Opnieuw vertraging voor fietsbrug over Aarkanaal: gemeente worstelt met technische problemen en mogelijke claims
Foto Gemeente Alphen aan den Rijn
ALPHEN AAN DEN RIJN – De veelbesproken fietsbrug over het Aarkanaal loopt opnieuw vertraging op. Uit de beantwoording van vragen van SP-raadslid J. van de Kolk blijkt dat de gemeente Alphen aan den Rijn maandenlang grote zorgen heeft gehad over de constructieve veiligheid van de brug. De inhijswerkzaamheden werden stilgelegd en pas op 16 juli 2026 weer vrijgegeven. Wanneer de brug daadwerkelijk kan worden geplaatst en in gebruik kan worden genomen, is nog altijd niet bekend.
De gemeente heeft op 28 september antwoord gegeven op de schriftelijke vragen van de SP over de vertraging. Het dossier blijkt aanzienlijk complexer dan alleen een verschoven planning. Volgens het college zijn er technische problemen aan het licht gekomen die verband hielden met wijzigingen die de aannemer had aangebracht in het goedgekeurde definitieve ontwerp.
Die wijzigingen waren volgens de gemeente onvoldoende verwerkt en de gevolgen ervan waren onvoldoende aangetoond. De problemen kwamen volgens het college in november 2025 aan het licht, nadat de opleverdatum van de brug was aangekondigd.
Op dat moment hadden de gemeente en de aannemer na meerdere gesprekken afgesproken dat de brug op 31 mei 2026 zou worden opgeleverd. Die datum werd uiteindelijk niet gehaald.
Zorgen over constructieve veiligheid
De gemeente zegt dat externe specialisten in februari 2026 het gewijzigde ontwerp van de brug integraal hebben getoetst. De uitkomsten waren voor het ambtelijke projectteam onvoldoende en zorgden voor nieuwe zorgen over de constructie.
Daarop werd de provincie Zuid-Holland gevraagd om een collegiale toets uit te voeren op de beschikbare onderzoeksresultaten. Ook de aannemer werd geïnformeerd en kreeg de gelegenheid om te reageren en aanvullende stukken aan te leveren.
De gemeente besloot vervolgens de aannemer te sommeren de inhijswerkzaamheden aan de brug te staken.
Sindsdien vonden meerdere technische overleggen plaats tussen de gemeente en de aannemer. Daarbij waren deskundigen van beide partijen betrokken. Volgens het college heeft de aannemer inmiddels aanvullende analyses, berekeningen, toelichtingen en onderbouwingen aangeleverd en is op onderdelen de constructie aangepast.
Volgens de gemeente zijn daarmee de zorgen over de constructieve veiligheid van de brug inmiddels weggenomen. Daarom werd de schorsing van de inhijswerkzaamheden op 16 juli 2026 opgeheven.
Dat betekent echter niet dat het dossier volledig is afgerond. De aannemer moet nog aantonen dat de brug aan alle contractuele eisen voldoet. Volgens het college worden resterende aandachtspunten nog uitgewerkt.
Nog geen nieuwe opleverdatum
Een nieuwe concrete opleverdatum noemt het college niet.
De aannemer moet het inhijsen opnieuw inplannen en daarvoor de benodigde vergunningen aanvragen. Daarbij is onder meer een herziene omgevingsvergunning nodig en een inhijsvergunning van de provincie.
Ook moet toestemming worden verkregen van de weg- en vaarwegbeheerders om de weg en vaarweg onder de toekomstige brug tijdelijk af te sluiten.
Daarna moeten nog verschillende werkzaamheden worden uitgevoerd. Het gaat onder meer om het afgraven en afvoeren van het gronddepot, het asfalteren van de fietspaden, het planten van bomen en ander groen en het plaatsen van een stuw aan de oostzijde.
Hoe lang dit allemaal gaat duren, maakt het college in de beantwoording niet concreet.
Gemeente weigert volledig chronologisch overzicht
Opvallend is dat de gemeente geen volledig chronologisch overzicht geeft van alle technische problemen, de momenten waarop deze werden vastgesteld en de acties die vervolgens zijn genomen.
Volgens het college is dat op dit moment niet mogelijk omdat zowel de gemeente als de aannemer juridische bijstand hebben ingeschakeld. Het openbaar maken van dergelijke informatie zou volgens de gemeente de juridische positie van beide partijen kunnen schaden.
Daarmee blijft een deel van de voorgeschiedenis van de problemen voorlopig buiten beeld.
Mogelijk juridisch conflict over extra kosten
Ook financieel is het dossier nog niet afgesloten.
De gemeente stelt dat de aannemer contractueel verplicht is om de brug binnen het eerder vastgestelde budget te realiseren. Dat budget bedraagt 7,5 miljoen euro.
Het college ziet op dit moment geen aanleiding om extra gemeentelijk geld beschikbaar te stellen. Tegelijkertijd houdt de gemeente rekening met de mogelijkheid dat de aannemer een claim indient wegens vertragingsschade of meerwerk.
De gemeente wil daar op dit moment niet op vooruitlopen.
Wel zijn er voor de gemeente al extra kosten ontstaan. Die bestaan volgens het college vooral uit extra ambtelijke inzet, technische deskundigen en juridische ondersteuning. Hoe hoog deze kosten precies zijn, is nog niet vastgesteld.
De totale aannemerskosten worden volgens de gemeente geacht binnen het eerder vastgestelde bedrag van 7,5 miljoen euro te blijven.
Twee scenario's voor de toekomst
Het college schetst twee mogelijke scenario's.
In het eerste scenario voldoet de aannemer bij de oplevering aan alle contractuele voorwaarden. De brug kan dan worden opgeleverd. Een discussie over eventuele meerkosten kan vervolgens nog ontstaan.
In het tweede scenario blijkt bij de oplevering dat niet aan de contractuele voorwaarden wordt voldaan. Dan kan een juridisch geschil ontstaan.
De gemeente zal in dat geval bekijken welke juridische stappen nodig zijn en in hoeverre de aannemer aansprakelijk kan worden gesteld voor eventuele schade. Eerst wordt geprobeerd om gezamenlijk tot een oplossing te komen, eventueel met behulp van een bindend adviseur. Als dat niet lukt, kan het geschil uiteindelijk aan de rechter worden voorgelegd.
Het college zegt zich momenteel te richten op het eerste scenario: een veilige en duurzame brug die aan alle contractuele voorwaarden voldoet.
Gemeente zegt juiste juridische stappen te hebben gezet
De gemeente stelt dat binnen het huidige contract de verantwoordelijkheid voor het ontwerp en de uitvoering van de brug bij de aannemer ligt.
De aannemer moet volgens het college aantonen dat de brug constructief veilig is en voldoet aan de contractuele eisen en geldende normen.
De gemeente zegt op advies van haar bouwjurist steeds de juiste stappen te hebben gezet. Dat zou volgens het college van belang zijn voor de juridische positie van de gemeente wanneer er uiteindelijk een geschil met de aannemer ontstaat.
Tegelijkertijd erkent het college dat uit het proces lessen moeten worden getrokken.
Evaluatie moet nog volgen
De gemeente zegt dat na afloop van het project een evaluatie zal plaatsvinden van de gekozen contractvorm en de manier waarop risico's in het project zijn ontstaan.
Bij dit type contract ligt veel technische kennis over ontwerp en uitvoering bij de markt. De gemeente heeft vooral een toetsende rol aan de hand van de eisen die vooraf in het contract zijn vastgelegd.
Volgens het college wordt bekeken wat beter kan en hoe de ontstane risico's tot deze situatie hebben kunnen leiden.
Provincie betrokken bij dossier
De provincie Zuid-Holland is volgens de gemeente als medefinancier geïnformeerd over de ambtelijke zorgen rond de brug. De provincie was bovendien betrokken bij de collegiale toets.
Daarnaast heeft de provincie een belangrijke rol bij de vergunningen, omdat zij weg- en vaarwegbeheerder is.
De provincie moet onder meer betrokken worden bij de vergunning die nodig is om de brug in te hijsen.
Inwoners weten nog niet of zij financieel worden geraakt
Ook de financiële gevolgen voor inwoners zijn nog onzeker.
Op de vraag of de kosten van de vertraging direct of indirect bij inwoners van Alphen aan den Rijn terecht kunnen komen, antwoordt het college dat daar op dit moment onvoldoende duidelijkheid over bestaat.
De gemeente kan inwoners evenmin garanderen dat zij geen financiële nadelen van de vertraging zullen ondervinden.
Dat hangt volgens het college samen met de nog onduidelijke financiële en juridische afwikkeling tussen de gemeente en de aannemer.
Raad krijgt later meer informatie
De gemeenteraad wordt volgens het college geïnformeerd zodra nieuwe stappen worden gezet.
Voorlopig ligt de nadruk op het veilig afronden van de brug en het voldoen aan de contractuele voorwaarden. Tegelijkertijd lopen de financiële en juridische beoordeling van het dossier door.
Een belangrijk deel van de onzekerheid blijft daarmee bestaan: de constructieve veiligheidszorgen zijn volgens de gemeente opgelost, maar de brug moet nog worden ingehesen, de resterende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd en de uiteindelijke financiële en juridische gevolgen zijn nog niet bekend.
Wat de uiteindelijke opleverdatum wordt, blijft vooralsnog onduidelijk.

