Windmolens door de strot van Alphen: de provincie dendert door en het Groene Hart mag kapot

Column | Xaverio van der Aar
Er bestaat een hardnekkige ziekte in de politiek: de overtuiging dat bestuurders altijd gelijk hebben, dat hun plannen per definitie goed zijn en dat inwoners vooral niet te veel moeten zeuren wanneer die plannen hun eigen leefomgeving raken. In Zuid-Holland lijkt die ziekte inmiddels een stevige voet aan de grond te hebben gekregen. De provincie wil twaalf locaties voor windenergie onderzoeken. Vier zoekgebieden liggen geheel of gedeeltelijk in Alphen aan den Rijn. En terwijl de zorgen over natuur, geluid, gezondheid en het landschap zich opstapelen, dendert de bestuurlijke trein gewoon verder.
Welkom in het Groene Hart, waar de natuur beschermd heet te worden totdat er een beleidsdoelstelling langskomt.
Dan worden polders ineens zoekgebieden. Wordt open landschap een mogelijke vestigingsplaats voor industriële installaties. Worden zorgen van omwonenden een aandachtspunt in een onderzoeksrapport. En wordt democratische weerstand iets waar de provincie kennelijk doorheen moet zien te manoeuvreren.
De gemeenteraad van Alphen aan den Rijn besloot op 17 juli 2025 zelf geen locaties voor windturbines aan te dragen. Toch gaat de provincie verder met het onderzoek. Dat is bestuurlijk misschien uit te leggen, maar politiek is het een regelrechte uitnodiging tot wantrouwen. Want wat betekent de stem van inwoners nog wanneer hun gemeentebestuur terughoudend is, maar een hogere overheid de plannen alsnog op tafel legt?
Is inspraak in Zuid-Holland nog een serieuze mogelijkheid om plannen te veranderen, of mogen inwoners straks alleen nog vertellen hoe vervelend ze het vinden dat er niet naar hen is geluisterd?
De heilige windmolen en de onheilige vragen
Probeer het woord ‘windmolen’ maar eens kritisch te bespreken. Voor je het weet, word je weggezet als iemand die tegen duurzaamheid is, de energietransitie niet begrijpt of liever doorstookt op fossiele brandstoffen.
Wat een gemakzuchtige manier om een serieus debat te ontwijken.
Je kunt vóór verduurzaming zijn en tóch tegen een windturbine op een ongeschikte locatie. Je kunt minder afhankelijk willen worden van fossiele energie en tóch eisen dat natuur en omwonenden behoorlijk worden beschermd. Je kunt klimaatbeleid steunen en tegelijkertijd weigeren een blanco cheque uit te schrijven aan bestuurders die hun plannen met het etiket ‘groen’ proberen te verkopen.
Want groen op papier is niet automatisch groen in de praktijk.
Windturbines moeten worden geproduceerd, vervoerd, gebouwd en onderhouden. De materialen komen niet uit de lucht vallen. En wanneer de installaties aan het einde van hun levensduur zijn, moeten ze worden ontmanteld en verwerkt. Vooral de recycling van turbinebladen blijft een uitdaging.
Dat maakt windenergie niet per definitie slecht. Het maakt de werkelijkheid ingewikkelder dan het gelikte plaatje waarop een windmolen tegen een ondergaande zon staat te draaien.
Maar juist die werkelijkheid moet worden besproken. Volledig. Eerlijk. Zonder reclamepraat.
Vogels zijn geen wegwerpartikelen van de energietransitie
En dan de natuur. De provincie kan prachtige woorden gebruiken over biodiversiteit, natuurherstel en een groen Zuid-Holland. Maar wat zijn die woorden waard wanneer tegelijkertijd plannen worden onderzocht voor enorme draaiende installaties in het open landschap?
Vogels kunnen tegen de wieken vliegen. Vleermuizen kunnen door windturbines worden gedood. Dieren kunnen gebieden gaan mijden en vliegroutes verliezen. De gevolgen verschillen per locatie, soort en seizoen. Precies daarom is degelijk, onafhankelijk en langdurig onderzoek noodzakelijk.
Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland sterven in Nederland naar schatting circa 50.000 vogels per jaar door windturbines. Dat cijfer betekent niet dat iedere turbine evenveel slachtoffers maakt of dat iedere vogelpopulatie daardoor instort. Maar het maakt één ding glashelder: de gevolgen voor dieren zijn niet denkbeeldig.
En dus wil ik weten wat er in de Alphense zoekgebieden leeft. Welke weidevogels broeden er? Welke soorten trekken eroverheen? Welke vleermuizen gebruiken de omgeving? Welke natuurverbindingen lopen door de polders? Welke effecten ontstaan wanneer turbines samen met andere infrastructuur het landschap veranderen?
Niet een haastig onderzoekje om een vinkje te zetten. Geen rapport dat vooral moet bewijzen dat het project door kan. Maar onderzoek dat ook de conclusie mag opleveren die beleidsmakers blijkbaar liever niet horen: hier moet je het gewoon niet doen.
Want als de uitkomst vooraf eigenlijk al vaststaat, waarom doen we dan alsof we nog iets onderzoeken?
Wie beschermt de inwoner wanneer de wieken eenmaal draaien?
Laten we het over geluid hebben. Niet over het geluid van een informatieavond, waar bestuurders vertellen hoe zorgvuldig alles zal worden geregeld. Maar over het geluid dat mensen mogelijk in hun eigen woning ervaren.
Het RIVM constateert dat meer windturbinegeluid samenhangt met meer hinder. Die hinder is zelf een negatief gezondheidseffect. Voor een rechtstreeks oorzakelijk verband met bijvoorbeeld hart- en vaatziekten is het bewijs vooralsnog onvoldoende. Ook dat hoort eerlijk in het debat thuis.
Maar onvoldoende bewijs voor een rechtstreeks verband met bepaalde aandoeningen betekent niet dat hinder niet bestaat. En het betekent al helemaal niet dat klachten van omwonenden bij voorbaat als gezeur mogen worden afgedaan.
Wie wil weten wat er op het spel staat, moet niet alleen naar gemiddelden op een meetrapport kijken. Het gaat ook om de plaatselijke omstandigheden, het karakter van het geluid, de afstand tot woningen en de vraag hoeveel hinder mensen in de praktijk kunnen ervaren.
Daarom moet de provincie openheid geven over de precieze turbinehoogtes, de afstanden tot woningen en de berekende geluidsniveaus, ook tijdens de nacht. Hoeveel woningen komen binnen de verschillende afstandszones te liggen? Welke cumulatieve effecten zijn onderzocht? Welke maatregelen zijn mogelijk wanneer de praktijk tegenvalt?
En wie controleert dat onafhankelijk?
Want laten we eerlijk zijn: een beleidsmaker die achter een bureau verklaart dat een situatie aanvaardbaar is, hoeft niet degene te zijn die iedere avond met de ramen dicht zit en zich afvraagt of de hinder ooit ophoudt.
De leefomgeving van een inwoner is geen proefterrein waarop bestuurders achteraf mogen ontdekken dat hun berekeningen de werkelijkheid niet volledig hebben voorspeld.
Hoe ver moeten die dingen van onze huizen staan?
Dit is geen detail. Dit is een van de belangrijkste vragen van het hele dossier.
In augustus 2026 besloot het kabinet een afstandsnorm voor nieuwe windturbines voor te stellen van minimaal tweemaal de tiphoogte. Eind oktober 2026 waren de nieuwe regels nog in ontwikkeling. De precieze juridische status en toepassing moeten dus zorgvuldig worden vastgesteld.
Maar de rekensom is eenvoudig. Bij een turbine met een tiphoogte van 250 meter komt tweemaal die hoogte neer op 500 meter. Dat is een rekenvoorbeeld, geen bevestiging dat zo'n turbine in Alphen is gepland.
En dan begint het echte debat pas. Is de afstand voldoende om bewoners te beschermen tegen geluid en slagschaduw? Hoe wordt rekening gehouden met plaatselijke omstandigheden? Wat gebeurt er wanneer meerdere turbines samen invloed hebben op een woonomgeving? En wat als een locatie op papier geschikt lijkt, maar de combinatie van geluid, schaduw en landschap in de praktijk onaanvaardbaar blijkt?
Ik wil geen geruststellende beleidszinnen. Ik wil concrete kaarten, berekeningen en onafhankelijke toetsing.
En ik wil dat de provincie vooraf duidelijk maakt wanneer een locatie afvalt. Niet wanneer de vergunningen al zijn verleend. Niet nadat inwoners jarenlang hebben moeten procederen. En zeker niet pas wanneer de eerste klachten binnenkomen.
Wie serieus zegt dat de gezondheid van inwoners vooropstaat, moet dat bewijzen voordat de eerste schop de grond in gaat.
Slagschaduw: de zon schijnt, maar wie draait ervoor op?
Bij slagschaduw kunnen draaiende wieken bewegende schaduwen op woningen veroorzaken. De gevolgen zijn afhankelijk van onder meer de ligging, de zonnestand en de turbine. Er bestaan regels en maatregelen om hinder te beperken, waaronder stilstandvoorzieningen.
Maar ook hier geldt: een norm is geen toverstaf.
Wie garandeert dat de berekeningen kloppen? Wie controleert of de afgesproken maatregelen daadwerkelijk worden toegepast? Hoe snel wordt op een klacht gereageerd? En wat gebeurt er wanneer een bewoner ondanks alle beloften toch met terugkerende hinder te maken krijgt?
Ik wil dat de provincie deze vragen vooraf beantwoordt. Niet met een verwijzing naar een algemene regeling, maar met een concreet plan voor iedere locatie.
Want de inwoner is geen voetnoot in een milieueffectrapport.
Het Groene Hart is geen industrieterrein met een groen filter eroverheen
Het Groene Hart is waardevol vanwege de openheid, de polders, het uitzicht en de ruimte tussen dorpen en steden. Dat landschap is niet onveranderlijk. Maar veranderingen op deze schaal verdienen een bijzonder kritische beoordeling.
Wie hier windturbines wil plaatsen, moet erkennen dat daarmee de beleving van het landschap ingrijpend kan veranderen. Een hoge turbine is niet zomaar een paaltje dat je na verloop van tijd niet meer ziet. De omvang, de draaiende wieken en de zichtbaarheid over grote afstanden kunnen de openheid van een polder aantasten.
En dan is er de verdeling van lusten en lasten.
Wie verdient er aan de turbines? Welke grondeigenaren ontvangen vergoedingen? Welke bedrijven krijgen opdrachten? Welke energiecoöperaties delen in de opbrengst? En wat krijgt de inwoner die geen turbine wil, maar straks mogelijk wel met de gevolgen wordt geconfronteerd?
Het antwoord mag niet zijn dat iedereen profiteert van duurzame energie. Dat is te gemakkelijk. De financiële voordelen en de plaatselijke lasten zijn niet automatisch gelijk verdeeld.
Daarom moeten de eigendomsconstructies, opbrengsten en afspraken met omwonenden openbaar en begrijpelijk zijn. Niet omdat iedere ontwikkelaar verdacht is, maar omdat transparantie noodzakelijk is wanneer een overheid ingrijpende keuzes maakt voor de leefomgeving van haar inwoners.
Wie de lasten lokaal neerlegt, moet ook uitleggen waar de opbrengsten terechtkomen.
De provincie weet het beter. Of wil ze gewoon niet terug?
De gemeenteraad van Alphen heeft geen locaties voor windturbines voorgedragen. De provincie kan desondanks binnen haar eigen bevoegdheden doorgaan met onderzoek en besluitvorming. Dat maakt de vraag naar de positie van de lokale democratie des te dringender.
Ik beweer niet dat de bouw al vaststaat. Daarvoor zijn verdere onderzoeken en besluiten nodig. Maar de provincie heeft inmiddels wel duidelijk gemaakt dat zij de mogelijkheden wil blijven onderzoeken.
Dan moet zij ook bereid zijn de uitkomst van dat onderzoek serieus te nemen. Zelfs wanneer die uitkomst politiek ongemakkelijk is.
Als een gebied ecologisch kwetsbaar blijkt, moet het kunnen afvallen. Als de bescherming van woningen onvoldoende kan worden gegarandeerd, moet het kunnen afvallen. Als de landschappelijke schade onevenredig groot blijkt, moet het kunnen afvallen.
En als inwoners overtuigend aantonen dat een locatie grote nadelen heeft die onvoldoende zijn meegewogen, moet de provincie daar iets mee doen.
Anders is participatie niets meer dan een toneelstuk: inwoners mogen hun zorgen uitspreken, ambtenaren noteren de opmerkingen en daarna wordt het oorspronkelijke plan alsnog doorgezet.
Dat is geen vertrouwen opbouwen. Dat is vertrouwen verspelen.
Mijn boodschap aan de provincie: stop met mooie woorden en lever bewijs
Namens Nieuws in Alphen wil ik zeven concrete antwoorden van de provincie Zuid-Holland.
1. Openbare natuuronderzoeken. Welke vogels, vleermuizen en andere beschermde soorten leven in de vier Alphense zoekgebieden? Welke meerjarige onderzoeken zijn uitgevoerd en welke onzekerheden bestaan er nog?
2. Volledige geluids- en slagschaduwberekeningen. Niet alleen gemiddelden, maar ook de gevolgen voor woningen, de nachtelijke situatie en de cumulatie met andere geluidsbronnen.
3. Duidelijkheid over afstanden en hoogtes. Welke turbines worden onderzocht, hoe hoog worden ze en welke regels voor geluid en afstand gelden op het moment dat over een vergunning wordt beslist?
4. Een eerlijke vergelijking met alternatieven. Welke mogelijkheden zijn er om energie te besparen en zonnepanelen op geschikte daken, parkeerterreinen en andere locaties te plaatsen? Welke alternatieven zijn werkelijk onderzocht en waarom zijn ze wel of niet geschikt?
5. Financiële openheid. Wie wordt eigenaar, wie ontvangt de opbrengsten en hoe worden omwonenden betrokken bij de financiële voordelen en de besluitvorming?
6. Onafhankelijke controle achteraf. Hoe worden geluid, slagschaduw en natuurschade gecontroleerd wanneer turbines eenmaal draaien? Wie handelt klachten af en welke maatregelen volgen wanneer de praktijk tegenvalt?
7. Een echte mogelijkheid om nee te zeggen. Welke concrete omstandigheden leiden ertoe dat een zoekgebied wordt geschrapt? Ik wil dat vooraf weten, niet nadat miljoenen zijn uitgegeven en de politieke druk om door te gaan steeds groter is geworden.
Dat zijn geen buitensporige eisen. Dat is wat inwoners mogen verwachten van een overheid die beweert zorgvuldig te handelen.
Geen klimaatbeleid over de rug van de inwoners
Laat één ding duidelijk zijn: de energietransitie is noodzakelijk, maar niet iedere maatregel is daarmee automatisch verstandig. Wie klimaatbeleid gebruikt om iedere lokale tegenwerping van tafel te vegen, maakt van een belangrijk maatschappelijk vraagstuk een geloofsartikel.
En geloofsartikelen horen niet thuis in ruimtelijke ordening. Daar horen feiten, alternatieven, onafhankelijke toetsing en democratische verantwoording thuis.
De provincie mag ambitieus zijn. Maar ambitie zonder voldoende aandacht voor de gevolgen is geen daadkracht. Het is bestuurlijke overmoed.
De provincie mag duurzame energie willen opwekken. Maar als natuur, landschap en woonomgeving worden geraakt, moet zij aantonen waarom de gekozen locaties verantwoord zijn. Niet de inwoners moeten bewijzen dat een turbine schadelijk is voordat er überhaupt behoorlijk onderzoek is gedaan. De overheid moet haar keuzes deugdelijk onderbouwen en de geldende beschermingsregels naleven.
En als dat niet lukt, dan is het antwoord simpel: zoek een andere locatie.
Niet iedere polder hoeft een energiecentrale te worden. Niet iedere inwoner hoeft zijn leefomgeving op te offeren voor een doelstelling die elders op papier wordt vastgesteld. En niet iedere kritische burger is een tegenstander van duurzaamheid.
Soms is een kritische burger gewoon iemand die ziet dat bestuurders te gemakkelijk over de gevolgen heen stappen.
Tot slot: provincie, u bent aan zet
Ik wil geen volgende glossy brochure met lachende gezichten, groene blaadjes en een windmolen in de verte. Ik wil geen holle belofte dat alles zorgvuldig zal gebeuren. Ik wil gegevens, kaarten, berekeningen, onafhankelijke onderzoeken en duidelijke grenzen.
Ik wil dat de provincie laat zien dat zij de natuur serieus neemt. Dat zij de gezondheid en het woongenot van inwoners beschermt. Dat zij de gemeenteraad en de lokale democratie niet behandelt als hinderlijke obstakels. En dat zij bereid is een plan te schrappen wanneer de feiten daar aanleiding toe geven.
Want als de conclusie al vaststaat voordat het onderzoek is afgerond, hoeft niemand meer te doen alsof inwoners nog werkelijk invloed hebben.
Het Groene Hart is geen speeltuin voor bestuurlijke prestigeprojecten. Het is geen blanco cheque voor de energielobby. En het is al helemaal geen gebied waar natuur en inwoners bij voorbaat als acceptabele nevenschade mogen worden ingeboekt.
Duurzaamheid moet iets opleveren voor de samenleving. Niet alleen elektriciteit, maar ook vertrouwen. En dat vertrouwen verdwijnt als bestuurders de indruk wekken dat de uitkomst belangrijker is dan de mensen die ermee moeten leven.
Dus, provincie Zuid-Holland: bewijs dat u zorgvuldig handelt. Beantwoord de vragen. Maak de onderzoeken openbaar. En schrap locaties die niet verantwoord blijken.
Want als u het Groene Hart wilt veranderen, bent u de inwoners een betere onderbouwing verschuldigd dan: het moet voor de energietransitie.
En als die onderbouwing er niet is, dan hoeft de wind niet te draaien.
Dan moet het plan van tafel.
Xaverio van der Aar.

