanvullende kredieten noodzakelijk werden. En welke maatregelen zijn genomen om verdere overschrijdingen te voorkomen.
Want achter iedere miljoen op een gemeentelijke begroting zitten uiteindelijk mensen. Mensen die belasting betalen. Mensen die werken. Mensen die hun rekeningen betalen. Mensen die misschien iedere maand proberen iets opzij te zetten voor een onverwachte rekening, maar daar steeds minder aan toe komen. Mensen die bij de kassa van de supermarkt soms moeten nadenken of ze alles wat in hun mandje ligt wel kunnen afrekenen.
Dat is de inwoner waar we het over hebben.
Niet iedereen heeft financiële ruimte. Niet iedereen kan tegenvallers opvangen. En niet iedereen heeft de luxe om te zeggen: "Dan komt het volgend jaar wel." Voor een deel van de inwoners is het iedere maand opnieuw puzzelen.
Daarom vind ik het belangrijk dat de gemeente bij een project van deze omvang beseft dat een bedrag van €10,86 miljoen voor inwoners niet zomaar een getal is. Het is gemeenschapsgeld. En hoe groter het bedrag en hoe groter het verschil met de oorspronkelijke raming, hoe belangrijker het wordt om daar open en controleerbaar over te zijn.
Het gemeentehuis wordt de komende maanden verder gerenoveerd. De werkzaamheden aan gevels, kozijnen en daken gaan door. De gemeente verwacht de renovatie in 2027 af te ronden, waarbij verschillende onderdelen volgens een gefaseerde planning worden opgeleverd.
Prima. Onderhoud het gebouw. Maak het waar nodig veiliger, energiezuiniger en technisch beter.
Maar vergeet ondertussen niet waarom dat gebouw er überhaupt staat.
Voor de inwoners.
En misschien is dat wel de belangrijkste vraag die bij deze miljoenenrenovatie gesteld moet worden: niet alleen hoe toekomstbestendig wordt het gemeentehuis, maar ook hoe toekomstbestendig is de financiële situatie van de mensen voor wie dat gemeentehuis er staat?
Want het gemeentehuis krijgt een nieuw dak, nieuwe gevels, betere isolatie en zonnepanelen.
Veel inwoners zouden op dit moment al blij zijn met iets veel eenvoudigers:
een maand waarin aan het einde van de maand nog gewoon wat geld over is.
Xaverio.

