Nieuw station Hazerswoude-Rijndijk pas in 2035 verwacht: Peter Versteeg wil duidelijkheid over miljoenen en vertraging
Foto: ProRail
HAZERSWOUDE-RIJNDIJK – Het nieuwe station Hazerswoude-Rijndijk wordt naar verwachting pas in 2035 in gebruik genomen. Ook de oplopende kosten en de betrokkenheid van inwoners roepen vragen op. Peter Versteeg van Ons Alphen heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn over de vertraging, de financiële verplichtingen en de inspraak bij het project. Hij wil onder meer weten waarom de opening opnieuw is uitgesteld, hoeveel geld de gemeente uiteindelijk moet bijdragen en wat er met de inbreng van inwoners is gedaan.
Opening opnieuw uitgesteld
De plannen voor een station in Hazerswoude-Rijndijk zijn al jaren in ontwikkeling. Op 15 juni 2023 vond een informatieavond plaats over de plannen. Enkele weken later, op 6 juli 2023, stelde de gemeenteraad het participatieplan vast.
Sindsdien zijn er volgens de schriftelijke vragen kostenstijgingen geweest, zijn aanvullende technische onderzoeken uitgevoerd en zijn afspraken over de uitvoering gewijzigd. Ook is de planning meerdere keren aangepast.
Waar eerder werd uitgegaan van een mogelijke ingebruikname in 2031, wordt inmiddels 2035 genoemd als verwacht openingsjaar. Versteeg wil van het college weten wat de belangrijkste oorzaken zijn van de verdere vertraging en welke stappen nog moeten worden gezet voordat de werkzaamheden daadwerkelijk kunnen beginnen.
Het college wordt gevraagd om een actuele planning te verstrekken. Daarbij moet duidelijk worden wanneer het ontwerp definitief wordt vastgesteld, wanneer vergunningen worden verleend, wanneer de aanbesteding plaatsvindt en wanneer de bouw kan starten.
Miljoenen extra voor het project
Ook de financiële gevolgen staan centraal. Op 16 oktober 2025 stelde de gemeenteraad een aanvullende bijdrage van maximaal 3,2 miljoen euro beschikbaar voor het project.
Versteeg wil weten hoeveel geld de gemeente inmiddels in totaal heeft toegezegd voor het station en de bijbehorende infrastructuur. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen eerder beschikbaar gestelde bedragen en aanvullende bijdragen.
Daarnaast vraagt hij welke afspraken zijn gemaakt over toekomstige kostenstijgingen, indexatie en de verdeling van financiële risico's. Mocht het project opnieuw duurder worden, dan moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor eventuele extra uitgaven.
De antwoorden moeten inzicht geven in de financiële verplichtingen van Alphen aan den Rijn en de mogelijke gevolgen voor de gemeentelijke begroting. Of er inmiddels sprake is van nieuwe financiële tegenvallers, is nog niet duidelijk.
Wat is er veranderd aan het ontwerp?
Naast de financiën wil Versteeg weten welke wijzigingen sinds juni 2023 in het ontwerp van het station en de directe omgeving zijn aangebracht.
Het college wordt gevraagd aan te geven welke onderdelen inmiddels definitief zijn vastgesteld en welke zaken nog onderwerp zijn van onderzoek of besluitvorming. Ook moet duidelijk worden of wijzigingen in het ontwerp gevolgen hebben gehad voor de planning en de kosten.
Het station maakt deel uit van een bredere ontwikkeling van de spoorverbinding tussen Leiden en Utrecht. Daarbij spelen ook de spoorinfrastructuur en de bereikbaarheid van de omgeving een rol. Versteeg wil weten welke onderdelen van het project nog moeten worden uitgewerkt en welke besluiten de komende jaren nodig zijn om de realisatie verder te brengen.
Vragen over inspraak van inwoners
Een belangrijk onderdeel van de schriftelijke vragen betreft de participatie. Sinds de informatieavond van juni 2023 hebben inwoners en andere belanghebbenden de gelegenheid gehad om kennis te nemen van de plannen en daarop te reageren. Versteeg wil weten welke participatieactiviteiten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en wat daarvan de resultaten waren.
Ook moet het college uitleggen hoe reacties en voorstellen van inwoners in de plannen zijn verwerkt. Daarbij gaat het niet alleen om de mogelijkheid om mee te praten, maar ook om de terugkoppeling achteraf: wat is met de inbreng gedaan en waarom zijn bepaalde voorstellen wel of niet overgenomen?
De vragen verwijzen daarbij naar de participatieverordening die de gemeente in 2026 heeft gepubliceerd. Daarin wordt het belang benadrukt van duidelijke terugkoppeling aan inwoners.
Versteeg merkt tegelijkertijd op dat deze verordening niet zonder meer met terugwerkende kracht kan worden toegepast op het participatieproces uit 2023. Hij vraagt het college daarom uit te leggen hoe het omgaat met de verschillen tussen het oorspronkelijke participatieplan en de uitgangspunten van de latere verordening.
Eerdere toezeggingen opnieuw onder de loep
Ook eerdere toezeggingen van de wethouder komen aan bod. Versteeg verwijst naar een brief van 20 december 2024 over onder meer spoorverbreding en een raadsinformatiemarkt.
Hij wil weten wat de stand van zaken is en welke toezeggingen inmiddels zijn uitgevoerd. Als bepaalde onderdelen nog niet zijn afgerond, moet duidelijk worden wanneer dat wel gebeurt.
Nu de opening verder naar achteren is geschoven, wil Versteeg weten welke besluiten nog nodig zijn en wanneer de gemeenteraad daarbij wordt betrokken.
Wie betaalt eventuele tegenvallers?
Bij de ontwikkeling van het station zijn meerdere partijen betrokken. Daarom vraagt Versteeg ook welke bestuurlijke afspraken in 2026 en 2027 nog moeten worden gemaakt over taken, verantwoordelijkheden en financiering.
De gemeenteraad moet volgens de vragen duidelijkheid krijgen over de momenten waarop nieuwe afspraken worden gemaakt en wanneer de raad daarover wordt geïnformeerd of besluiten moet nemen.
Dat is van belang omdat de realisatie van het station afhankelijk is van samenwerking tussen verschillende betrokken partijen. Afspraken over financiering, uitvoering en verantwoordelijkheden moeten de komende jaren verder worden uitgewerkt.
Wanneer komt er duidelijkheid?
Met de schriftelijke vragen vraagt Versteeg het college om meer inzicht in de planning, de kosten en de verdere ontwikkeling van het station. Vooral de verwachte opening in 2035, de aanvullende bijdrage van maximaal 3,2 miljoen euro en de verwerking van de inbreng van inwoners staan daarbij centraal.
De antwoorden moeten duidelijk maken waardoor de vertraging is ontstaan, welke financiële risico's nog bestaan en welke stappen de komende jaren worden gezet. Ook moet blijken hoe inwoners bij het vervolg worden betrokken en wanneer de gemeenteraad opnieuw besluiten kan verwachten.
Voor Hazerswoude-Rijndijk blijft daarmee de vraag wanneer het nieuwe station daadwerkelijk wordt gerealiseerd en of de huidige planning van 2035 standhoudt.

